Marinebouw.nl

Nieuws over de Nederlandse Gouden Driehoek

Kabinet moet naar nationaal belang kijken bij bouw onderzeeërs

Moet het geld naar onderwijzers of onderzee­boten, vroeg defensieminister Ank Bijleveld (CDA) tijdens het Grote Defensiedebat dat Elsevier Weekblad afgelopen zaterdag had georganiseerd in het Haagse Louwman Museum. Ze gaf zelf het antwoord: zonder defensie gaat het niet. Die onderzee­boten zorgen voor veiligheid en zonder veiligheid hoef je niet aan onderwijs te denken, schrijft Eric Vrijsen.

Bijleveld en de andere ministers beraadslagen deze week over de bouw van nieuwe onderzeeboten. Naast scheepsbouwer Damen, is ook een Franse, een Duitse en een Spaanse werf in de race voor de miljardenorder. Officieel is 2,5 miljard euro gereserveerd, maar iedereen weet dat het 1 miljard duurder wordt.

Het beste wapensysteem tegen de beste prijs’

Het kabinet broedt al maanden op een besluit. Het gaat overigens niet om een concrete aankoop, maar om het selecteren van een werf die de nieuwe boten volgens geheime specificaties mag ontwikkelen.

In een voorportaal van de ministerraad wilden ­Defensie en Economische Zaken de order toespelen aan Damen, dat overigens samenwerkt met het Zweedse Saab. Maar Buitenlandse Zaken en Financiën voelden voor het – waarschijnlijk goedkopere – aanbod van de Franse werf Naval. Kort tevoren kocht het kabinet een forse portie aandelen Air France-KLM. Daarom was het niet het goede moment de Fransen opnieuw te bruuskeren door het aanbod van Naval af te wijzen.

Maanden gebeurde er niets. VVD-premier Mark Rutte zegt steeds: ‘Het beste wapensysteem tegen de beste prijs.’ Maar er zijn meer factoren dan prijs. Denk aan werkgelegenheid in een krimpregio, het strategisch voordeel van een eigen marinebouw, technologische kennis, het voordeel dat een deel van de prijs via loonbelasting van de bouwers terugvloeit in de staatskas.

Lees verder op Elservierweekblad.nl


Wie bouwt Nederlands nieuwe onderzeeërs? Gevecht in troebel water

Nederlands onderzeeboten zijn toe aan vervanging, maar door geringe politieke voortvarendheid is nog niet bekend wie de nieuwe vloot gaat bouwen. Intussen lobbyen binnen- en buitenlandse scheepsbouwers voor de miljardenklus.

Günther is de naam. Günther Hoffman. Oud-marineofficier en ook adviseur voor het Nederlandse ministerie van Defensie. Althans, zo omschrijft hij zichzelf in het Amerikaanse vaktijdschrift DefenseNews. In een artikel dat in februari dit jaar verscheen maakt hij ronduit gehakt van enkele scheepsbouwers.

Nederland staat op het punt vier nieuwe onderzeeboten te kopen, een megaorder van zo’n 3,5 miljard euro. Maar lang niet iedereen kan zo’n onderzeeboot bouwen, betoogt Hoffman. Het Nederlandse Damen Shipyards, dat samen met het Zweedse Saab Kockums aast op de lucratieve opdracht, ontbeert het, aldus de auteur, aan technische kennis. Ook ThyssenKrupp uit Duitsland wordt door hem nietsontziend afgeschreven omdat het onderzeeboten verkocht en ‘niet bijtijds leverde aan een bankroet Griekenland’. Alleen de Franse Naval Group wordt gespaard.

Waarom zou een oud-marineofficier en onafhankelijke adviseur (met een opvallende on-Nederlandse voor- en achternaam) voor een Nederlands departement zo van leer trekken tegen nationale en internationale scheepsbouwers? En onrust stoken in een zeer gevoelig dossier? Een verklaring komt er niet, Günther Hoffman blijkt namelijk helemaal niet te bestaan, ontdekte De Groene Amsterdammer.

Het ministerie van Defensie en de marine zochten op ons verzoek naar de kritische auteur in alle medewerkers- en personeelsbestanden. Niemand kon echter een Günther Hoffman – ‘of iets dat daarop moet lijken’ – vinden. Ook DefenseNews kreeg de adviseur niet meer te pakken, op e-mails gaf hij geen antwoord. De verzonnen vogel lijkt te zijn gevlogen. ‘We denken dat de auteur een fraudeur is’, mailt het gerenommeerde vakblad ons. Het artikel wordt van de website gehaald.

