Marinebouw.nl

Nieuws over de Nederlandse Gouden Driehoek

Categorie: Nationale ontwikkelingen (pagina 1 van 6)

Mannenbolwerk bestormd: vrouwen mogen nu ook in de onderzeeër

Vanaf het voorjaar van 2019 zullen vrouwen deel uitmaken van de bemanning van onderzeeboot Zr.Ms. Zeeleeuw. Dat is voor het eerst in de geschiedenis: tot nu toe mochten alleen mannelijke militairen meevaren in de onderzeeër. Defensie heeft vier vrouwen op het oog: twee officieren, een onderofficier en een matroos worden gekeurd.

‘Vergeleken met andere landen begint Nederland (…) laat aan het gemengd varen op onderzeeërs. In dit geval zie ik het als een voordeel’, zegt kapitein Herman de Groot van de Onderzeedienst tegen de Gooi- en Eemlander. Hij verwijst naar het buitenland, waar de integratie van vrouwen op de onderzeeërs eerder begon maar geen onverdeeld succes was.

Vrouwen voelden zich vaak buitengesloten, bijvoorbeeld omdat zij in die kleine ruimte aparte sanitaire voorzieningen en eigen slaaphutten krijgen toegewezen. Na enige twijfel zal dat aan boord van de Zr. Ms. Zeeleeuw niet het geval zijn — daar geldt een vrouw als ‘one of the crew’ en zal zij, behalve een gordijntje waarachter zij zich kan verkleden, geen privileges genieten.

Defensie worstelt met diversiteit. Veel vrouwen hebben te maken met ‘ongewenste seksuele aandacht’, concludeerde het Sociaal en Cultureel Planbureau in 2015.

Lees verder op FD.nl

‘Slecht materieel is structureel probleem defensie’

Bekijk via deze link de video waarin verslaggever Olof van Joolen uitlegt wat er structureel mis is bij defensie.

 

Rapport Economische Effecten Marinebouwcluster bevestigt kracht samenwerking Nederlands maritieme Cluster

In opdracht van het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat (EZK) heeft Triarii een onderzoek gedaan naar de directe en indirecte economische waarde en het kennis-ontwikkelend effect van de Nederlandse marinebouwcluster. In het rapport worden aanbevelingen gedaan voor het optimaal inzetten van de Nederlandse marinebouwindustrie in de vervanging van onderzeeboten, fregatten, mijnenjagers en de bouw van het Combat Support Ship. Daarmee wordt het strategisch belang gediend van een zelfscheppende Nederlandse marinebouw, die in staat is om innovatieve complexe marinesystemen te ontwikkelen en te produceren.

De schepen van de Nederlandse marine zijn in internationaal opzicht van hoge kwaliteit, in technologisch opzicht geavanceerd, en ontwikkeld en gebouwd tegen relatief lage kosten. Ze onderscheiden zich met een goed doordacht, geïntegreerd en innovatief ontwerp, met in Nederland ontwikkelde wereldwijd vooroplopende radar-, sonar- en commandosystemen. Dit concludeerde het onafhankelijke onderzoeksbureau Triarii in haar recent uitgevoerde onderzoek naar de Nederlandse marinebouw.

Kwaliteit en concurrerende kostprijs

Verder toont het rapport aan dat de kwaliteit en concurrerende kostprijs van de Nederlandse schepen voornamelijk te danken zijn aan:

  • De goede samenwerking in de zogenaamde ‘gouden driehoek’ van overheid, kennisinstellingen en industrie
  • De manier waarop Defensie de integratie van de platformen en de verschillende systemen op zich neemt
  • De oriëntatie van Nederlandse bedrijven op export en civiele scheepsbouw

De Nederlandse marinebouw heeft, door het gebrek aan marinebouworders vanuit de Nederlandse overheid, in de afgelopen jaren bewezen dat zij zich staande kan houden door export en door verschuiving naar civiele scheepsbouw. Bovendien concludeert het onderzoeksbureau dat juist het ‘lean and mean’ van de marinebouwindustrie en het kunnen opereren in flexibele netwerken de marinebouwindustrie krachtiger heeft gemaakt.

Er is een grote groep van kleinere, gespecialiseerde zelfstandige bedrijven met onderling heel korte en directe communicatielijnen, die alleen daar worden ingezet waar ze waarde toevoegen. Daarin onderscheidt de Nederlandse marinebouw zich van vele buitenlandse marinebouwwerven die vaak juist groot zijn en solitair werken. Het Nederlandse marinebouwcluster is hierdoor competitief en in staat om innovatieve hoogwaardige producten af te leveren tegen een concurrerende prijs.

