Marinebouw.nl

Nieuws over de Nederlandse Gouden Driehoek

KPN versterkt Zweeds-Nederlandse samenwerking

KPN heeft vandaag een intentieverklaring getekend, waarmee het bedrijf zich verbindt aan het Zweeds-Nederlandse team voor het vervangingsprogramma voor de Walrusklasse onderzeeboten. KPN biedt ondersteuning op het gebied van innovatieve cyber-oplossingen en veilige data-overdracht bij expeditionaire inzet van de toekomstige onderzeeboten.

Nederlandse expeditionaire onderzeeboten zijn krachtige inlichtingenplatforms, ontwikkeld voor wereldwijde inzet. Het zijn als het ware varende en duikende ‘data nodes’. Daarmee vormen zij een strategische niche-capaciteit van ons land binnen de NAVO en de Europese Unie. De nieuwe generatie- onderzeeboten moeten ook in de toekomst in staat zijn, om overal ter wereld hun inlichtingen te delen. Met de exclusieve oplossingen van KPN wordt die extra capaciteit geboden, in een wereld waarin cyberdreiging een serieuze militaire dreiging is geworden.

Naast het overzetten van hoog gevoelige informatie, biedt KPN ook ontwikkelmethoden voor ‘remote maintenance’ van de expeditionaire onderzeeboten. De Nederlandse marine heeft immers als unieke capaciteit een onderzeeboot, die wereldwijd opereert zonder ondersteunende schepen die in het kielzog meevaren. Dit betekent dat ook de data voor onderhoud en reparatie veilig met Defensie gedeeld moeten worden. Ook wanneer de onderzeeboot zonder ondersteuning in een overzeese haven ligt.

Het samenwerkingsverband Saab-Damen biedt, samen met een scala aan Nederlandse bedrijven, de vervanger voor de huidige Walrusklasse onderzeeboten aan. Naast bedrijven binnen en buiten het Dutch Underwater Knowledge Centre (DUKC), is nu ook KPN verbonden aan dit initiatief. Een welkome Nederlandse uitbreiding, die het ons land mogelijk maakt om ook in de komende decennia veilig met onderzeeboten te blijven opereren en veilige verbinding te houden.

NIDV ziet in de Defensie Industrie Strategie goede kapstok voor krijgsmacht, industrie en kennisinstellingen, de Gouden Driehoek.

De NIDV is in het algemeen content met de Defensie Industrie Strategie, die recent naar de Tweede Kamer is gestuurd. Directeur NIDV Ron Nulkes: “Ik beschouw het als een kapstok, die Defensie, EZK, kennisinstellingen en industrie samen aan de wand hebben bevestigd. De kapstok biedt plaats voor verschillende haken, zoals financiele instrumenten uit Europa en de Nederlandse topsectoren. Grote en kleine bedrijven kunnen veelbelovende jassen aan de kapstok hangen. Er is ruimte voor nieuwe haken. Daarmee krijgt de krijgsmacht uitstekend materieel en diensten, en kunnen de Nederlandse industrie en kennisinstellingen verder bouwen waarin zij goed zijn. Aan de totstandkoming van deze DIS heeft uitstekend vooroverleg plaatsgevonden met betrokken partijen.”

