Marinebouw.nl

Nieuws over de Nederlandse Gouden Driehoek

Categorie: Nationale ontwikkelingen (pagina 1 van 6)

Nieuwe onderzeeboten stiller, sneller en zuiniger

De lobby voor de bouw van een viertal nieuwe onderzeeboten dat de Walrus-klasse moet gaan vervangen, is in alle hevigheid losgebarsten nu het duo Damen-Saab een bijzonder ontwerp heeft gepresenteerd. En dan wel van een supermoderne onderzeeboot die zeer lang onder water kan blijven en stiller, sneller en zuiniger opereert dan de huidige onderzeeboten van de Koninklijke Marine.

Lees verder op Schuttevaer.nl

Opvolger Walrus-onderzeeboot: slim, stil en razendsnel

De enige echte opvolger van onze Walrus-onderzeeboot. Door zijn ontwerp zo te presenteren wil de combinatie Damen/Saab de Nederlandse miljardenorder voor nieuwe onderzeeboten binnenslepen.

Het samenwerkingsverband belooft in een exclusief interview met De Telegraaf een hypermoderne onderzeeboot die stiller, sneller en zuiniger is dan de huidige. Door verdergaande automatisering kan ze varen met een kleinere bemanning en dankzij slimmere aandrijving maanden onder water opereren zonder naar boven te komen om lucht en voorraden in te nemen. De bedrijven die vandaag hun lobby-offensief beginnen, laten nog niet het achterste van hun tong zien. De directeuren van Saab en Damen willen nog niet precies kwijt hoe groot de nieuwe boot precies wordt en hoeveel koppen de bemanning zal tellen. Saab-topman Gunnar Wieslander, voormalig onderzeebootcommandant en Zweeds staatssecretaris, stelt dat de lengte zo’n beetje die van de Walrus zal zijn, 68 meter. De bemanning zal iets kleiner kunnen dan de vijftig man die op onze onderzeeboten varen.

Om dit werk te vergemakkelijken, krijgt de Walrus-opvolger een lanceerinstallatie voor direct naast de torpedobuizen in de neus van de boot. Een wereldprimeur. Tot nu toe konden zeesoldaten alleen verticaal één voor één de boot uit. Het systeem aan boord van de Nederlands-Zweedse boot maakt het mogelijk met acht man tegelijk horizontaal naar buiten te zwemmen. De buis wordt dankzij een diameter van anderhalve meter breed genoeg om ook minionderzeeboten te lanceren, zowel bemand als onbemand.

Een belangrijk argument tegen het Nederlands-Zweedse bod is het gebrek aan recente ervaring met het bouwen van onderzeeboten in ons land. De laatste Walrus werd in 1985 opgeleverd. Daarna ging de werf failliet. Dit probleem wordt volgens directeur Hein van Ameijden van Damen Naval Shipbuilding ondervangen door gebruik te maken van de Zweedse kennis. Saab bouwt al decennia onderwatervaartuigen. Het voorstel aan de Koninklijke Marine is gebaseerd op het laatste Zweedse model: de A26.

Wanneer Damen/Saab de order binnenhaalt, dan zal alleen de romp op Zweedse bodem gebouwd worden. De assemblage en de opbouw van de onderzeeboten zal in Vlissingen plaatsvinden. De Zweden gebruiken al veel Nederlandse onderdelen in hun producten. Bijvoorbeeld hydrauliek en besturingssystemen. Ook hiermee heeft de Nederlands/Zweedse ’sub’ iets unieks, zegt Wieslander. „We bouwen een romp en schuiven alle andere onderdelen er later in één keer in. Zijn de systemen verouderd, dan klappen we de romp open en bouwen we er nieuwe in.”