Bedreiging

De belangrijkste bedreiging voor de Nederlandse marinebouw is het ontbreken van een gelijk speelveld in Europa. In veel andere landen vindt de marinebouw binnen enkele grote staatsbedrijven plaats. Op korte termijn tast dat de kansen op het winnen van opdrachten aan. Op lange termijn zal daardoor de positie, zonder een actievere rol van de Nederlandse overheid, bij verdere consolidatie van de Europese marinebouw aanzienlijk kunnen verzwakken.

Aanbevelingen

Het rapport doet een viertal aanbevelingen voor versterking van de marinebouwcluster:

  1. Versterk de ‘gouden driehoek-aanpak’
  2. Versterk de Europese positionering door actief handelen vanuit de overheid
  3. Verwerf technologische kennis
  4. Zorg voor beschikbaarheid van gekwalificeerd personeel bij met name de overheid, zoals de directie Materieel van Defensie

Lees verder op Netherlands Maritime Technology ( NMT)

Zr.ms.: 430.000 gulden voor onderzeeër

Wie was de eerste vrouw die met een onderzeeboot heeft gedoken? Mooie vraag voor Triviant. Het antwoord is: onze eigen koningin Wilhelmina. Op 6 september 1916, vandaag precies 102 jaar geleden, ging ze om 13.30 uur in Den Helder aan boord van de O 3 voor een tocht die een halfuur duurde, waar­bij de onderzeeboot tweemaal dook. Wilhelmina was daarmee de eerste vrouw en, na Theodore Roosevelt in 1905, het tweede staatshoofd ter wereld dat met een onderzeeboot onder water ging.

Het is een leuk weetje uit het boek Luctor et Emergo, de onderzeeboten van de Koninklijke Maatschappij De Schelde 1905-1958 (uitg. Het Boekenschap, € 29,95) dat vanmiddag in Rotterdam wordt gepresenteerd. Het eerste exemplaar is voor de commandant zeestrijdkrachten ­viceadmiraal Rob Kramer. Het boek is vernoemd naar de eerste Nederlandse onderzeeboot die bij De Schelde is gebouwd: Luctor et Emergo. Op 8 juli 1905 was de tewaterlating. De boot had een waterverplaatsing van 105 ton, was 20 meter lang en telde tien bemanningsleden. De Nederlandse regering betaalde er 430.000 gulden voor. Na de Luctor et Emergo zouden in Vlissingen nog eens negentien onderzeeërs van stapel lopen.

Bij het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog op 1 september 1939 beschikte de Koninklijke Marine over 21 onderzeeboten, terwijl er nog zeven in aanbouw waren. Alle naoorlogse Nederlandse onderzeeërs werden in Rotterdam gebouwd bij de RDM of Wilton-Fijenoord. De uit deze tijd stammende Tonijn is nog altijd te zien bij het Marinemuseum in Den Helder. Later werden ze vervangen door vier boten van de Walrusklasse die veel duurder waren dan begroot. De zogenoemde Walrusaffaire leidde eind 1984 tot de vervanging van de marineleiding.

Het boek verschijnt op een pikant moment. Voor het eerst sinds 40 jaar maakt de Koninklijke Marine zich op voor de vervanging van de onderzeeboten van de Walrusklasse. De nieuwelingen moeten vanaf 2027 varen. Totale kosten ‘meer dan 2,5 miljard euro’. In de komende jaren wordt een bouwer gekozen.

Er zijn vier bedrijven in de race om de miljardenorder: Naval Group (Frankrijk), Thyssen Krupp (Duitsland), Navantia (Spanje) en Damen/Saab Kockums (Nederland/Zweden).

Nederlandsdagblad.nl

Nieuwe onderzeeboten stiller, sneller en zuiniger

De lobby voor de bouw van een viertal nieuwe onderzeeboten dat de Walrus-klasse moet gaan vervangen, is in alle hevigheid losgebarsten nu het duo Damen-Saab een bijzonder ontwerp heeft gepresenteerd. En dan wel van een supermoderne onderzeeboot die zeer lang onder water kan blijven en stiller, sneller en zuiniger opereert dan de huidige onderzeeboten van de Koninklijke Marine.