  1. De doelstelling van de DIS 2018 is helder: welke kennis en capaciteiten van het bedrijfsleven en van de kennisinstellingen zijn nodig om de wezenlijke belangen van nationale veiligheid te allen tijde te beschermen en wat is ervoor nodig om die basis te borgen? De NIDV vindt dat deze vragen in het algemeen goed worden beantwoord in het document.
  2. In deze DIS staat het begrip wezenlijke veiligheidsbelangen centraal. Nulkes: “Dat is winst, want of sprake is van een dergelijk belang, is immers een soevereine beoordeling van de Nederlandse Regering. De top-down analyse van die belangen wordt onderschreven, waarbij ook goed is gekeken wat de Nederlandse Defensie- en Veiligheidsgerelateerde Industrie in huis heeft. Ook met de resultaten van het NIDV-veldonderzoek is afdoende rekening gehouden.
  3. Niet alleen technologiegebieden kunnen in de DIS 2018 als wezenlijk veiligheidsbelang worden gekwalificeerd, maar ook kennisgebieden en industriële capaciteiten, waaronder instandhouding en inzetzekerheid. De NIDV vindt dit een verstandige aanpak, want daarmee worden zowel Defensie als de Nederlandse industrie gediend.
  4. Dat de regering actief met het bedrijfsleven wil werken om kennis, technologie en capaciteiten in Nederland op te bouwen, te behouden en te versterken in de verschillende domeinen, stemt tot tevredenheid. In het maritieme domein gaat dat om de zelfscheppende industrie, in het landdomein om enkele eindproducenten en een groot aantal toeleveranciers. In het luchtdomein betreft dat deelname in hoogwaardige internationale programma’s. Spin off en Spill over mogen daarbij niet worden onderschat.
  5. Essentieel is dat grotere bedrijven zoals Damen Shipyards, GKN-Fokker en Thales acteren als zelfstandige Nederlandse Original Equipment Manufacturers (OEM) of systeemintegrator in de markt. Deze rol is extra belangrijk omdat deze bedrijven zelfscheppend zijn en omzet, kennis en werkgelegenheid genereren, ook voor een lokaal netwerk van defensie- en niet-defensiegerelateerde industrie en kennisinstituten. De gerelateerde keten met veelal een substantieel aantal toeleveranciers vertegenwoordigt een hoge economische waarde. Nulkes: “Ook kleinere midden- en kleinbedrijven, de ruggengraat van de NIDV, plukken de vruchten hiervan. Zij kunnen zelfstandig in die keten opereren, maar ook aansluiting zoeken bij de grotere bedrijven. In de dynamiek van de ‘early involvement’ en het verkrijgen van opdrachten is het van het grootste belang dat de samenwerking overheid, industrie en kennisinstellingen op orde is. Zo is participatie in het F-35 programma tot stand gekomen; de NIDV wil ook toekomstige programma’s zo vormgeven.”
  6. De DIS stelt dat bij verwerving de Aanbestedingswet 2012 en Aanbestedingswet op Defensie- en Veiligheidsgebied als uitgangspunt gelden en art. 346 VWEU in bijzondere gevallen kan worden toegepast. De NIDV gaat ervan uit dat dit niet beperkend wordt bedoeld ten opzichte van het Regeerakkoord ‘Vertrouwen in de toekomst’ noch van de Defensienota 2018. Daarin is immers gesteld dat bij aanbestedingstrajecten artikel 346 VWEU ruimhartig wordt geïnterpreteerd. Waar de hedendaagse technologie goed is terug te vinden in de DIS 2018, kan dit niet worden gezegd van de lijst van militair materieel uit 1958. De NIDV stelt het op prijs als die lijst naar hedendaagse inzichten wordt geïnterpreteerd.
  7. De NIDV heeft zich de afgelopen jaren sterk gemaakt om de defensie- en veiligheidssector te verankeren in het topsectorenbeleid. Nulkes: “Ik ben blij dat onze sector een plaats krijgt in het topsectorenbeleid. Het ‘missiegedreven innovatiebeleid’ met onder meer een maatschappelijke uitdaging ‘veiligheid’ is daartoe een uitstekende aanzet. Ik herhaal graag dat Launching customership van Defensie een must is voor de sector.”
  8. Zonder meer juicht de NIDV toe dat haar voorstellen zijn overgenomen om een interdepartementale coördinatiegroep op te richten voor de Europese defensieprogramma’s naar het model van het F35-programma. Ook het benoemen van een speciaal vertegenwoordiger wordt verwelkomd. Deze moet de verbinding vormen tussen Europa, de lidstaten en industrieën. Hiermee zijn de belangen gediend van zowel Defensie als de industrie en kennisinstellingen bij de uitwerking van onder meer het Europees Defensie Fonds en PESCO.
  9. De NIDV neemt kennis dat Nederland in Europees verband aandacht blijft vragen voor strikte toepassing van de criteria voor wapenexport. Gezien de toenemende verwevenheid van Europese krijgsmachten en industrieën door onder meer het Europees Defensie Fonds, wil de NIDV ook het accent wordt gelegd op harmonisering van de interpretatie van de Europese exportbepalingen. Het helpt de Europese defensievorming namelijk niet indien Lidstaten hun eigen posities benadrukken. Wij zijn bang dat Nederlandse bedrijven bij toelating tot Europese programma’s belemmeringen zullen ondervinden indien niet wordt geharmoniseerd.
  10. De NIDV voorziet met deze DIS een positief effect op het imago van de krijgsmacht. Met Defensie wil de NIDV vooral hierin gaande en toekomstige technologische ontwikkelingen betrekken, die nodig zijn voor het adequaat functioneren van de krijgsmacht. Nulkes plaatst daarbij een kanttekening: “De DIS is feitelijk nooit af. Tegenstanders van de soldaat in het veld zijn niet gehouden aan beleidsdocumenten, maar kopen nieuwe technologieën zonder verwervingstrajecten. En op de markt vinden uiteenlopende innovatieve ontwikkelingen plaats waarmee militairen hun voordeel kunnen doen. Ik ga er daarom van uit dat de interpretatie van de DIS voldoende flexibiliteit in zich draagt, dat nieuwe technologieën ook eenvoudig hieronder kunnen worden gebracht.”
  11. De NIDV wil graag met de ministeries van Defensie, Economische Zaken en Klimaat alsmede Buitenlandse Zaken de schouders zetten onder deze DIS; het is zaak de goede uitgangspunten die in de DIS worden genoemd om te zetten naar de praktijk, waardoor de Nederlandse Defensie- en Veiligheidsgerelateerde Industrie haar rol adequaat kan blijven vervullen in de Nederlandse, unieke, Gouden Driehoek. Voor informatie:Dir. NIDV, Ron Nulkes