“We zijn heel flexibel, dus kunnen ook de uitvoering eventueel veranderen”

Om dit werk te vergemakkelijken, krijgt de Walrus-opvolger een lanceerinstallatie voor direct naast de torpedobuizen in de neus van de boot. Een wereldprimeur.
Een belangrijk argument tegen het Nederlands-Zweedse bod is het gebrek aan recente ervaring met het bouwen van onderzeeboten in ons land. De laatste Walrus werd in 1985 opgeleverd. Daarna ging de werf failliet.

Dit probleem wordt volgens directeur Hein van Ameijden van Damen Naval Shipbuilding ondervangen door gebruik te maken van de Zweedse kennis. Saab bouwt al decennia onderwatervaartuigen. Het voorstel aan de Koninklijke Marine is gebaseerd op het laatste Zweedse model: de A26. Wanneer Damen/Saab de order binnenhaalt, dan zal alleen de romp op Zweedse bodem gebouwd worden. De assemblage en de opbouw van de onderzeeboten zal in Vlissingen plaatsvinden. De Zweden gebruiken al veel Nederlandse onderdelen in hun producten. Bijvoorbeeld hydrauliek en besturingssystemen. Ook hiermee heeft de Nederlands/Zweedse ’sub’ iets unieks, zegt Wieslander. „We bouwen een romp en schuiven alle andere onderdelen er later in één keer in. Zijn de systemen verouderd, dan klappen we de romp open en bouwen we er nieuwe in.”

Politiek Den Haag kijkt argwanend naar de kosten, nu het JSF-project eindelijk in minder turbulente luchten verkeert en de vervanging van de onderzeeboten na

Fransen grootste rivalen
Een Nederlandse onderzeebootorder voor het consortium Damen/Saab is wat de concurrentie betreft alles behalve een gedane zaak. Duitse, Franse en Spaanse werven zitten op het vinkentouw. De meest kansrijke tegenstrever lijkt de Franse Naval Group. In Cherbourg worden sinds eind jaren vijftig onafgebroken onderzeeboten ontworpen en gebouwd. De laatste is de Barracuda. Een honderd meter lange aanvalsonderzeeër bedoeld voor een breed scala aan missies over lange afstanden. De Barracuda is langer dan de Walrus en wordt voortgestuwd door een kernreactor.

Lees verder op Telegraaf.nl

Meer details voorstel nieuwe Nederlandse onderzeeboot van Saab en Damen

De Zweeds-Nederlandse combinatie Saab-Damen heeft Nederland een ocean going onderzeeboot voorgesteld. De details werden aan Marineschepen.nl gepresenteerd tijdens een bezoek aan Saab Kockums eerder deze week. 

Damen en Saab strijden met het Franse Naval Group, het Spaanse Navantia en het Duitse TKMS om de Walrusklasse te mogen vervangen. Na het recente bezoek aan de Naval Group in Cherbourg, bezocht Marineschepen.nl deze week onderzeebootbouwer Saab Kockums in Malmö en Karlskrona. Programmamanager voor de Nederlandse aanbesteding Per Nilson presenteerde het nieuwe ontwerp. Overigens was het ontwerp afgelopen december al voor iedereen te zien op een gigantisch bord boven de stand van beide bedrijven in Ahoy. Nu wordt de inhoud voor het eerst gedeeld.

Net als de Naval Group, bieden Saab en Damen Nederland een onderzeeboot aan die afgeleid is van een onderzeeboot die momenteel in aanbouw is. Het aanbod van Saab-Damen is gebaseerd op het ontwerp van de A26 onderzeeboot die Saab Kockums momenteel in Karlskrona aan het bouwen is.

De A26 is ontworpen voor de Zweedse marine en is dus een boot die bedoeld is voor operaties in de Oostzee. Voor Nederland heeft Saab, met de ontwerpfilosofie van de A26 in gedachten, een boot ontworpen die niet alleen groter is maar ook meer moet kunnen. Het nieuwe ontwerp heeft nog geen naam gekregen van de beide bedrijven.

