Marinebouw.nl

Nieuws over de Nederlandse Gouden Driehoek

Categorie: Nationale ontwikkelingen (pagina 1 van 8)

Strijd onderzeebootorder barst los

Door acties van de Franse Naval Group en het Duitse ThyssenKrupp Marine Systems lijkt de strijd om de lucratieve Nederlandse order voor de bouw van vier onderzeeboten in alle hevigheid los te barsten. De Fransen hebben inmiddels met Royal IHC een consortium opgericht om de order binnen te halen en ThyssenKrupp heeft aangeboden de bouw in Den Helder te laten plaatsvinden. Dit laatst zou in de Kop van Noord-Holland circa 2000 nieuwe banen opleveren.

Lees verder op Schuttevaer.nl

Duitsers uit de race om bouw Nederlandse onderzeeboten, het gaat nu tussen Saab/Damen en de Fransen

Het kabinet neemt naar verwachting volgende week vrijdag een besluit over de aanschaf van nieuwe onderzeeboten voor de Koninklijke Marine. Zeer betrouwbare bronnen bevestigen tegenover het Noordhollands Dagblad dat de Duitse werf ThyssenKrupp en het Spaanse Navantia afvallen. Met de Zweeds-Nederlandse combinatie Saab-Damen en de Franse Naval Group wordt verder gegaan. Voor de Duitsers is deze uitkomst een grote tegenvaller. Lang was ThyssenKrupp ervan overtuigd voor Nederland, Noorwegen en Duitsland onderzeeboten te gaan bouwen.

,,Halverwege vorig jaar stokten de gesprekken plotseling”, vertelt Holger Isbrecht van ThyssenKrupp Marine Systems. ,,Vervolgens kwam Nederland met een nieuwe Defensie Industrie Strategie waarin volop werd ingezet op het beschermen van het Nederlandse maritieme bedrijfsleven.”

Voor de Duitse werf was dit het sein voor een offensief richting Den Helder. Topman Rolf Wirtz kwam in oktober met Isbrecht naar het Helderse gemeentehuis om aan burgemeester Schuiling en havenwethouder Visser uit te leggen wat de Duitse plannen waren. Tijdens een persconferentie in Den Haag maakte Isbrecht vorige week bekend dat ThyssenKrupp de boten in Den Helder wil gaan bouwen en dat daar zo’n 2000 banen mee gemoeid zijn.

Slecht nieuws
Donderdag was Isbrecht wederom in Den Helder om gesprekken te voeren op het gemeentehuis en met de directie van Port of Den Helder. ThyssenKrupp wil een kantoor openen in het havengebied. Vrijdagochtend kreeg Isbrecht van een Haags contact te horen dat er een kabinetsbesluit in voorbereiding is waar bij de Duitse werf buiten de boot valt.
Isbrecht zegt: ,,Niet alleen slecht nieuws voor ons, maar ik vind dit een gemiste kans voor Den Helder en regio. Het gebied loopt zo de banen mis die wij er willen brengen.”

Ook van andere zijde wordt bevestigd dat de Nederlandse overheid mikt op verdergaan met Saab-Damen en Naval Group. Saab-Damen is eveneens van plan werk naar de Helderse regio te verplaatsen.

Vertrouwde partner
De afbouw van de onderzeeboten, decennialang onderhoud (dertig jaar) en het onderhoud van onderzeeboten van andere landen gebeurt dan in Den Helder. Damen wil samen met de marinewerf meer onderhoud gaan doen in de Nederlandse marinestad, ook van andere typen schepen. Het is niet bekend hoeveel banen daarmee gemoeid zijn. ,,Er zijn bij de ministeries van defensie en economische zaken zorgen over de Duitse partner”, zegt een betrokkene die niet geautoriseerd is om over dit onderwerp naar buiten te treden. ,,Het gaat om een project voor de lange termijn, dertig tot veertig jaar. De overheid wil liever met een vertrouwde partner in zee gaan.”

Daarnaast valt uit marinekringen te vernemen dat de onderzeeboot 212CD van ThyssenKrupp niet voldoet aan de gestelde eisen.

Lees verder op Noordhollandsdagblad.nl

‘Voor nieuwe onderzeeboten zou Defensie nu keuze voor één partij moeten maken’

Carel Prins stond aan de basis van de (voorlopig) laatste onderzeeboot die in Nederland is ontworpen, de Moray. Hij had een belangrijke rol in de huidige modernisering van de Walrusklasse en bij de start van de vervanging. Marineschepen.nl sprak hem over de Moray, over RDM en over de huidige aanbesteding. Over de vorige week aangekondigde samenwerking tussen IHC en Naval Group: “dat is een PR-stunt.” 

