Marinebouw.nl

Nieuws over de Nederlandse Gouden Driehoek

Dutch keep Walrus submarine race going for a bit longer

COLOGNE, Germany — The Dutch government has postponed a supplier decision to replace its four Walrus submarines, telling parliament that further study of the issue is needed until the summer.

The development, announced in a letter late last month by State Secretary for Defence Barbara Visser, comes as some expected a decision this spring. Government officials now say they need more time to study the competitors’ latest offers related to domestic industry participation in their proposals.

The companies vying for the multibillion-dollar Walrus contract are Naval Group of France, Navantia of Spain, Saab’s Kockums of Sweden, and ThyssenKrupp Marine Systems of Germany.

The additional study follows attempts by competitors to tweak their proposals in light of a new Dutch defense industry strategy released in November. That document prescribes that the production of maritime platforms remain mostly a national affair, with roughly 25 percent of projects sourced from international collaborations.

“The Netherlands has the ambition to design and produce certain military capabilities itself,” reads a summary of the strategy document. “In doing so, we will take into account the industries that are already present in the Netherlands as well as the country’s capacity and possible limitations. What does this mean in concrete terms? We want to preserve and strengthen our naval shipbuilding industry, for example.”

Lees verder bij Defense News

Geen ’kenniswerk’ nodig voor nieuwe mijnenjagers

Premium

Geen ’kenniswerk’ nodig voor nieuwe mijnenjagers

Dat Nederlandse bedrijven als Damen buiten de boot zijn gevallen in de aanbesteding van nieuwe mijnenjagers was al bekend, maar nu blijken ook kennisinstituten als Marin en TNO in het geheel niet nodig te zijn.

Dat blijkt uit het antwoord van de bewindslieden van Defensie op een reeks van Kamervragen die gesteld zijn naar aanleiding van het gunnen van de miljardenorder aan een Frans-Belgische combinatie die geleid wordt door het Franse staatsbedrijf Naval Group.

Diverse Kamerleden wezen de politieke leiding van het ministerie op de Letter of Intent met België uit 2016, waarin gekozen werd voor gezamenlijk onderzoek, ontwikkeling en verwerving van zowel fregatten als de mijnenbestrijdingscapaciteit. In dat stuk staat expliciet verwoord dat partijen voor beide projecten zo spoedig mogelijk initiatieven zullen starten om tot overeenstemming te komen over onder meer ‘het deelnemen aan en financieren van gezamenlijk onderzoek en ontwikkeling voor de nieuwe schepen’.

Hoekstra biedt opening voor eurozonebudget

Hanzegroep – Minister Hoekstra ziet toch „meerwaarde” in een eurozonebudget. Mits aan enkele voorwaarden van de zeven kleine ‘Hanzelanden’ wordt voldaan.

Het dreigement van minister Wopke Hoekstra (Financiën, CDA) om Nederland niet mee te laten doen aan het nieuwe eurozonebudget is voorlopig van tafel. In plaats daarvan heeft hij nu met zes andere kleinere noordelijke EU-landen een voorstel gedaan om het budget meer naar hun voorkeur in te richten.

De informele club van zeven, bekend als de Hanzegroep, verzet zich tegen onder meer Franse ideeën om eurolanden extra – boven hun reguliere EU-afdracht – te laten bijdragen via bijvoorbeeld specifieke eurozone-belastingen. Ook willen ze vastleggen dat eurolanden zeggenschap blijven houden over de besteding van het geld. Dinsdag hebben de zeven (Nederland, Denemarken, Finland, Ierland, Letland, Litouwen en Zweden) hun voorstel naar Eurogroepvoorzitter Mário Centeno gestuurd.

Lees verder bij NRC

When it comes to being a weird mob, the French are gold medallists

An interesting yarn out of the ABC this week noted the many cultural clashes between the French and the Australians thrown together in the $50 billion exercise underway in the Adelaide shipyards to build Australia’s future submarine fleet of a dozen Shortfin Barracudas using Francais savoir-faire and good ol’ Aussie grunt.

For you see, when the French display a little je-ne-sais-quoi, the mystified Australians talk something about raw prawns to their stunned French counterparts.

On that subject, the Australians have no clue why, for the French, meal times are so sacrosanct. And the French can’t get their head around the fact that Australians think burning some snags on a hot top can be called a meal at all.

Lees verder in de Sydney Morning Harald

Cultural clashes dividing French, Australian officials working on $50 billion ‘attack class’ submarine program

After securing the so-called “contract of the century”, the French company chosen to build Australia’s future submarines has conceded it’s having cultural clashes with its $50 billion customer, with lunch and meeting times proving problematic.

Key points:

  • The ABC has been told of numerous frustrations between French and Australian officials working on the contract
  • One official said Australians needed to understand the sanctity of the lunch break — not just a sandwich snatched at the screen
  • The French Naval Group is developing “intercultural courses” for French staff being posted to Australia

In 2016, former prime minister Malcolm Turnbull announced French company Naval Group, then known as DCNS, had been awarded the lucrative contract, beating rival bids from Germany’s TKMS and the Japanese Government.