De ontwerpers wilden een boot ontwerpen die wereldwijd inzetbaar is (van arctische tot tropische wateren), in kustwateren en in de oceaan, die een groot bereik heeft zonder bevoorrading, tijdens een reis snel kan schakelen tussen missies (bijv. van onderzeebootbestrijding naar afzetten van special forces), een boot die een goede accommodatie heeft, die betrouwbaar is en vaak beschikbaar is.

Door te kiezen voor een relatief grote wereldwijd inzetbare boot, heeft niet alleen de Naval Group, maar ook Saab-Damen duidelijk de lijn gekozen die de marine in de jaren ’20 van de vorige eeuw inzette en nog steeds de basis vormt van de huidige Walrusklasse onderzeeboten. De Franse en Zweedse onderzeebootontwerpers zijn met hun voorstellen niet ingegaan op de homeland security optie, een kleine onderzeeboot voor de wateren dicht bij huis die door de klankbordgroep met het verschijnen van de A-brief als optie werd genoemd.
Een voorbeeld van de homelandsecurity onderzeeboot is de A26, die naast enige oceangoing eigenschappen vooral in de Oostzee de Zweedse wateren moet beschermen. Bij een onderzeeboot die wereldwijd inzetbaar moet zijn, worden o.a. hogere eisen gesteld aan de temperatuurhuishouding, de accommodatie, moet er meer goederen opgeslagen kunnen worden en moet de boot een groter trimvermogen hebben om de verschillen in zoutgehalte in diverse zeegebieden op te kunnen vangen.

Lees verder  Marineschepen.nl

Analyse kabinet weer voor strategische keuze: Noodzakelijke investering

Uit Nederlandse fabrieken komen geen geweren en munitie, geen tanks en pantserwagens, geen vliegtuigen en helikopters. Toch is er in ons land een serieuze defensie-industrie, die het vooral moet hebben van slimme innovaties. Denk aan het cyberschild van Fox-IT, robothelikopters van Delft Dynamics of de radarsystemen van Thales.

Bij elkaar begeven zich op de internationale defensiemarkt zo’n 350 Nederlandse bedrijven, goed voor 25.000 directe arbeidsplaatsen, 8000 onderzoeksbanen en een omzet van 4,5 miljard euro. Bij elkaar begeven zich op de internationale defensiemarkt zo’n 350 Nederlandse bedrijven, goed voor 25.000 directe arbeidsplaatsen, 8000 onderzoeksbanen en een omzet van 4,5 miljard euro.

Iedereen kent Fokker, dat vroeger vliegtuigen bouwde, maar zichzelf na het faillissement van 1996 opnieuw uitvond door de productie van onderdelen en landingsgestellen voor helikopters en vliegtuigen. Daarmee is het een van de helden van het JSF-project. De Nederlandse deelname aan de ontwikkeling van de JSF en de uiteindelijke aanschaf was een pijnlijk politiek proces, maar strategisch gezien een schot in de roos. Het leverde Nederland het beste en modernste jachtvliegtuig op, en miljarden aan maak- en onderhoudsorders voor het bedrijfsleven.

Met de vervanging van de vier onderzeeboten staat het kabinet weer voor zo’n strategische keuze. Damen bouwt fregatten die zelfs de Amerikanen niet hebben en patrouilleschepen die wereldwijd gewild zijn. Maar als het Defensie niet had gehad als eerste klant, hadden ze die technieken nooit kunnen exporteren.

Telegraaf.nl

Hollandse glorie: ’Nederlandse onderzeeër beste boot voor beste prijs’

DEN HAAG – Nederland moet de miljarden voor nieuwe onderzeeboten in eigen land investeren. Die oproep doet werkgeversvoorzitter Hans de Boer. Er is een grote kans dat hij zijn zin krijgt.

Scheepbouwer Damen belooft met het Zweedse Saab ’de beste boot voor de beste prijs’ te leveren. De boot waarvan De Telegraaf als eerste de beelden kan laten zien, zal worden gebouwd in Vlissingen en 30.000 manjaren aan werkgelegenheid opleveren. „Hiermee krijgen onze marinemensen het beste van het beste”, weet voorzitter Hans de Boer van VNO-NCW.