Lees ook over het succesvolle NIDV-symposium 2018 via NIDV.eu

Kabinet versterkt Nederlandse Defensie Industrie (video)

Defensie wil bij het kopen van materieel het beste product voor de beste prijs. Maar ook het Nederlandse bedrijfsleven moet maximaal worden betrokken. Daarvoor wordt de Nederlandse defensie-industrie versterkt, beschermd en internationaal gepositioneerd. Dit staat in de nieuwe Defensie Industrie Strategie (DIS) van Defensie en Economische Zaken en Klimaat (EZK). De DIS is vandaag gepresenteerd door minister Ank Bijleveld-Schouten tijdens het jaarlijkse NIDV-symposium van de Nederlandse defensie-industrie.

Op eigen benen
Om een rol van betekenis te kunnen spelen in de samenwerking met andere landen, en een waardevolle bijdrage te leveren aan de veiligheid in Europa heeft Nederland een sterke, stabiele basis nodig. Minister Ank Bijleveld-Schouten: “We hebben eindelijk weer perspectief op een grotere en sterkere krijgsmacht. Niet alleen omdat de krijgsmacht dat nodig heeft, maar ook omdat de situatie in de wereld dat van ons vraagt. De veiligheidssituatie is verslechterd en Nederland en Europa moeten op eigen benen kunnen staan. We moeten onszelf kunnen beschermen. Daarvoor is een sterke basis nodig van kennis, technologie en capaciteiten.”

Kennis en technologie
De DIS beschrijft die basis en die bestaat uit militaire kennis, technologie en industriële capaciteiten. Nederland wil bijvoorbeeld onafhankelijk kennis kunnen blijven ontwikkelen ter verbetering van militaire prestaties. Daarnaast wil Nederland technologieën mee-ontwikkelen, die belangrijk zijn voor het uitvoeren van militaire taken. Denk aan kunstmatige intelligentie, cyber en robotica.