“Ik ben onpartijdig,” begint Carel Prins aan de eettafel als ik hem vrijdagmiddag spreek na een week vol nieuws, spins en spanning rond de nieuwe Nederlandse onderzeeboten. De Duitsers wisten het hoofd op hol te brengen van de lokale Helderse media door banen en boten te bieden, de Fransen trommelden de pers op voor een samenwerking die in november door de Franse CEO tussen neus en lippen door al was aangekondigd. De Zweden met Damen hielden zich opvallend stil en Navantia gelooft er niet meer in of is in gedachten al door naar de volgende ronde. Het tumult doet Prins weinig. Hij laat het nieuwsbericht zien van de samenwerking tussen IHC en Naval Group. “Dat had ik niet verwacht,” zegt hij eerlijk. Prins vernam het nieuws via de media, hij maakt geen deel meer uit van de inner circle van de marine of de industrie.

Moray
Carel Prins studeerde werktuigbouw in Delft tot 1964 en promoveerde acht jaar later op een onderwerp dat te maken had met de bouw van kernreactoren. Al snel kwam hij bij de Rotterdamsche Droogdok Maatschappij (RDM) terecht, maar zijn werk stond volledig los van onderzeeboten, ondanks dat de Walrusklasse op de RDM in aanbouw was. Prins wist helemaal niets van onderzeeboten.

Juist omdat hij niet betrokken was bij de Walrus kreeg hij de opdracht om een exportonderzeeboot voor de RDM te ontwikkelen. Er was onderzoek gedaan naar de onderzeebootmarkt, en er waren kansen. Dus Prins voer mee op Hr.Ms. Zwaardvis, ervoer hoe het is als de boot onder water geraakt wordt door een Duitse oefentorpedo en kwam op het idee van een onderzeebootontwerp van verschillende grootten. Een familie boten van 1200, 1400 en 1800 ton; de Tromboneklasse was geboren.Die naam werd direct getorpedeerd en veranderd in Moray, maar het idee bleef staan en met ontwerpbureau Nevesbu werd een serie onderzeeboten ontwikkeld. Zo’n zestien jaar lang probeerde de RDM, met Carel Prins als projectleider, die onderzeeboot te verkopen. Teams van de RDM gingen de hele wereld over, van Nigeria tot Zuid-Korea en van Egypte tot Indonesië. Een paar keer kwam de verkoop heel dichtbij, maar het ontbrak RDM aan steun vanuit de overheid. Prins: “De politieke ondersteuning van Nederland om dit soort producten te exporteren was nul of minder.” Concurrenten hadden die steun wel. De Moray werd nooit verkocht, maar was wel tot in detail uitgewerkt. Het zal dus nog lange tijd de laatste echt in Nederland ontworpen onderzeeboot blijven.

Lees verder op Marineschepen.nl

Naval Group: “Wij gebruiken bewezen technologieën van nucleaire onderzeeboten”

De spanning neemt toe in de race om de Nederlandse onderzeeboten. Vanochtend gaven zowel het Duitse TKMS als het Franse Naval Group een persconferentie in Den Haag. Marineschepen.nl interviewde Mark van Rooij, CEO van Naval Group Nederland en de Australische oud-onderzeebootman Sean Costello over de nieuwe samenwerking met IHC en het ontwerp van Naval Group voor Nederland. 

Enkele maanden geleden opende Naval Group een vestiging in Den Haag, met aan het hoofd Mark van Rooij. Van Rooij, afkomstig uit de luchtvaart, was eerder nauw betrokken bij de aanbesteding van de JSF. Behalve van Franse collega’s krijgt Van Rooij op onderzeebootgebied ook ondersteuning van Sean Costello. De oud-onderzeebootman behoorde tot de eerste bemanningsleden van de Collinsklasse, maakte meerdere grote aanbestedingen mee van marine- en industriezijde en was CEO van Naval Group Australië.

In een apart belegd interview gingen Costello en Van Rooij dieper in op de vandaag aangekondigde samenwerking met IHC. Ook wilden ze iets meer zeggen over het ontwerp dat Naval Group aan Nederland heeft voorgesteld en ingaan op statements van TKMS in het artikel dat Marineschepen.nl gisteren publiceerde.