Scheepbouwer Damen belooft met het Zweedse Saab ’de beste boot voor de beste prijs’ te leveren. De boot waarvan De Telegraaf als eerste de beelden kan laten zien, zal worden gebouwd in Vlissingen en 30.000 manjaren aan werkgelegenheid opleveren. „Hiermee krijgen onze marinemensen het beste van het beste”, weet voorzitter Hans de Boer van VNO-NCW.

Het nieuwe kabinet heeft zich voorgenomen bij grote defensie-orders minder braaf te zijn met Europese aanbestedingsregels en de eigen industrie voorrang te geven. Met de grootste defensieorder in jaren (3 à 4 miljard euro) lijkt Defensie voor te sorteren op een keuze voor de Nederlandse industrie.

Lees verder en bekijk het interview met Olof van Joolen op  Telegraaf.nl

Nederlandse defensie-industrie is klein, maar hoogwaardig

Nederland is een kleine speler in de wapenindustrie. Het in 2016 geëxporteerde defensiematerieel vertegenwoordigde een waarde van €1,4 mrd, amper 1% van de Europese export (€191 mrd). Afgelopen jaar nam dit af tot €0,8 mrd.

Dat valt te lezen in een rapport dat de Nederlandse overheid eerder deze maand publiceerde over deze sterk gereguleerde sector. De genoemde bedragen hebben alleen betrekking op defensieproducten die op basis van afgegeven vergunningen mogen worden geëxporteerd.

Frankrijk veruit grootste exporteur

De rapporteurs spreken van een hoogwaardige Nederlandse sector, met bedrijven die zich hebben weten te specialiseren in nichemarkten. Er vindt veel vernieuwing plaats. Bijna een derde van het personeel legt zich toe op innovatie. Om de kennis overeind te houden, zoeken bedrijven partners in het buitenland, vooral in Duitsland, de Verenigde Staten, Engeland en België.

Lees verder op  FD.nl

Record: marine zes jaar zonder nieuwe schepen

‘Hollen en stilstaan’ schetst de situatie op gebied van de bouw van nieuwe marineschepen. Als in 2022 het nieuwe bevoorradingsschip in dienst wordt gesteld, zijn er zes jaar geen marineschepen aan de Nederlandse vloot toegevoegd. Dat is voor het eerst sinds de marine halverwege de 17e eeuw een permanente vloot kreeg.

De komende jaren worden een aantal records gebroken als het gaat om oude en nieuwe schepen. Dat blijkt uit onderzoek van Marineschepen.nl voor de vernieuwde pagina Koninklijke Marine in cijfers 1945 – 2018.

Minder schepen
De Koninklijke Marine heeft sinds de jaren ’60 van de vorige eeuw tot het begin van deze eeuw de vloot zien krimpen. Sinds een jaar of tien ligt het aantal schepen vrij stabiel rond 28. Er is de afgelopen jaren echter nauwelijks gebouwd. Het nieuwste schip van de marine werd in 2015 in dienst gesteld, de Nederlandse marinebouw krijgt pas eind van dit jaar of begin volgend jaar voor het eerst weer een Nederlandse order en het eerstvolgende schip voor de marine zal in 2022 in dienst komen.  Sinds in ieder geval 1653 is het niet meer voorgekomen dat er zes jaar geen nieuw schip aan de vloot werd toegevoegd. In dat jaar besloten de Staten-Generaal om 30 marineschepen te bouwen en een deel werd datzelfde jaar in gebruik genomen. In de jaren daarvoor waren er korte periodes dat de marine eigen schepen had, deze werden na een oorlog weer verkocht, of alleen schepen inhuurde. Vanaf 1653 werden eeuwenlang ieder jaar nieuwe marineschepen voor de vloot gebouwd, alleen al de voormalige marinewerf in Amsterdam bouwde, tot de werf in 1915 werd verbouwd tot marinekazerne, zo’n 260 jaar lang vrijwel ieder jaar minstens één marineschip.