Video: animatie Defensie Industrie Strategie

 

Militaire capaciteiten
Ook heeft Nederland de ambitie om zelf militaire capaciteiten te ontwerpen en produceren. Hierbij wordt rekening gehouden met de hier aanwezige industrieën. Concreet betekent dit bijvoorbeeld dat Nederland zijn eigen marinebouw wil behouden en versterken. Ook is het belangrijk om sensorsystemen zo veel mogelijk in Nederland zelf te ontwikkelen en onderhouden. Ten slotte is er de ambitie om zelf onbemande verkenningssystemen en satellieten voor inlichtingenfuncties zelf te produceren.
Op andere gebieden wil Nederland toeleverancier zijn van buitenlandse bedrijven. Het landingsgestel voor de F-35 wordt bijvoorbeeld in Nederland geproduceerd.

Economische groei
Staatssecretaris Mona Keijzer: “Niet voor niets heet het de Defensie Industrie strategie. In de DIS is de industrie een belangrijke component omdat deze sector goed is voor ruim 25.000 banen, een omzet van 4,5 miljard euro en betrokkenheid van meer dan 350 Nederlandse bedrijven. Deze vernieuwde DIS draagt bij aan onze economische groei en werkgelegenheid in de hightech-, maak- en maritieme industrie.

Meer open Europese defensiemarkt
Als het in het belang van de nationale veiligheid is, kiest Nederland bij toekomstige aanbestedingstrajecten voor Nederlandse leveranciers. Dit gebeurt binnen de kaders van de Europese regelgeving. Het kabinet wil zich sterk maken voor een meer open Europese defensiemarkt. Hierbij is er een gelijk speelveld voor alle landen en wordt kritisch gekeken naar buitenlandse overnames. Ook dit moet de Nederlandse defensie-industrie een impuls geven. Mocht het belangrijk zijn om spullen snel te hebben, dan koopt Nederland ze elders van de plank.

Lees ook de toespraak van MInister Bijleveld tijdens het NIDV-sympoisum via Defensie.nl

Defensie Industrie Strategie (DIS) 2018

De markt voor de defensie- en veiligheidsgerelateerde industrie staat niet stil en ook de internationale veiligheidscontext is aan beweging onderhevig. Er moet een balans worden gevonden tussen het belang van internationale samenwerking en een level playing field op de defensiemarkt enerzijds en het borgen van de wezenlijke belangen van nationale veiligheid anderzijds. In de DIS 2018 is deze balans gevonden. De herziene DIS geeft aan welke kennis, technologie en industriële capaciteiten zoveel als mogelijk nationaal moeten worden verankerd om de wezenlijke belangen van nationale veiligheid te kunnen beschermen. Ook geeft deze DIS aan waar we internationaal kunnen samenwerken en op welke wijze Nederland een hoogwaardige bijdrage kan leveren aan de Europese veiligheid.

Download de DIS 2018

Defensie koopt materieel voortaan bij voorkeur in Nederland

Als de krijgsmacht nieuw materieel nodig heeft, moet dat bij voorkeur van Nederlandse bodem zijn. Dat is niet alleen goed voor de nationale veiligheid, maar ook voor de Nederlandse industrie, vindt het kabinet.

Minister Bijleveld van Defensie en staatssecretaris Keijzer van Economische Zaken presenteren vandaag de nieuwe Defensie Industrie Strategie, waar dat in staat.

De tijd van bezuinigen bij Defensie is voorbij. De komende jaren worden er miljarden geïnvesteerd, vooral bij de marine. Dat geld moet vooral bij Nederlandse leveranciers terechtkomen, vinden de bewindsvrouwen.

Europese regels

De voorkeurspositie voor Nederlandse bedrijven is niet in strijd met de Europese regels voor aanbestedingen, zeggen Bijleveld en Keijzer. Soms kan het niet anders dat spullen uit het buitenland worden gehaald, maar dat gebeurt dan met zo veel mogelijk bijdrage van Nederlandse bedrijven.

Defensie wil zelf drones en satellieten laten ontwerpen voor spionage. Dat is volgens Bijleveld ook veiliger, want apparatuur uit het buitenland kan een ‘achterdeur’ hebben, waardoor die overgenomen kan worden door een kwaadwillende buitenlandse mogendheid.