Welkom in de wondere wereld van de onderzeebootlobby waar de inzet van spookauteurs die nepartikelen schrijven niet wordt geschuwd. Hoffman is namelijk niet de enige wassen neus die we tegenkomen. In dezelfde maand verschijnt op de website International Policy Digest een soortgelijk artikel. Ene Taylor Robinson claimt zijn bachelor-graad internationale betrekkingen te hebben verkregen aan de Spaanse universiteit IE School of Global and Public Affairs. In Madrid, waar de universiteit zetelt, hebben ze nog nooit van hem gehoord. ‘Robertson heeft geen bachelor bij ons.’

Op de Britse financiële website Economic Journal verscheen in dezelfde periode (februari dit jaar) ook al een artikel waarin ene Daniël Myer zichzelf presenteert als senior adviseur bedrijfsontwikkeling. Ook hij sneert naar de Nederlandse en Zweedse scheepsbouwers die in zijn deskundige ogen totaal ongeschikt zijn om de vier onderzeeboten te fabriceren. Ze zijn te onervaren voor zo’n complex project, schrijft hij. Saab Kockums heeft weliswaar voor de Zweden zelf prima onderzeeboten gebouwd. Maar dat komt, vervolgt hij, door ‘een blanco cheque’ van de Zweedse regering.

‘Ik vroeg me al af waarom een externe auteur zich zou willen richten op zo’n specifiek onderwerp als onderzeeboten’, laat hoofdredacteur Attila Vekony van de financiële site desgevraagd weten. ‘Wij kunnen niet verifiëren of hij bestaat.’ Daniël Myer reageert niet meer op herhaalde verzoeken. Dus ook Economic Journal besluit dit louche stuk van de site te verwijderen. ‘Bij nader inzien hebben we ons onbewust in troebel water begeven.’

Zich begeven in troebel water is een understatement, het gevecht om de zeer lucratieve miljardendeal heeft – om in marinetermen te blijven spreken – plaats in een mijnenveld. In die strijd worden halve waarheden en omfloerste leugens gretig door prijzige public affairs-experts verspreid. Alles wordt uit de kast gehaald om het beeld flink te manipuleren en zélf het lieverdje in de publieke opinie te worden. Want dáár zijn vrijwel alle volksvertegenwoordigers (en dus ook de bewindspersonen) gevoelig voor. Er staat ook iets op het spel: een bedrag van 3,5 miljard euro en wellicht meer, en een onderhoudscontract van twintig tot dertig jaar.

De inzet zijn de Zr.Ms. Bruinvis, Zr.Ms. Dolfijn, Zr.Ms. Walrus en Zr.Ms. Zeeleeuw. Deze onderzeeërs (noem ze nóóit duikboten) moeten uiterlijk in 2027 worden vervangen. De vier vaartuigen, de Walrusklasse genaamd, hebben dan ruim 35 jaar dienst gedaan en zijn technisch, operationeel en economisch verouderd. Oplappen is te duur en complex. ‘Zo zal de hoofdelektromotor moeten worden vervangen’, schreef oud-minister Jeanine Hennis van Defensie in 2016. Daarvoor moet ‘het omhulsel van de boot, de zogenoemde drukhuid, worden opengemaakt’. Dat is té ingewikkeld en riskant.

Dat de Nederlandse Walrusklasse niet het eeuwige leven heeft, was natuurlijk al bekend. Maar dát-ie per se vervangen moest worden, dat is nog een vraag. Althans, dat had nog een vraag kunnen zijn. Want vrijwel geruisloos, zonder al te veel tegengas, werd besloten van wel. Al jaren wordt er door de zogeheten Gouden Driehoek (de marine, het bedrijfsleven en de kennisinstituten) gemasseerd. Nederland heeft met de Walrusklasse een unieke niche in handen, echoot het steevast door de Haagse wandelgangen.

Lees verder op Groene.nl

10 vragen over nieuwe onderzeeboten

In 2013 was het nog zo eenvoudig: Nederland wil misschien de Walrusklasse onderzeeboten vervangen. Inmiddels is er zoveel gebeurd, zoveel veranderd en weer terug veranderd, en is ook op Marineschepen.nl een berg aan artikelen ontstaan. Het project is voor buitenstaanders lastig te volgen en als je er dankzij recente media-aandacht voor het eerst van hoort, is het ook niet altijd even overzichtelijk. Daarom tien vragen en antwoorden. Dan weet je precies… wat ook insiders niet weten.