Pas sinds eind jaren ’60 van de vorige eeuw neemt het aantal nieuwe schepen serieus af en vooral sinds de jaren ’90 is dat goed te zien. De vorige recordperiodes zonder nieuwe schepen was 2007 – 2012. Overigens werden in 1968-1972 en 1998-2002 ook geen marineschepen in dienst gesteld.

Lees verder op marineschepen.nl

Persbericht: 5 redenen voor defensie en bedrijfsleven om nauw samen te werken

1. Militair strategisch

De Nederlandse defensie – industrie levert het beste materieel voor de beste prijs. Zo zijn de Nederlandse dieselelektrische onderzeeboten superieur aan die van andere landen, omdat ze overal ter wereld inzetbaar zijn; ze kunnen in zout en zoet water, warm en koud water opereren. Ook loopt Nederland voorop in de markt voor vliegtuigbekabeling en – landingsgestellen en we zijn vooraanstaand op het gebied van cyberveiligheid. Dat geeft de Nederlandse krijgsmacht een onbetaalbare voorsprong op andere landen en een echt betekenisvolle bijdrage aan internationale samenwerking.

2. School of the Nation en versterking arbeidsmarkt

Het bedrijfsleven staat klaar om te helpen de adaptieve krijgsmacht te versterken en toekomstbestendig te maken door het delen van kennis en de inzet van arbeidscapaciteit. Dat vraag t om samenspel van Defensie, OCW en SZ W . Defensie kan een unieke basis bieden om mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt klaar te maken voor hun verdere loopbaan in het bedrijfsleven. Zo kan de kennis en kunde binnen de overheid én het bedrijfsleven optimaal floreren en wordt de som groter dan alleen de optel som van de delen.

3. Industrieel belang

De versterking van de samenwerking binnen de Gouden Driehoek van kennisinstellingen, de industrie en defensie maakt ons slagvaardiger, productiever, efficiënter en effectiever dan de rest van de wereld. De Nederla ndse defensie – industrie biedt hierdoor direct en indirect werk aan zo’n 15.000 tot 20.000 mensen en weet zo een omzet van ongeveer 5 miljard per jaar te realiseren.

4. R&D en innovatie

Ontwikkeling en onderhoud van high tech materieel vereist hoogwaardig personeel en bevordert innovatie waar de hele Nederlandse maatschappij profijt van heeft. Met een totaal van zo’n 200 mln aan R&D investeringen doet de defensie – industrie mee met de absolute top van de grote innovatieve sectoren in Nederland en lopen we v oorop met fysieke en digitale technologie voor het ontwerpen, bouwen en onderhouden van complexe systemen. Doordat de Nederlandse defensie – industrie deze kennis heeft, kan de krijgsmacht ook worden ontzorgd bij de instandhouding van wapensystemen.

5. Export versterkt Nederlandse positie

Dankzij de launching customer – rol van defensie bij investeringen wordt keer op keer het beste materieel voor de beste prijs geleverd. Daarmee hebben we bewezen, alles in handen om de mondiale exportmarkten te veroveren. Bijkomend voordeel van deze opschaling van productie is dat de marginale operationele kosten van het materie el in Nederland navenant zullen dalen. Door onze producten te exporteren , en zo grotere series te krijgen, kunnen we zelf goedkoper opereren en ziet defensie ontwikkelingskosten terugkomen.

Download het volledige persbericht Hier

‘Bedrijfsleven brengt alles in stelling om defensie te ondersteunen’

‘Het bedrijfsleven brengt alles in stelling om defensie de komende jaren te kunnen ondersteunen in haar belangrijke taak om voor vrede en veiligheid te zorgen.’ Die boodschap brengt Hans de Boer, voorzitter van VNO-NCW, vanavond op een bijeenkomst over de nieuwe Defensienota 2018 met branches, bedrijven, Kamerleden en minister Bijleveld. ‘Samen met defensie, andere overheden en bedrijven moeten we verder doorpakken om schaarse mensen op te leiden voor zowel de krijgsmacht als het bedrijfsleven. Ook is een goede investeringsagenda nodig die zorgt dat defensie kan werken tegen lage kosten en met behoud van een innovatieve en sterke industrie in eigen land.’