Since that time the ABC has been told of numerous difficulties and frustrations between French and Australian officials, although a long-awaited strategic partnering agreement was finally signed earlier this year.

In a series of candid interviews with the defence industry publication SLDInfo.com, Naval Group officials have now offered insights into the problems the French company is facing in dealing with Australia.

“Not everyone thinks like the French,” explained Jean-Michel Billig, Naval Group’s program director for the project to build 12 new “attack class” submarines.

Lees verder bij ABC

NMT vindt antwoorden Defensie op Kamervragen over mijnenbestrijdingsvaartuigen geen steun in de rug voor Nederlandse bedrijven

NMT is teleurgesteld over de antwoorden op de Kamervragen, die gesteld zijn naar aanleiding van de gunning van de order voor de mijnenbestrijdingsvaartuigen aan het consortium onder leiding van het Franse Naval Group. De staatssecretaris van Defensie geeft aan dat de mogelijkheden voor Nederlandse bedrijven om te participeren in het project beperkt zijn. Het Ministerie van Defensie heeft er destijds voor gekozen om de verwerving, de bouw en het onderhoud van deze schepen volledig in handen van de Belgische overheid te leggen. NMT concludeert dat, behalve het mede organiseren van matchmaking events, het kabinet geen concrete acties zal ondernemen om Nederlandse maritieme toeleveranciers een positie te geven in de bouw van de schepen.

Nauwelijks kennisontwikkeling in Nederland
Het ministerie geeft desgevraagd aan dat het door het Belgische aanbestedingsproces niet mogelijk is om te pleiten voor inzet van Nederlandse kennisinstituten. Immers, doordat ervoor is gekozen om deze aanbesteding aan de Belgen over te laten, is de huidige Defensie Industrie Strategie (DIS) niet van toepassing. In de DIS wordt het nut en de noodzaak van inbreng van hoogwaardige technologie door Nederlandse bedrijven en kennisinstellingen in het vervangingsprogramma van de Koninklijke Marine benadrukt. NMT was ondanks de manier van aanbesteden hoopvol over de inbreng van Nederlandse maritieme toeleveranciers en kennisinstellingen bij de reeds gegunde order voor de mijnenbestrijdingsvaartuigen. Helaas werd in de schriftelijke beantwoording van de vragen bevestigd dat er zelfs geen mogelijkheid is voor inzet van Nederlandse kennisinstituten. Bovendien is benadrukt dat systemen vooral van de plank worden gekocht.

Op vragen van Kamerleden, gesteld tijdens het Algemeen Overleg Materieel Defensie op 25 april, gaf de staatssecretaris aan wel te willen bekijken hoe Nederlandse kennisinstellingen alsnog kunnen worden betrokken bij de bouw van de mijnenjagers. NMT concludeert dat de kennisontwikkeling minimaal lijkt. Nederlandse bedrijven die een specialisme in mijnenbestrijdingstechnologie hebben en daarmee de Nederlandse veiligheidsbelangen dienen, profiteren niet van enige kennisontwikkeling.

Matchmaking events
Om een zo evenwichtig mogelijke verdeling van de maatschappelijke return te bewerkstelligen, worden coördinatievergaderingen en Industriedagen (matchmaking events) georganiseerd. Volgens Defensie ‘biedt dit de Nederlandse industrie derhalve goede kansen’. NMT vind deze inspanning minimaal, maar zal zich actief inzetten voor deelname van haar leden aan dergelijke events.

Hoopvol voor toekomstige projecten
NMT rekent er op dat het kabinet de nationale Defensie Industrie Strategie (DIS) voor eventuele toekomstige projecten als een belangrijk afwegingkader zal toepassen. De staatssecretaris van Defensie benadrukte tijdens het Algemeen Overleg Materieel Defensie op 25 april dat de DIS leidend is bij toekomstige projecten. Wij gaan er daarom van uit dat de betrokkenheid van de Nederlandse strategische kennis en kunde bij andere marinebouwprojecten groot zal zijn.

Lees verder bij NMT

Nederlandse aanschaf van nieuwe onderzeeboten vertraagd

Het ministerie van Defensie wil graag zaken doen met Saab, andere ministeries zouden vinden dat er te veel tunnelvisie is in de aanbesteding.

De aanschaf van nieuwe onderzeeboten door Nederland laat langer op zich wachten. De miljardenaankoop is nog in de aanbestedingsfase. De volgende stap zou aanvankelijk eind 2018 al worden gezet, maar het proces is vertraagd. Dat schrijft staatssecretaris Barbara Visser (Defensie, VVD) in een brief aan de Tweede Kamer.

Als belangrijkste reden noemt Visser de Defensie Industrie Strategie, die de ministeries van Defensie en Economische Zaken in november samen presenteerden. Daarin namen zij zich voor de eigen, Nederlandse industrie voortaan voorrang te geven bij grote Defensie-uitgaven, zoals andere Europese landen ook doen.