Lees verder op Schuttevaer.nl

Opvolger Walrus-onderzeeboot: slim, stil en razendsnel

De enige echte opvolger van onze Walrus-onderzeeboot. Door zijn ontwerp zo te presenteren wil de combinatie Damen/Saab de Nederlandse miljardenorder voor nieuwe onderzeeboten binnenslepen.

Het samenwerkingsverband belooft in een exclusief interview met De Telegraaf een hypermoderne onderzeeboot die stiller, sneller en zuiniger is dan de huidige. Door verdergaande automatisering kan ze varen met een kleinere bemanning en dankzij slimmere aandrijving maanden onder water opereren zonder naar boven te komen om lucht en voorraden in te nemen. De bedrijven die vandaag hun lobby-offensief beginnen, laten nog niet het achterste van hun tong zien. De directeuren van Saab en Damen willen nog niet precies kwijt hoe groot de nieuwe boot precies wordt en hoeveel koppen de bemanning zal tellen. Saab-topman Gunnar Wieslander, voormalig onderzeebootcommandant en Zweeds staatssecretaris, stelt dat de lengte zo’n beetje die van de Walrus zal zijn, 68 meter. De bemanning zal iets kleiner kunnen dan de vijftig man die op onze onderzeeboten varen.

Om dit werk te vergemakkelijken, krijgt de Walrus-opvolger een lanceerinstallatie voor direct naast de torpedobuizen in de neus van de boot. Een wereldprimeur. Tot nu toe konden zeesoldaten alleen verticaal één voor één de boot uit. Het systeem aan boord van de Nederlands-Zweedse boot maakt het mogelijk met acht man tegelijk horizontaal naar buiten te zwemmen. De buis wordt dankzij een diameter van anderhalve meter breed genoeg om ook minionderzeeboten te lanceren, zowel bemand als onbemand.

Een belangrijk argument tegen het Nederlands-Zweedse bod is het gebrek aan recente ervaring met het bouwen van onderzeeboten in ons land. De laatste Walrus werd in 1985 opgeleverd. Daarna ging de werf failliet. Dit probleem wordt volgens directeur Hein van Ameijden van Damen Naval Shipbuilding ondervangen door gebruik te maken van de Zweedse kennis. Saab bouwt al decennia onderwatervaartuigen. Het voorstel aan de Koninklijke Marine is gebaseerd op het laatste Zweedse model: de A26.

Wanneer Damen/Saab de order binnenhaalt, dan zal alleen de romp op Zweedse bodem gebouwd worden. De assemblage en de opbouw van de onderzeeboten zal in Vlissingen plaatsvinden. De Zweden gebruiken al veel Nederlandse onderdelen in hun producten. Bijvoorbeeld hydrauliek en besturingssystemen. Ook hiermee heeft de Nederlands/Zweedse ’sub’ iets unieks, zegt Wieslander. „We bouwen een romp en schuiven alle andere onderdelen er later in één keer in. Zijn de systemen verouderd, dan klappen we de romp open en bouwen we er nieuwe in.”

“We zijn heel flexibel, dus kunnen ook de uitvoering eventueel veranderen”

Om dit werk te vergemakkelijken, krijgt de Walrus-opvolger een lanceerinstallatie voor direct naast de torpedobuizen in de neus van de boot. Een wereldprimeur.
Een belangrijk argument tegen het Nederlands-Zweedse bod is het gebrek aan recente ervaring met het bouwen van onderzeeboten in ons land. De laatste Walrus werd in 1985 opgeleverd. Daarna ging de werf failliet.

Dit probleem wordt volgens directeur Hein van Ameijden van Damen Naval Shipbuilding ondervangen door gebruik te maken van de Zweedse kennis. Saab bouwt al decennia onderwatervaartuigen. Het voorstel aan de Koninklijke Marine is gebaseerd op het laatste Zweedse model: de A26. Wanneer Damen/Saab de order binnenhaalt, dan zal alleen de romp op Zweedse bodem gebouwd worden. De assemblage en de opbouw van de onderzeeboten zal in Vlissingen plaatsvinden. De Zweden gebruiken al veel Nederlandse onderdelen in hun producten. Bijvoorbeeld hydrauliek en besturingssystemen. Ook hiermee heeft de Nederlands/Zweedse ’sub’ iets unieks, zegt Wieslander. „We bouwen een romp en schuiven alle andere onderdelen er later in één keer in. Zijn de systemen verouderd, dan klappen we de romp open en bouwen we er nieuwe in.”