Barracuda-bloedlijn
Hoe het ontwerp van Naval Group voor Nederland er precies uit ziet, maakt het bedrijf niet bekend. Vooral omdat in de huidige fase de eisen aan de boot niet bekend zijn. Sean Costello: “Ik kan niet ingaan op het specifieke voorstel voor Nederland, maar wat ik wel kan zeggen is dat de technologieën die het een superieure onderzeeboot maken, voortkomen uit meerdere onderzeebootklassen.” Naval Group heeft voor het ontwerp gebruik gemaakt van de succesvolle delen van de conventionele Scorpèneklasse die het bedrijf over de hele wereld exporteert. Toch volgt het ontwerp de bloedlijn van de Barracuda, zegt Van Rooij. Costello vult aan: “Juist de technologieën van de nucleaire onderzeeboten zorgen voor een echte verbetering vergeleken met eerdere conventionele onderzeeboten. Zoals de sensortechnologie, hydrodynamische eigenschappen, gering eigen geruis en de mogelijkheid om ook stil te blijven bij hoge vaart.”

Lees verder op Marineschepen.nl

Duitse scheepswerf TKMS heeft Nederland aangepast aanbod voor onderzeeboten gedaan

In de slotminuten van de wedstrijd heeft ThyssenKrupp Marine Systems (TKMS) Nederland een aangepast aanbod gedaan voor onderzeeboten. Het Duitse bedrijf had eerder de Type 212CD aangeboden, die ook voor Duitsland en Noorwegen wordt gebruikt. TKMS biedt nu zelf een flexibeler ontwerp aan, plus het gebruik van de technologie van het ontwerp voor Nederland. Dat bleek tijdens een bezoek van Marineschepen.nl aan TKMS vorige week. 

Vorige week woensdag was Jaime Karremann van Marineschepen.nl in Kiel om de werf en het aanbod van TKMS te bekijken. Daarmee was de Duitse werf de laatste in de rij van vier bezoeken aan scheepswerven die de vervanger van de Walrusklasse willen bouwen. Eerder schreef Marineschepen.nl al dat TKMS in de strijd om de nieuwe Nederlandse onderzeeboten was teruggezakt van de koppositie naar een plaats die uitschakeling betekent. In Kiel bevestigde de Duitse werf dat het er voor TKMS lang goed uitzag, omdat Duitsland en Nederland op hoog niveau spraken over een samenwerking op gebied van onderzeeboten. Hoe de deal er verder uitzag zegt het bedrijf niet, maar zeker is wel dat gesproken werd over onderzeeboten voor Duitsland, Noorwegen én Nederland. Om het maximale uit die samenwerking te halen, moesten de boten voor Duitsland, Noorwegen en Nederland identiek zijn. Dus bood TKMS Nederland de Type 212CD aan.

Type 212CD
De Type 212CD is een onderzeeboot die volgde op de Type 212NG (Next Generation), een ontwerp van TKMS voor de Duitse marine. De NG kwam op zijn beurt weer voort uit de 212A. Toen Noorwegen geïnteresseerd bleek, zag de Type 212 Common Design het licht. Omdat Noorwegen en Duitsland nog altijd in overleg zijn over het ontwerp, heeft TKMS nog niets bekend kunnen maken over de onderzeeboot. Om toch een beeld te schetsen van de onderzeeboot, licht TKMS een tipje van de sluier op.

Volgens TKMS is de 212A specifiek voor de Oostzee ontworpen en is de 212CD een ocean going ontwerp. Marineschepen.nl heeft begrepen dat 212CD een waterverplaatsing van 2400 ton heeft. Dat is beduidend groter dan de 212A en komt meer in de buurt van de Walrusklasse van 2800 ton. Verder krijgt de 212CD een composieten schroef die volgens TKMS veel lichter en stiller is. Daarnaast wordt a-magnetisch staal gebruikt om zo min mogelijk zichtbaar te blijven voor magneetsensoren. De 212CD voldoet aan de eisen van Defensie voor zover die bekend zijn. Toch voldoet deze boot niet maximaal aan de wensen van de Onderzeedienst, erkent ook TKMS. Lang zag het Duitse bedrijf zich genoodzaakt om alleen de standaard 212CD aan te bieden met het oog op de lopende gesprekken op hoog niveau in het kader van internationale samenwerking.