1. Waar gaat dit over?
Die vraag komt vaker voorbij, maar dan met ‘gaat’ die uit vier a’s bestaat. Nederland heeft vier onderzeeboten, van de Walrusklasse. Ontworpen door de Koninklijke Marine en de industrie, gebouwd door de Rotterdamsche Droogdok Maatschappij (RDM). Dat gebeurde allemaal in de jaren ’80: de oudste boot stamt uit 1989, de jongste uit 1994.

In 2013 werd voor het eerst gesproken over vervanging van de vier onderzeeboten, want de boten zijn echt oud aan het worden. Een kleine zes jaar later is er een keiharde competitie aan de gang. Er zijn vier internationale scheepsbouwers in de race, wie gaat afvallen wordt de komende weken bekend gemaakt. In 2027 moet de eerste boot klaar zijn. Maar of dat nog gaat lukken is de vraag.

2. Waarom hebben we onderzeeboten nodig?
Onderzeeboten zijn ontzettend moeilijk op te sporen en hebben het zwaarste wapen van de Nederlandse krijgsmacht. Best een goede combi. Daarnaast kunnen ze ongezien speciale eenheden aan land zetten (voor spionage, sabotage, aanvallen, etc.) en ze kunnen zelf inlichtingen verzamelen over andere landen of hun marineschepen. Andere eenheden bij Defensie kunnen sommige taken ook volbrengen, maar niet allemaal (bijna) tegelijk, zo lang en zonder dat iemand het ziet. Ook stealth vliegtuigen worden gezien en niet alles is mogelijk met cyberaanvallen.

Daarnaast kunnen Nederlandse onderzeeboten, mede dankzij het vroegere Nederlands-Indië en de gebiedsdelen in het Caribisch gebied, ver van huis hun opdrachten uitvoeren. Andere landen blijven vaak voor hun eigen kust met hun onderzeeboten en hebben dus kleinere boten. In de Koude Oorlog waren het Nederlandse onderzeeboten die op enkele meters afstand Sovjetschepen bespioneerden in de Middellandse Zee en de Noorse Zee.

3. Waarom bouwt Nederland niet zelf een onderzeeboot?
Het ontwerpen van een onderzeeboot is erg moeilijk. Een onderzeeboot is complexer dan een vliegtuig. Honderdduizenden onderdelen moeten op precies de juiste plaats in een krappe ruimte komen, gekoppeld worden en samen één systeem vormen. En dat binnen een stalen buis die honderden meters diep kan. Die bemande robot moet dan ook nog 30 jaar mee kunnen en binnen budget en tijd worden opgeleverd.
Sinds 1906 bouwt Nederland de onderzeeboten zelf, al waren de eerste paar ontwerpen afkomstig uit de VS.

Dit is nu voor Nederland de allereerste keer dat er nieuwe boten worden besteld die deels in het buitenland worden gebouwd. Onderzeeboten werden eerst door De Schelde (nu Damen) in Vlissingen gebouwd en de huidige boten door de RDM. Maar de RDM is al jaren failliet, in de jaren ’90 werd besloten om twee oude boten niet te vervangen en de export van een zelf ontworpen type lukte niet. Dat betekent niet dat er helemaal geen kennis meer is. Bedrijven die zich hebben verzameld binnen het Dutch Underwater Knowledge Center (DUKC) hebben zelfs nog recente ervaring met het moderniseren of ontwerpen van onderzeeboten. Maar die kennis en ervaring is te dun om een heel project op te nemen.

Lees verder op Marineschepen.nl


Bijleveld: ‘Er is veel te lang, te hard bezuinigd op Defensie’

Onderstaande tekst sprak minister Ank Bijleveld (CDA) van Defensie zaterdag uit op het Grote Defensiedebat van Elsevier Weekblad over de toekomst van de krijgsmacht. Het debat werd gehouden in het Louwman Museum in Den Haag.

“Send in the Marines”………Ik hoor deze uitspraak regelmatig.

Bij de onmacht na de ramp met de MH17. Onlangs nog bij de moord op advocaat Derk Wiersum. Het klinkt daadkrachtig en het geeft urgentie aan. Het geeft treffend weer wat er wordt verwacht van onze krijgsmacht. En welk vertrouwen men in onze militairen heeft.