Politiek Den Haag kijkt argwanend naar de kosten, nu het JSF-project eindelijk in minder turbulente luchten verkeert en de vervanging van de onderzeeboten na

Fransen grootste rivalen
Een Nederlandse onderzeebootorder voor het consortium Damen/Saab is wat de concurrentie betreft alles behalve een gedane zaak. Duitse, Franse en Spaanse werven zitten op het vinkentouw. De meest kansrijke tegenstrever lijkt de Franse Naval Group. In Cherbourg worden sinds eind jaren vijftig onafgebroken onderzeeboten ontworpen en gebouwd. De laatste is de Barracuda. Een honderd meter lange aanvalsonderzeeër bedoeld voor een breed scala aan missies over lange afstanden. De Barracuda is langer dan de Walrus en wordt voortgestuwd door een kernreactor.

Lees verder op Telegraaf.nl

Meer details voorstel nieuwe Nederlandse onderzeeboot van Saab en Damen

De Zweeds-Nederlandse combinatie Saab-Damen heeft Nederland een ocean going onderzeeboot voorgesteld. De details werden aan Marineschepen.nl gepresenteerd tijdens een bezoek aan Saab Kockums eerder deze week. 

Damen en Saab strijden met het Franse Naval Group, het Spaanse Navantia en het Duitse TKMS om de Walrusklasse te mogen vervangen. Na het recente bezoek aan de Naval Group in Cherbourg, bezocht Marineschepen.nl deze week onderzeebootbouwer Saab Kockums in Malmö en Karlskrona. Programmamanager voor de Nederlandse aanbesteding Per Nilson presenteerde het nieuwe ontwerp. Overigens was het ontwerp afgelopen december al voor iedereen te zien op een gigantisch bord boven de stand van beide bedrijven in Ahoy. Nu wordt de inhoud voor het eerst gedeeld.

Net als de Naval Group, bieden Saab en Damen Nederland een onderzeeboot aan die afgeleid is van een onderzeeboot die momenteel in aanbouw is. Het aanbod van Saab-Damen is gebaseerd op het ontwerp van de A26 onderzeeboot die Saab Kockums momenteel in Karlskrona aan het bouwen is.

De A26 is ontworpen voor de Zweedse marine en is dus een boot die bedoeld is voor operaties in de Oostzee. Voor Nederland heeft Saab, met de ontwerpfilosofie van de A26 in gedachten, een boot ontworpen die niet alleen groter is maar ook meer moet kunnen. Het nieuwe ontwerp heeft nog geen naam gekregen van de beide bedrijven.

De ontwerpers wilden een boot ontwerpen die wereldwijd inzetbaar is (van arctische tot tropische wateren), in kustwateren en in de oceaan, die een groot bereik heeft zonder bevoorrading, tijdens een reis snel kan schakelen tussen missies (bijv. van onderzeebootbestrijding naar afzetten van special forces), een boot die een goede accommodatie heeft, die betrouwbaar is en vaak beschikbaar is.

Door te kiezen voor een relatief grote wereldwijd inzetbare boot, heeft niet alleen de Naval Group, maar ook Saab-Damen duidelijk de lijn gekozen die de marine in de jaren ’20 van de vorige eeuw inzette en nog steeds de basis vormt van de huidige Walrusklasse onderzeeboten. De Franse en Zweedse onderzeebootontwerpers zijn met hun voorstellen niet ingegaan op de homeland security optie, een kleine onderzeeboot voor de wateren dicht bij huis die door de klankbordgroep met het verschijnen van de A-brief als optie werd genoemd.
Een voorbeeld van de homelandsecurity onderzeeboot is de A26, die naast enige oceangoing eigenschappen vooral in de Oostzee de Zweedse wateren moet beschermen. Bij een onderzeeboot die wereldwijd inzetbaar moet zijn, worden o.a. hogere eisen gesteld aan de temperatuurhuishouding, de accommodatie, moet er meer goederen opgeslagen kunnen worden en moet de boot een groter trimvermogen hebben om de verschillen in zoutgehalte in diverse zeegebieden op te kunnen vangen.

Lees verder  Marineschepen.nl

Analyse kabinet weer voor strategische keuze: Noodzakelijke investering

Uit Nederlandse fabrieken komen geen geweren en munitie, geen tanks en pantserwagens, geen vliegtuigen en helikopters. Toch is er in ons land een serieuze defensie-industrie, die het vooral moet hebben van slimme innovaties. Denk aan het cyberschild van Fox-IT, robothelikopters van Delft Dynamics of de radarsystemen van Thales.