Lees verder op Marineschepen.nl

Vervanger Walrusklasse onderzeeboten

De Vervanger Walrusklasse, bestaat uit nieuwe onderzeeboten voor de Koninklijke Marine die vanaf 2027 de huidige Walrusklasse onderzeeboten opvolgen, als zij daadwerkelijk door de Nederlandse regering worden besteld. Het project bevindt zich nog in de beginfase. De onderzeeboten zullen dieselelektrische onderzeeboten worden, mogelijk met als aanvulling luchtonafhankelijke voortstuwing.

De vier dieselelektrische onderzeeboten van de Walrusklasse bereiken rond 2025 het einde van de levensduur. Deze zullen dan niet meer inzetbaar zijn. De boten moeten vervangen worden of de Onderzeedienst wordt opgeheven.

1. In het kort en actueel
2. Begin van het project (2005 – 2015)
3. De eerste fases (2016 – 2019)
4. Planning
5. Eerste (deels) buitenlandse nieuwbouw
6. Kosten
7. Bouwer en internationale samenwerking
8. De ontwerpen van Saab, Naval Group, TKMS en Navantia
9. Wensen Onderzeedienst
10. Drones
11. Aantal onderzeeboten
12. Specificaties 

Bekijk op deze pagina van Marineschepen.nl alle hoofdstukken en lees alles over vervaning van de Walrusklasse.

Strijd om Nederlandse onderzeeebootdeal feller: TKMS opent aanval

“Het is alsof je Fokker vraagt een straaljager te bouwen,” zei de CEO van de Duitse scheepswerf TKMS Rolf Wirtz zaterdag in De Telegraaf. De marktleider op onderzeebootgebied opende daarme de aanval op de combinatie Saab-Damen die momenteel als een van de grote kanshebbers voor de Nederlandse onderzeeboten geldt. Wirtz legt vooral de nadruk op de relatieve onervarenheid van de concurrenten en de bijbehorende risico’s. 

In 2013, nog voordat Defensie openlijk over vervanging sprak, waren er al intentieverklaringen met Noorwegen en later Duitsland getekend over samenwerking op gebied van onderzeeboten. Uit gesprekken die Marineschepen.nl in de jaren daarop voerde kwamen steeds vaker (onbevestigde) verhalen naar voren waaruit bleek dat TKMS de order zou krijgen. Dat veranderde echter plotseling, in een tijd dat TKMS het op alle fronten moeilijk kreeg. Het verloor bijvoorbeeld de competitie om Australische onderzeeboten van Naval Group, er waren technische problemen met nieuw door hen opgeleverde schepen en onderzeeboten, TKMS werd zelfs uitgeschakeld in de race om Duitse MKS-180 fregatten.

TKMS zakte ver terug. Sinds vorig jaar lijkt de strijd vooral te gaan om Saab-Damen en Naval Group. Aangezien de verwachting is dat twee van de vier partijen naar de volgende ronde zullen gaan, is een derde plaats uiterst zorgelijk voor TKMS. Bij TKMS is er bovendien de vrees dat de strijd al gelopen is en de keuze achter de schermen is gevallen op de Zweeds-Nederlandse combinatie. De tijd om er nog iets aan te doen dringt, want binnen een paar weken wordt de verlossende B-brief van staatssecretaris Barbara Visser verwacht.

Ervaring
TKMS was de afgelopen jaren nauwelijks in de publiciteit omtrent de Nederlandse onderzeebootdeal (wel zijn er veel contacten met Defensie geweest), maar nu wordt het offensief gekozen om uit deze benarde situatie te komen. Speerpunt: de risico’s van onderzeebootbouw. Uiteraard een gevoelig punt in politiek Den Haag, waar men risico’s zoveel mogelijk wil uitbannen. Vanuit PR-oogpunt een (voor de korte termijn) slimme zet, en TKMS heeft ook een punt. TKMS heeft namelijk van alle partijen die deelnemen in de competitie verreweg de meeste onderzeeboten ontworpen en gebouwd. Hoe meer ervaring, hoe meer kennis en hoe minder risico, is het idee. En met die ervaring zit het wel goed. Want TKMS heeft, nadat de laatste door Nederland gebouwde onderzeeboot in 1994 in dienst werd gesteld, volgens een telling van Marineschepen.nl 73 onderzeeboten gebouwd of in bestelling gekregen voor de komende jaren. Deze onderzeeboten werden ontworpen en/ of gebouwd voor twaalf verschillende landen, in tien verschillende variaties en worden over de hele wereld gebouwd. Van Duitsland tot Singapore en van Zuid-Korea tot Brazilië.