Veilig zakendoen

‘Nu de wereld rondom Europa erg onrustig is en bijvoorbeeld het aantal cyberaanvallen enorm toeneemt realiseren wij ons allemaal weer hoe belangrijk veiligheid is. Alleen in een veilige omgeving kun je zakendoen en is er vertrouwen bij ondernemers,’ aldus De Boer.

Defensienota; ‘de goede intenties, nu versneld uitvoeren’

Volgens De Boer bevat de nieuwe Defensienota veel goede intenties- zoals het door VNO-NCW bepleitte concept van ‘school of the nation’- maar komt het nu vooral aan op de uitvoering. Zo moeten we, samen met Defensie en andere Ministeries zoals OCW en SZW, slim samenwerken om bijvoorbeeld jongeren met een afstand tot de arbeidsmarkt klaar te maken voor een loopbaan bij defensie die ze daarna voort kunnen zetten in het bedrijfsleven. ‘Nu de krapte op de arbeidsmarkt enorm oploopt is nauwe samenwerking essentieel en moeten we dit komend jaar van de grond krijgen. Ook leveren we zo tegelijkertijd een bijdrage aan verschillende maatschappelijke vraagstukken,’ aldus De Boer. Door een slimme samenwerking met de industrie -bijvoorbeeld bij de bouw van de nieuwe onderzeeërs, fregatten en bij bijvoorbeeld cybertechnologie- krijgt defensie verder de beste spullen voor de beste prijs en zorgen we ook nog eens dat Nederland concurrerend blijft met een hoogwaardige industrie met succesvolle producten.

Hernieuwd convenant 

Om het belang van een goede samenwerking bij de uitvoering van de Defensienota te onderstrepen ondertekenen defensie en het georganiseerd bedrijfsleven vanavond een hernieuwd Convenant ‘Platform Defensie en Bedrijfsleven’. ‘Of het nou gaat om het inlenen van personeel/materieel, meer reservisten of de ontwikkeling van nieuwe innovatieve producten. Er is nog een wereld te winnen de komende jaren en met de ondertekening van dit convenant onderstrepen we dat,’ aldus de VNO-NCW voorzitter.

Achtergronden

De bijeenkomst over de Defensienota wordt georganiseerd door: Bouwend Nederland, Bovag, FME, Koninklijke Metaalunie, Nederland ICT, Netherlands Maritime Technology, NIDV, TLN, VNO-NCW en MKB-Nederland. Meer weten over het belang van de samenwerking tussen defensie en de Nederlandse industrie? Zie de bijgevoegde handout van alle deelnemende partijen. Zie ook onze eerdere NL Next Level publicatie; Een veilig Nederland in Europa en de wereld.

Betrokken branches

Bij de bijeenkomst over de Defensienota zijn tal van branches betrokken die stuk voor stuk een bijdrage willen leveren aan een sterkere krijgsmacht:

·       Jeannine Peek, voorzitter Nederland ICT: ‘De veiligheid van Nederland speelt zich meer en meer af in de digitale wereld. Goede cybersecurity en ICT skills zijn van landsbelang! Om Nederland en de Nederlandse strijdkrachten veilig en slagvaardig te houden denkt Nederland ICT, als vertegenwoordiger van de ICT sector, graag mee met Defensie.’