Lees verder op NOS.nl

Wie wint de grootste militaire order sinds de JSF?

Vier fabrikanten strijden om de grootste militaire order sinds de JSF: vier nieuwe onderzeeboten. Op de wapenbeurs in Rotterdam lieten ze zich van hun beste kant zien. Maar wat als een oude rot uit het vak het voor het zeggen had? Veteraan Johan Kragten kiest zijn favoriet.

Hij is al 16 jaar met pensioen, maar als het over onderzeeboten gaat weet Johan Kragten uit Den Helder echt wel waar hij over praat. Een kwart eeuw werkte hij onder water. Van 1969 tot 1994 spioneerde hij onder meer de Russen. Sinds enkele jaren is hij nauw betrokken bij het kleine museum van de onderzeedienst waar hij vooral rondleidingen geeft op een historische boot. Als hij dan op de wapenbeurs in Ahoy zo tussen de aller-modernste exemplaren rond scharrelt, begint het toch wel weer te kriebelen, moet hij toegeven. ,,Was ik maar dertig jaar later geboren. Wat een mooie spullen allemaal’’ zegt hij terwijl hij zich vergaapt aan de gelikte presentaties en replica’s waarmee de bedrijven de miljardenorder proberen binnen te hengelen. Verdwenen is de tijd dat matrozen met zijn tweeën in een bedje moesten slapen, valt Kragten op. Iedereen heeft nu zijn eigen plek. De nieuwste generatie onderzeeboten kan zelfs toe met bijna de helft minder personeel dan de 60 tot 70 mannen waar hij vroeger mee op zee zat, blijkt uit het aanbod dat de vier fabrikanten inmiddels aan Nederland hebben gedaan. Het gaat om het Spaanse Navantia, het Duitse ThyssenKrupp Marine Systems (TKMS), het Franse Naval Group en de Nederlands/Zweedse combinatie Damen/Saab. En hoewel de onderzeeboten van alle kandidaten er op het oog allemaal uitzien als een grote zwarte sigaar, sommen de fabrikanten feilloos op waarom zij de beste deal voor Nederland zijn. Maar als Kragten het voor het zeggen had, dan wist hij het wel; Damen/Saab zou van hem de mega-order krijgen. Want dit ontwerp ziet er niet alleen heel goed uit, het is ook een boost voor de Nederlandse marinebouw. En Kragten is nu eenmaal ook beetje chauvinistisch.

Damen/Saab
Sommige onderzeeboten zijn rond aan de buitenzijde, maar dit ontwerp is juist hoekig. Daarmee claimt het bedrijf dat ze nog moeilijker zijn te detecteren voor vijandelijke schepen. Ook de bouwwijze is bijzonder. De complete binnenzijde staat op een rails en kan zo uit boot worden gehaald. Daarmee kan de marine gemakkelijk blijven vernieuwen en later over de modernste systemen blijven beschikken. Ook bijzonder: mariniers die speciale operaties uitvoeren moeten nu nog één voor één de onderzeeboot verlaten: in dit ontwerp kan dat met acht man tegelijk, plus hun spullen. Tel daarbij op dat deze boot mede door een Nederlandse fabrikant wordt gemaakt en voor Johan Kragten is er voor hem geen twijfel mogelijk. Dit is de beste optie voor Nederland.

TKMS
Technologisch gezien de beste en de meest betrouwbare partner, vinden de Duitsers in elk geval zelf. Want sinds de jaren zestig hebben ze al meer dan 160 onderzeeboten afgeleverd. Elke nieuwe generatie wordt nog meer onzichtbaar omdat ze een truc hebben bedacht om bijvoorbeeld het magnetische veld van de boten zo klein mogelijk te houden. Dit maakt ze bijzonder moeilijk te vinden voor helikopters. Ook gebruiken zij een unieke aandrijving met brandstofcellen waarbij geen uitlaatgassen vrij komen. Hierdoor kunnen ze een aantal weken onder water kunnen blijven. Optioneel is een wapensysteem te leveren waarmee ze helikopters uit de lucht kunnen schieten zonder dat ze zelf hun positie verraden. De meeste huidige onderzeeboten moeten nu snel wegvaren of diep zinken om niet gedetecteerd te worden.