Navantia, Naval Group en Saab Kockums komen niet eens in de buurt, zelfs niet als al hun projecten vanaf 1995 bijelkaar worden opgeteld. Naval Group heeft, volgens Marineschepen.nl, sindsdien namelijk 43 onderzeeboten gebouwd/ in bestelling. Veertien daarvan, Scorpènes, werden in samenwerking met Navantia gefabriceerd. Ook de Franse werf bouwde de onderzeeboten in eigen land en het buitenland. Van de 43 bouwden ze zes verschillende varianten.
Een belangrijk voordeel dat Naval Group vergeleken met de andere bouwers heeft, is dat 14 van die 43 onderzeeboten nucleaire onderzeeboten zijn. Acht daarvan zijn zelfs nucleaire onderzeeboten met ballistische raketten (SSBN). Daar zijn de Fransen terecht trots op, want die onderzeeboten zijn nog complexer dan conventionele onderzeeboten.

Het Spaanse Navantia bouwde dus veertien Scorpènes samen met de Fransen, alvorens zij aan hun eerste eigen project begonnen, de S-80. In totaal 18 boten in de laatste 25 jaar. Wat er gebeurde met de S-80 is bekend, een vertraging van 11 jaar een kostenoverschrijding van ruim een miljard euro. Maar, zeggen de Spanjaarden, we hebben er van geleerd en beginnen niet meer vanaf nul aan een ontwerp.

Lees verder op Marineschepen.nl

WEG AND PRAXIS SIGN MOU TO SUPPORT DAMEN SAAB BID FOR THE BRAZILIAN NAVY

On December 13th, Brazilian company WEG Electric Equipment and Dutch company Praxis Automation Technology, both leading companies within their respective fields, signed a Memorandum of Understanding (MoU) to support the bid of Damen Shipyards Group and Saab for the construction of four corvettes for the Brazilian Navy. For the Tamandaré class corvettes bid, Praxis and WEG will be partners for the supply of the complete Integrated Platform Management System (IPMS).

The signing took place at Damen Schelde Naval Shipbuilding in the Netherlands and was witnessed by staff from Damen, Saab and its strategic Brazilian partner Wilson Sons Estaleiros.

Praxis and WEG already have a track record of cooperation in Brazil, with the two companies jointly installing equipment on board more than 40 vessels built by Wilson Sons Estaleiros and designed by Damen, including the first diesel-electric PSV in Brazil. Praxis develops, manufactures and delivers innovative automation and navigation equipment, while WEG is a Brazilian technology company that among many other activities is active in the area of industrial automation.

With this MoU, the Damen Saab Tamandaré consortium is ensuring another strong partnership with two leading Brazilian companies, which will be part of the project to build four corvettes in Brazil. It proves the intention of the consortium to present a credible and reliable offer to the Brazilian Navy with a proven ship design (SIGMA 10514), a world class Combat Management System and strong partnerships with Brazilian companies for the construction and ‘through life support’ of the future Tamandaré class.

Lees verder op Damen.com

EEN NIEUWE GENERATIE SCHEPEN, EEN NIEUWE GENERATIE MARINEPERSONEEL

Binnen 10 jaar is het zover: de vervangers van de M-fregatten, onderzeeboten,  mijnenjagers en het combat support ship, zullen kort na elkaar worden opgeleverd. Kenmerkend voor al deze schepen is dat de hoge automatiseringsgraad van de scheepssystemen, het opleidingsniveau en de samenstelling van de bemanning op elkaar zijn afgestemd. Hierdoor kun je in de toekomst met kleinere bemanningen veel meer doen dan vroeger het geval was. Daarover ging het symposium ‘Manning & Automation’ in Den Helder.

Op 1 november presenteerden onder andere TNO, Defensie, en de defensie-industrie (RH Marine, Thales, en Damen) onderzoeksresultaten van meer dan 30 deelprojecten en studies op het symposium Manning & Automation in Den Helder. Kapitein-luitenant ter zee technische dienst Ton van Heusden, manager van het programma ‘Manning & Automation’, adresseert de jonge generatie marinepersoneel in de zaal: “De dreiging wordt steeds complexer, sneller en gevarieerder. Willen wij hier beter op kunnen anticiperen, dan is een nieuwe generatie geavanceerde schepen onontkoombaar. Deze schepen zullen met steeds minder personeel worden uitgerust, waardoor innovaties in de ondersteuning van de bemanning aan boord noodzakelijk zijn. Een nieuwe generatie schepen uitgerust met een nieuwe generatie personeel.”