Als er ernstig inbreuk plaatsvindt op ons veiligheidsgevoel, als het echt dichtbij komt en we geen escalatieniveau meer hebben, dan kijkt men naar de krijgsmacht… en gaat op Plein 4 de telefoon.

The buck stops here” zoals ze het in de VS zouden zeggen. Ik kan geen andere minister meer bellen. De escalatieladder eindigt bij de krijgsmacht.

Deze unieke verantwoordelijkheid is vastgelegd in de Grondwet: het beschermen van ons Koninkrijk en het Bondgenootschappelijk grondgebied. Dat betekent ook dat wij tegen die taak geen ‘nee’ kunnen zeggen.

Helaas is dat soms wel het geval. We zijn niet voldoende op onze taken toegesneden. We kunnen onszelf als land niet verdedigen en leunen zwaar op onze bondgenoten. Er is veel te lang veel te hard bezuinigd op Defensie.

Na de val van de muur dacht men: de vijand is gevallen. We kunnen onze grondwettelijke taak afbouwen. En dan kunnen we het geld dat vrijkomt – het vredesdividend – uitgeven aan andere dingen, zoals zorg en onderwijs en cultuur.

Dat idee leefde sterk. En het leeft nog steeds. Nog dit jaar hoorde ik mensen zeggen: wilt u onderzeeërs of onderwijzers? Ik vind dat een rare keuze. Sterker nog: het is geen keuze.

Willen we onderwijzers of onderzeeërs, is zoals zeggen: ik ga verhuizen, zal ik een boekenkast kopen of een voordeur met een slot erop? We kunnen en mogen de krijgsmacht niet zien als een vervelende must in het kasboek van de overheid. Of afhankelijk maken van de economische conjunctuur. Dat is een luxe en een naïviteit die we ons niet meer kunnen veroorloven.

In 1989 hadden we niet voorzien dat Rusland de Krim in zou nemen of dat er miljoenen vluchtelingen wanhopig op zoek naar een veilige haven zouden gaan. En in 2011 hadden we zelfs nog nooit van ISIS gehoord.
Laat staan dat ze zo dichtbij huis zoveel verwoesting konden aanrichten.
Russische spionnen die op Nederlands grondgebied proberen OPCW te hacken?

Ondermijning van de rechtsstaat… maatschappelijke ontwrichting als wapen… het stond ver van ons af. En niet in de minste plaats: we kenden toen nog de waarborg van het Intermediate-Range Nuclear Forces (INF)-verdrag. In Kaliningrad staan inmiddels raketten die steden als Berlijn en Kopenhagen kunnen bereiken, als het moet met kernkoppen…

Het hele idee van vredesdividend werkt alleen als de wereld voorspelbaar is. Maar zoals onze minister-president recent zei bij de Atlantische Commissie: “De wereld van gisteren bestaat niet meer.” Er komen steeds nieuwe geopolitieke verschuivingen en snelle technologische ontwikkelingen. Ook daar moeten we op voorbereid zijn. Ik noem u een aantal voorbeelden:

Lees het MIVD-jaarverslag en we zien dat China en Rusland hun legers moderniseren en fors uitbreiden. Ze kunnen dus al forse middelen inzetten. Het enige wat nog ontbreekt is de bereidheid daartoe…Als onze Baltische bondgenoten extra versterking nodig hebben, dan wordt Defensie gevraagd extra mensen en materieel te sturen.

Als onze bruggen en sluizen – of onze Deltawerken – zouden uitvallen vanwege een cyberaanval, dan is het Defensie die noodbruggen komt aanleggen.

Als de gemeente Utrecht wil voorkomen dat met oud en nieuw alle auto’s in brand worden gestoken, dan vragen ze Defensie om met onbemande vliegtuigjes boven de stad te cirkelen…Als een handelsschip wordt gekaapt, dan wordt Defensie gevraagd in te grijpen. Als een orkaan een heel eiland verwoest, dan wordt Defensie gevraagd hulp te verlenen. En dan hoor ik u denken: dat doen we toch samen met onze bondgenoten? Dat klopt.

Met de nadruk op: samen. Wij hebben een enorme solidariteit opgebouwd met onze bondgenoten. Als één van ons wordt aangevallen, geldt dat als een aanval op ons allen.