Naval Group
Als Naval Group één bijzondere eigenschap van hun boten moeten noemen dan is het wel dat dit de beste zijn is het gevecht met andere onderzeeboten. Ook op hogere snelheden maken hun exemplaren minder geluid dan een wasmachine en dat doet geen enkele andere fabrikant hen na, claimen ze. Zo kun je dus niet alleen de vijand opsporen maar ook ongemerkt dichterbij komen om het uit te schakelen. Indrukwekkend, vindt ook Kragten. Ook hebben ze een bijzonder systeem bedacht om inkomende explosieven te ‘foppen’ en naar een nepdoel te sturen.

Lees verder en bekijk de video via  Algemeen dagblad

A ‘Son of Collins’ submarine may one day prowl the oceans—just not under Australian colours

The many submariners dismayed over decades by claims that their Australian-built Collins-class boats are ‘dud subs’ may ultimately be vindicated by the appearance of a sophisticated, long-range ‘Son of Collins’.

Swedish industrial giant Saab now owns Kockums, the company that designed the 3,400-tonne Collins as an evolution of its much smaller, 1,130-tonne, Västergötland-class submarines. The Swedes were excluded from the competitive evaluation process to design Australia’s future submarines because some in Australia’s Defence Department held the view that they weren’t up to the job since they hadn’t built a submarine for many years.

But the Scandinavians seem to be catching up. Kockums has already produced a smaller ‘Son of Collins’ in the 1,800-tonne A26 produced for the Swedish navy to replace its Västergötland-class boats.

Now Saab has teamed up with the Dutch Damen shipbuilding group in a contest to bid for the contract to build four long-range submarines of around 3,400 tonnes to replace the 2,650-tonne Walrus boats used by the Royal Netherlands Navy. The intention is for the Dutch navy to continue to play an important role in European waters as well as globally and, as Australian submariners do, to travel a very long way from home. While many European submarines are small and have relatively short ranges, the Walrus can travel an estimated 18,500 kilometres without refuelling. That enables it to reach Dutch territories in the Caribbean that once comprised the Dutch West Indies.

The range of Australia’s Collins-class submarines is about 21,300 kilometres and it’s expected that the option sought by the Dutch will match that. The bid is intended to combine Swedish modular submarine design and production techniques with the Dutch shipbuilding tradition.

If the Swedish–Dutch consortium wins the competition, the Dutch navy’s new ‘expeditionary’ submarines, designed for very long-range operations, will in many ways be evolved Collins-class boats. Saab–Damen say the expeditionary submarine would build on the capabilities of the Swedish A26 ‘and puts into practice the experience of the Swedish designed Collins-class submarine in service with the Royal Australian Navy’. Those factors, and the operational lessons reflected in the Gotland upgrade, are intended to ensure that the proposed Dutch submarine is equipped with state-of-the-art technology and benefits from key equipment being used across three submarine classes—including the Collins.

The Swedish–Dutch submarine will have a compartment and hatch through which special forces can leave and re-enter the vessel and through which small manned or unmanned vehicles can be launched. The Dutch competition is to be decided in 2021. Saab–Damen’s main rival in the selection process is believed to be France’s Naval Group, which has already been awarded the contract to build 12 new submarines for Australia.

The French have a history, going back centuries, of building very good warships and nothing has emerged to suggest that they won’t build 12 excellent, long-range and stealthy submarines for the RAN. Improvements to the Swedish Gotland submarine added during a mid-life upgrade at Saab’s shipyard in Karlskrona included a Stirling air-independent propulsion (AIP) system and a new optronic mast to replace the traditional periscope. Combined with modern batteries, a similar AIP system is expected to allow the new submarine to remain submerged for weeks at a time without having to ascend to periscope depth to raise its snorkel. Some new systems fitted to the Gotland and tested on operations are being used in the A26, which, again, reduces risk for both submarine builders and operators.