Bij elkaar begeven zich op de internationale defensiemarkt zo’n 350 Nederlandse bedrijven, goed voor 25.000 directe arbeidsplaatsen, 8000 onderzoeksbanen en een omzet van 4,5 miljard euro. Bij elkaar begeven zich op de internationale defensiemarkt zo’n 350 Nederlandse bedrijven, goed voor 25.000 directe arbeidsplaatsen, 8000 onderzoeksbanen en een omzet van 4,5 miljard euro.

Iedereen kent Fokker, dat vroeger vliegtuigen bouwde, maar zichzelf na het faillissement van 1996 opnieuw uitvond door de productie van onderdelen en landingsgestellen voor helikopters en vliegtuigen. Daarmee is het een van de helden van het JSF-project. De Nederlandse deelname aan de ontwikkeling van de JSF en de uiteindelijke aanschaf was een pijnlijk politiek proces, maar strategisch gezien een schot in de roos. Het leverde Nederland het beste en modernste jachtvliegtuig op, en miljarden aan maak- en onderhoudsorders voor het bedrijfsleven.

Met de vervanging van de vier onderzeeboten staat het kabinet weer voor zo’n strategische keuze. Damen bouwt fregatten die zelfs de Amerikanen niet hebben en patrouilleschepen die wereldwijd gewild zijn. Maar als het Defensie niet had gehad als eerste klant, hadden ze die technieken nooit kunnen exporteren.

Telegraaf.nl

Hollandse glorie: ’Nederlandse onderzeeër beste boot voor beste prijs’

DEN HAAG – Nederland moet de miljarden voor nieuwe onderzeeboten in eigen land investeren. Die oproep doet werkgeversvoorzitter Hans de Boer. Er is een grote kans dat hij zijn zin krijgt.

Scheepbouwer Damen belooft met het Zweedse Saab ’de beste boot voor de beste prijs’ te leveren. De boot waarvan De Telegraaf als eerste de beelden kan laten zien, zal worden gebouwd in Vlissingen en 30.000 manjaren aan werkgelegenheid opleveren. „Hiermee krijgen onze marinemensen het beste van het beste”, weet voorzitter Hans de Boer van VNO-NCW.

Scheepbouwer Damen belooft met het Zweedse Saab ’de beste boot voor de beste prijs’ te leveren. De boot waarvan De Telegraaf als eerste de beelden kan laten zien, zal worden gebouwd in Vlissingen en 30.000 manjaren aan werkgelegenheid opleveren. „Hiermee krijgen onze marinemensen het beste van het beste”, weet voorzitter Hans de Boer van VNO-NCW.

Het nieuwe kabinet heeft zich voorgenomen bij grote defensie-orders minder braaf te zijn met Europese aanbestedingsregels en de eigen industrie voorrang te geven. Met de grootste defensieorder in jaren (3 à 4 miljard euro) lijkt Defensie voor te sorteren op een keuze voor de Nederlandse industrie.

Lees verder en bekijk het interview met Olof van Joolen op  Telegraaf.nl

Nederlandse defensie-industrie is klein, maar hoogwaardig

Nederland is een kleine speler in de wapenindustrie. Het in 2016 geëxporteerde defensiematerieel vertegenwoordigde een waarde van €1,4 mrd, amper 1% van de Europese export (€191 mrd). Afgelopen jaar nam dit af tot €0,8 mrd.

Dat valt te lezen in een rapport dat de Nederlandse overheid eerder deze maand publiceerde over deze sterk gereguleerde sector. De genoemde bedragen hebben alleen betrekking op defensieproducten die op basis van afgegeven vergunningen mogen worden geëxporteerd.

Frankrijk veruit grootste exporteur

De rapporteurs spreken van een hoogwaardige Nederlandse sector, met bedrijven die zich hebben weten te specialiseren in nichemarkten. Er vindt veel vernieuwing plaats. Bijna een derde van het personeel legt zich toe op innovatie. Om de kennis overeind te houden, zoeken bedrijven partners in het buitenland, vooral in Duitsland, de Verenigde Staten, Engeland en België.

Lees verder op  FD.nl

Oudere berichten

© 2018 Marinebouw.nl

Thema gemaakt door Anders NorenBoven ↑