·       Voorzitter Hans Hillen van de Nederlandse Industrie voor Defensie en Veiligheid (NIDV), de stichting die bedrijven ondersteunt in het zakendoen met onder meer de krijgsmacht, is blij dat Defensie weer gaat investeren. De bedrijven zijn er klaar voor om de krijgsmacht te voorzien van goede vliegtuigen, schepen en voertuigen, waarbij cyberveiligheid een steeds belangrijker plaats inneemt. Bij de instandhouding van het materieel ziet hij graag een belangrijke rol voor de industrie, zodat de krijgsmacht zich nog meer kan toeleggen op haar kerntaak, het leveren van gevechtskracht.

·       Bas Ort van Netherlands Maritime Technogolgy: “De Koninklijke Marine fungeert als ‘launching customer’ voor deze innovatieve scheepstypes en -systemen. Door deze wisselwerking van operationele maritieme ervaring en hoogtechnologische maritieme bedrijven kan Nederland altijd beschikken over de meest moderne schepen tegen een aantrekkelijke prijs.”

·       Bert Faessen, hoofd branches en kenniscentra Koninklijke Metaalunie: ‘Gezien de innovatiekracht en flexibiliteit van de Nederlandse mkb-maakindustrie, kan het bijna niet anders dan dat defensie en het mkb elkaar vinden. De verschillende industriële ecosystemen in Nederland weten al lang hoe belangrijk dat is. Een ‘defensie ecosysteem’ is een ultieme aanvulling.’

·        FME-voorzitter en (duo)voorzitter Board Platform Defensie en Bedrijfsleven Ineke Dezentjé Hamming: ‘Defensie kiest voor samenwerking met de industrie en de industrie staat klaar om samen met Defensie deze uitdaging op te pakken. Laten we dus snel samen aan de slag gaan met de versterking van onze krijgsmacht en het innovatievermogen en de exportpositie van de Nederlandse industrie. Het hernieuwde Platform Defensie en Bedrijfsleven biedt hiervoor een goede kans.’

Bericht van VNO-NCW via Perssupport.nl

 

‘Samenwerking tussen industrie en defensie goed voor veiligheid’

‘Het bedrijfsleven brengt alles in stelling om defensie de komende jaren te kunnen ondersteunen in haar belangrijke taak om voor vrede en veiligheid te zorgen.’ Dat was woensdag de boodschap van Hans de Boer, voorzitter van VNO-NCW, tijdens een bijeenkomst over de nieuwe Defensienota 2018 met branches, bedrijven, Kamerleden en minister Bijleveld. ‘Samen met defensie, andere overheden en bedrijven moeten we verder doorpakken om schaarse mensen op te leiden voor zowel de krijgsmacht als het bedrijfsleven. Ook is een goede investeringsagenda nodig die zorgt dat defensie kan werken tegen lage kosten en met behoud van een innovatieve en sterke industrie in eigen land.’

Hernieuwd Convenant Platform Defensie en Bedrijfsleven

Om het belang van een goede samenwerking bij de uitvoering van de Defensienota te onderstrepen ondertekenden defensie en het georganiseerd bedrijfsleven een hernieuwd Convenant Platform Defensie en Bedrijfsleven. ‘Of het nou gaat om het inlenen van personeel/materieel, meer reservisten of de ontwikkeling van nieuwe innovatieve producten: er is nog een wereld te winnen de komende jaren en met de ondertekening van dit convenant onderstrepen we dat’, aldus de VNO-NCW-voorzitter.

Slimme samenwerking met de industrie

De nieuwe Defensienota bevat volgens De Boer veel goede intenties, maar komt nu vooral aan op de uitvoering. ‘Door een slimme samenwerking met de industrie – bijvoorbeeld bij de bouw van de nieuwe onderzeeërs, fregatten en bij bijvoorbeeld cybertechnologie – krijgt defensie de beste spullen voor de beste prijs en zorgen we ook nog eens dat Nederland concurrerend blijft met een hoogwaardige industrie met succesvolle producten.’

Lees verder op vno-ncw.nl en download hier het persbericht 5 redenen voor defensie en bedrijfsleven om nauw samen te werken.

Oudere berichten

© 2018 Marinebouw.nl

Thema gemaakt door Anders NorenBoven ↑