Australia’s experience is valued abroad. In 2015, engineers were sent from Saab’s Australian headquarters in Adelaide to help design Sweden’s new A26 and to work on the Gotland’s mid-life upgrade. The Collins project certainly had major problems, but they were no worse than would be expected in any country launching such a program from scratch. The project became such a convenient political football that, outside the RAN, many Australians still see the boats as failures.

For a country that had never built a submarine, the project was, for Australia, a major national enterprise that began with an expanse of swampy land near Adelaide and, after a range of major problems, produced what many in the RAN say are the world’s best conventional submarines.

Lees verder op Aspistrategist.org.au

Belgische en Nederlandse Marine kopen gezamenlijk twaalf mijnenjagers

Naval Group en ECA Group hebben samen het merk Belgium Naval & Robotics opgezet. Dit voor de ontwikkeling van innovatieve, robot gestuurde mijnenjager schepen, waar ook drones op kunnen landen. De verwachting is dat hier internationale belangstelling voor zal zijn.

Flanders Ship Repair zal verantwoordelijk zijn voor de vervaardiging van mechanische onderdelen en modules voor de mijnenjager schepen, alsmede het onderhoud van de schepen. Het bedrijf is gevestigd in de haven van Zeebrugge, vlakbij de Marinebasis.

“Toen Naval Group en ECA Group mij hun industriële project presenteerden voor de vervanging van de mijnenjagers, heb ik natuurlijk ja gezegd. Ik vond de benadering innovatief en zeer pragmatisch, maar vooral ‘Belgium oriented’,” licht Johnny Hofman toe, CEO van Flanders Ship Repair.

Lees verder op Engineeringnet.be

Nieuw, nog te bouwen schip voor de marine is nú al een feestje waard

De marine krijgt een nieuw bevoorradingsschip. In 2023 moet het in de haven liggen, de presentatie van het model was al feestelijk. ‘Een eerste stap in de vernieuwing van de vloot van de Koninklijke Marine’.

Virtueel varen is misschien nog wel mooier dan virtueel vliegen. Kijk maar hoe écht dat water klotst en hoe fraai de boot de haven nadert. Dan doven de lichten, gaat het XXL-scherm omhoog en schieten blauwe laserstralen alle kanten op. Hoog boven een vijf zwembaden groot golfbassin naderen van twee kanten cabines met saxofonisten die het Canto Ostinato spelen. Daaronder vaart een model van het prachtschip rechtstreeks op een hoog podium af. Uit het publiek stijgen uitroepen op als ‘geweldig’, ‘bravo’ en ‘wow’. Aan wie danken we deze show op het Maritiem Research Instituut Nederland (Marin) te Wageningen? Presenteert de Efteling alweer een nieuwe spetterattractie? Néé: het schip dat virtueel én als model zijn opwachting maakt, is een nieuw Combat Support Ship oftewel een bevoorradingsschip voor de Nederlandse strijdkrachten ter zee. In 2023 zal het écht de haven van Den Helder binnen varen, nu al is dat reden voor een feest.

Bezuinigingen
Als ergens behoefte leek aan een beetje feest, dan bij het ministerie van Defensie, na bijna drie decennia van bezuinigingen waarin het media-imago verbonden raakte met termen als ‘JSF-debacle’, ‘verouderd materieel’ en ‘achterstallig onderhoud’. Dit jaar kreeg Defensie er eindelijk 400 miljoen euro bij. De opdracht tot op de bouw van het bevoorradingsschip waarvan het model onder de naam ‘MARIN 10000’ voor de lasers opdoemt, was één van de eerste besluiten die uit de generositeit van Rutte III voortvloeiden.