MANNING AUTOMATION

De partners in Manning & Automation richten zich op uitwisseling en integratie van informatie uit combat-, platform- en bridgemanagement systemen. Hierdoor ontstaan niet alleen betere systemen maar ook effectievere vormen van gebruik en samenwerking tussen de systemen en de bemanning. Van Heusden: ”Door informatie uit te wisselen tussen de systemen en met de bemanning, optimaliseren we de bedrijfsvoering aan boord en is de Marine in staat om betaalbaar met technisch hoogwaardige schepen te blijven varen. Maar dat is niet alles. De kennis die in Manning & Automation wordt ontwikkeld is niet alleen essentieel voor de Marine. Een onderzoeksinstituut als TNO kijkt naar intelligente autonome systemen die met mensen kunnen samenwerken terwijl industrie als Thales, RH Marine en Damen hun innovatieve slagkracht en innovatietempo kunnen vergroten. Iedere partner speelt zijn eigen cruciale rol. Er is een enorme drive om samen beter te worden!”

ONDERZOEK WORDT ECHT OP DE SCHEPEN GEBRUIKT

Een deel van de resultaten die op de innovatiemarkt zijn gepresenteerd wordt momenteel geschikt gemaakt voor implementatie op de schepen en is onderdeel van het eisenpakket van de nieuwbouwschepen. Voorbeelden zijn digitalisatie van battle damage repair, onderdelen van de informatie uitwisselingstructuur, automatisch re-configureren van koudwatersystemen en de effecten van bemanningsoptimalisatie op het ontwerp en de inrichting van operationele scheepsruimten.

Lees verder op TNO.nl

Defensie omarmt MKB op Dag van de Ondernemer

Defensie greep de Dag van de Ondernemer aan om duidelijk te maken hoe belangrijk het Nederlandse Midden – en Kleinbedrijf (MKB) is voor de krijgsmacht. Minister Ank Bijleveld-Schouten ging hiervoor naar Van Halteren in Bunschoten, waar ze een dankbetuiging overhandigde.

Commandant Defensie Ondersteuningscommando luitenant-generaal Emile van Duren
Bijleveld: “MKB’ers zijn enorm belangrijk voor de Nederlandse economie en zeker ook voor Defensie. Wij werken veel en graag met hen samen. Op deze Dag van de Ondernemer staat het MKB in het zonnetje. Terecht! Het zijn innovatieve en flexibele bedrijven met oog voor het maatschappelijk belang. Eigenschappen die wij zoeken om oplossingen te vinden voor uitdagingen.”

Belangrijke dag

Dat Defensie de dag belangrijk vindt, blijkt wel uit de 6 werkbezoeken die het aan verschillende partners brachten. Plaatsvervangend Commandant Landstrijdkrachten generaal-majoor Kees Matthijssen bezocht HTC. Samen werken ze aan het Fieldlab Smartbase, een gestandaardiseerde legerbasis van toekomst. Zo ontwikkelden ze een een gestandaardiseerde toegangspoort in een 20feet-container.

Directeur Defensie Materieel Organisatie vice-admiraal Arie Jan de Waard en de commandant van Koninklijk Instituut voor de Marine bezochten het bevrachtingskantoor en rederij Spliethoff. Hier liggen kansen bij opleidingen en het ter beschikking stellen van schepen. Zo mogen 10 marineofficieren in opleiding meevaren bij Spliethoff. Commandant Defensie Ondersteuningscommando luitenant-generaal Emile van Duren ging langs bij Sensz een dienstverlener op het gebied van voedselveiligheid en partner van Paresto.

De marine bezocht het Helderse bedrijf Multimetaal. Er werd gesproken over samenwerking zoals het delen van kennis, lassers en het delen van schaarse technische middelen.

Meekijken

De minister sprak bij Van Halteren over de bijzondere manier waarop de partijen het herstel regelen van hoofdcomponenten van het CV90-infanteriegevechtsvoertuig. Defensies Afdeling Techniek onderzoekt of een onderdeel hersteld kan worden en wie dat doet. Als de industrie een onderdeel herstelt, mag de landmacht meekijken om ervan te leren. Een voorbeeld van slim samenwerken zoals dat past binnen een adaptieve krijgsmacht.

Lees verder op Defensie.nl

Oudere berichten

© 2019 Marinebouw.nl

Thema gemaakt door Anders NorenBoven ↑