De vier partijen die dingen naar de aanbesteding hebben op grond van de strategie nieuwe of aangepaste plannen ingediend „over de industriële aspecten” van de onderzeebootvervanging. „Op grond hiervan is besloten een aanvullend onderzoek te doen waarin alle vier de genoemde werven worden betrokken.” Het gaat om de consortia Naval Group (Frankrijk), Navantia (Spanje), Saab Kockums (Zweden) en TKMS (Duitsland).

Lees verder bij het NRC

Volgende fase nieuwe onderzeeboten uitgesteld tot ‘rond deze zomer’

De zogenaamde B-brief waarmee de B-fase (onderzoeksfase) wordt afgerond, zou eind 2018 verschijnen. Na eerder uitstel, is de verschijning van die brief nu uitgesteld tot ‘rond deze zomer’. Dat schrijft staatssecretaris van Defensie Barbara Visser vanmiddag aan de Tweede Kamer.  

In november verscheen de Defensie Industrie Strategie (DIS), waarin stond dat de Nederlandse industrie de voorkeur zou krijgen bij aanschaffing van nieuw materieel. Dat document leek de deur open te zetten voor Saab en Damen voor de vervaning onderzeeboten. De B-brief was immers uitgesteld tot na de verschijning van de DIS. 

Lees verder bij marineschepen.nl

Dossier onderzeeboten dobbert nog

DEN HAAG – Defensie durft het nog niet aan om te kiezen voor een werf die de nieuwe onderzeeboten gaat bouwen. De komende tijd gaat het ministerie nog eens rustig kijken naar informatie die de bouwers hebben aangeleverd over kosten en capaciteiten van hun boten.

Hiermee loopt de vervanging van de huidige onderzeeboten van de Walrusklasse opnieuw vertraging op. Een besluit over met welke aanbieder of aanbieders Defensie verder zou gaan, had eigenlijk eind vorig jaar al genomen moeten zijn.

Staatssecretaris Visser meldt dat de vier spelers, het Franse Naval Group, Navatia uit Spanje, TKMS uit Duitsland de Zweeds-Nederlandse combinatie Saab/Damen nog geen offertes hebben ingeleverd. Wel hebben vooral Naval en TKMS uitgebreid in de pers gemeld hoe ze de Nederlandse industrie bij de ontwikkeling en bouw gaan betrekken. Die mogelijkheden zijn ’in kaart gebracht’, de de industriële aspecten onderzocht.

Lees verder bij de Telegraaf

Chez Piriou et Ufast, Florence Parly met l’accent sur les ETI et PME de la navale

Vendredi 19 avril, la ministre des Armées était en déplacement dans le sud-Finistère, où elle a visité deux chantiers fortement impliqués dans le marché militaire. Pas un poids lourd tel Naval Group, qui pourtant mettait à flot la veille à Lorient une nouvelle frégate, l’Alsace, mais des sociétés de tailles plus modestes, ETI et PME, en l’occurrence Piriou et Ufast. Avec la volonté de saluer et mettre en lumière le travail et le dynamisme de ces acteurs qui contribuent eux-aussi à fournir des matériels de qualité aux forces françaises et à faire rayonner le pays et son industrie à l’international via les contrats qu’ils décrochent à l’export. « La France est aux premiers rangs des grandes puissances maritimes, pas un seul bâtiment n’est hors de notre portée : des porte-avions aux sous-marins, des frégates aux chasseurs de mines, la production française est en pleine santé. Sur la côte atlantique, sur les bords de Méditerranée, en Normandie mais aussi dans les régions intérieures, des PME aux géants du secteur (…) Chaque jour, ce sont 42.000 emplois directs que la filière navale fait vivre sur le territoire français », a rappelé la ministre lors de ce déplacement, soulignant les opportunités dont peut bénéficier la filière à l’international : « De très nombreux pays ont des façades maritimes qu’ils souhaitent exploiter sans forcément en disposer les moyens. Le besoin de maîtrise de leurs eaux territoriales est une aubaine pour notre base industrielle et technologique de défense navale, capable de répondre à une palette variée de demandes, des plus gros navires aux vedettes plus modestes ».

Des chantiers qui vont aussi bénéficier des commandes prévues dans le cadre de la nouvelle LPM : « Sur la période de la loi de programmation militaire jusqu’en 2025, c’est une centaine d’unités de divers types livrées à la Marine nationale et à la gendarmerie maritime. Ces unités sont celles qui alimentent l’ensemble du tissu industriel de constructeurs navals français, de Boulogne-sur-Mer à Marseille en passant par Concarneau ». Et de souligner d’ailleurs l’aspect crucial des petites unités : « Il est important de valoriser ces bâtiments moins impressionnants mais tout aussi importants et nécessaires à la Marine nationale. On parle peu des remorqueurs, des chalands, des embarcations d’instruction et des engins de débarquement alors que ces petites unités sont primordiales pour permettre à la marine d’assurer ses missions ».

Lees verder bij Mer et Marine

« Oudere berichten

© 2019 Marinebouw.nl

Thema gemaakt door Anders NorenBoven ↑