Nederland is geen land met een traditie in pronken. Maar een departement waar het lang ‘armoe troef’ was terwijl de wereld onveiliger werd, mag best laten zien dat het weer dúrft, lijkt de gedachte achter dit evenement te zijn geweest. De muzikale omlijsting van het feest in Wageningen is helemaal Nederlands, van het Canto Ostinato tot Al die willen ten kaap’ren varen dat een zeemansensemble even verderop gehore brengt. Echter: Happy days are here again was vandaag misschien nog wel een toepasselijkere soundtrack geweest – Ronald Reagan, nooit te beroerd om defensie-uitgaven te verhogen, deed daar ook vaak een beroep op.

Iets bereikt 

‘We vergeten wel eens een feestje te vieren, te vieren dat we iets beréíkt hebben’, zegt staatssecretaris Barbara Visser van Defensie op het hoge podium in Wageningen. Naast Visser geeft collega Mona Keijzer van Economische Zaken acte de présence. Rob Kramer, Commandant der Zeestrijdkrachten, en Marin-directeur Bas Buchner, staan ook op het podium. Buchner is de enthousiaste en charismatische gastheer die al snel vele lachers op zijn hand heeft. Aan een driehoekstafel op het podium vraagt hij Visser en Keijzer of ze ‘iets hebben met bootjes’ (Visser: ‘Ik heb geen vaarbewijs, maar ik ben wel aan de kust geboren’).

Die driehoeksvorm van de tafel heeft alles met bootjes te maken, maar die staat óók voor de innige en o zo Nederlandse samenwerking overheid, kennisinstituten en bedrijfsleven, leren we van Buchner. ‘Een tafel met vier poten wiebelt, een driehoekstafel is een stévige tafel.’

Het feest voor Defensie is ook Buchners feest – het Combat Support Ship is het tienduizendste testmodel van MARIN. In dit instituut vol bassins komt flink wat geaccumuleerde Hollandse maritieme kennis samen. Vrachtschepen, zeilschepen, onderzeeërs – veel wat de afgelopen 86 jaar in Nederland te water ging, was bij Marin ontwikkeld en getest. De Efteling is hier net zo goed klant als Defensie: zonder de bassins in Wageningen geen veilige waterpret in de Vliegende Hollander.

Lees verder op Volkskrant.nl

European Navies: Stepping Back Into the Game At Euronaval

Two years have passed since Le Bourget hosted the last Euronaval show, two years during which the maritime world has become increasingly multipolar.

For example, just in the submarine business, more than 40 countries are nowadays involved. In the meantime, Russia added 28 new ships to its fleet in 2018 alone,while China, with a production rate of one frigate and one submarine a month, is supposed to supplant the United States as the world’s largest navy by the end of this year. “China soon should have six aircraft carriers; the first being in service, the second being tested and the third under construction, while the number of corvettes jumped from 16 in 2012 to 56 today and the number of destroyers from 18 to 29,” stresses Alexandre Sheldon-Duplaix, senior research fellow at the Paris War College.

These are a few of the facts laid out at the outset of the Euronaval 2018 late October exhibit in its inaugural conference, prompting several European naval commanders to present what could be described as a wake-up call on military strategy in the maritime domain. Both France and the United Kingdom were major naval powers till the end of the Cold War, in third and fourth positions after the USA and the USSR in 1990: they still are among the top 10, but have slipped to fifth and sixth position, with China and Japan now right in between.

The United Kingdom has therefore embarked on a “quantum leap” modernization program centered around the Queen Elizabeth carriers, which Commodore Steve Allen, Royal Navy Assistant Chief of staff Carrier Strike and Aviation, described as “built with flexibility and redundancy in mind. This marks the resurgence of big decks and the redefinition of what multi-mission is all about thanks to the F-35B’s ability to deliver air-to-air, air-to-surface or electronic attack capability to  “exploit the battlespace to the maximum advantage,” Allen says. Adopting Theodore Roosevelt’s famous motto — Speak softly and carry a big stick — Commodore Allen indeed did speak softly but laid out a pretty impressive picture of where the Royal Navy is today.

Lees verder op Breakingdefense.nl

« Oudere berichten

© 2018 Marinebouw.nl

Thema gemaakt door Anders NorenBoven ↑