Die solidariteit is cruciaal. En die hebben we teveel voor lief genomen.Er zijn vanzelfsprekendheden in geslopen. Het is heel terecht dat de Verenigde Staten een aantal van die vanzelfsprekendheden ter discussie stelt, zeg ik hier tegen ambassadeur Hoekstra.

Onze eenheid is ons wapen.

Lees verder op Elservierweekblad.nl

Vakbonden tekenen convenant bouw onderzeeboten in Nederland

Scheepswerf Damen Schelde Naval Shipbuilding en de vakbonden hebben vandaag een convenant ondertekend, waarin afspraken staan voor de bouw van de nieuwe Nederlandse onderzeeboten. Daarbij is vastgelegd dat, onder voorbehoud van specifieke klanteisen, primair voor Nederland wordt gekozen als kennis, ontwikkel en (high-end) productie- en assemblagelocatie voor de onderzeeboten.
Het convenant werd vandaag ondertekend door Damen Schelde Naval Shipbuilding en de gezamenlijke vakverenigingen FNV, CNV Vakmensen, De Unie en RMU Werknemers. De gezamenlijke vakverenigingen onderschrijven de brede economische relevantie van dit project, in het kader van directe werkgelegenheid. Ze geven in dit kader steun aan de Nederlandse industriële belangen.

Binnen het convenant wordt gestreefd naar het behoud en de verdere uitbouw van het Nederlandse marinebouwcluster en haar toeleveranciers. Daarbij wordt de werkgelegenheid en inkomenspositie van haar werknemers gewaarborgd. Onder andere door het bieden van een constructieve arbeidsinzet en –samenwerking. Ook wordt gewerkt aan de verbetering van de aansluiting op opleidingen en bedrijfsbehoeftes. Onder andere door de om- en bijscholing van de werknemers. In kader van de werving van toekomstig technisch personeel en aansluiting bij de opleidingen, worden jaarlijks minimaal tussen de 10 en 20 stageplaatsen en/of leerling plaatsen gecreëerd.

Binnen het Nederlandse marinebouwcluster zijn op dit moment meer dan 2000 mensen werkzaam. Het aantal Nederlandse manjaren, gemoeid met de bouw en instandhouding van de nieuwe onderzeeboten loopt op tot minimaal 15.000. Werkgelegenheid die voor een belangrijk deel ligt in kwetsbare regio’s Zeeland, Twente en de Kop van Noord-Holland. Voor Damen zal het project naar verwachting 6000 manjaren aan werkgelegenheid opleveren, waarvan ongeveer 3500 manjaren op HBO/WO-niveau en ongeveer 2600 manjaren op MBO/VMBO-niveau. Werkgelegenheid die voor een belangrijk deel ligt in economisch kwetsbare regio’s: Zeeland, Twente en de Kop van Noord-Holland. 

De huidige Walrusklasse is uniek in haar capaciteiten en in Nederland ontworpen, gebouwd en zeer recent nog volledig gemoderniseerd. Met de voorgenomen vervanging van de Walrusklasse is kans om ook de toekomstige state-of-the-art onderzeeboten te ontwerpen en bouwen binnen de Nederlandse maritieme ecosysteem. Daarbij moet helder worden beseft: de Nederlandse marinebouw is een volledige en zelfscheppende industrie die uiterst hoogwaardige marineschepen, van schets tot oplevering, ontwikkelt en bouwt en gedurende de gehele levensduur moderniseert en onderhoudt.

Dankzij launching customer schepen voor de Koninklijke Marine, zoals de vervanging van de Walrusklasse onderzeeboten, is het Nederlandse Marinebouwcluster in staat om nieuwe kennis te ontwikkelen. In dit geval in gebalanceerde samenwerking met internationale kennispartner Zweden, die innovatie stimuleert en ondersteunt. 

PERSBERICHT 9 oktober 2019

Nieuwe onderzeeboten voor Duitsland en Noorwegen zijn vertraagd

Het programma van de nieuwe onderzeeboten voor Noorwegen en Duitsland heeft vertraging opgelopen. Het contract voor vier Noorse en twee Duitse Type 212CD-onderzeeboten kan nog niet getekend worden, omdat het aanbod van de Duitse scheepswerf TKMS niet aan de eisen voldeed. Met een variant op dit ontwerp is TKMS in de race voor de nieuwe Nederlandse onderzeeboten.

Maandag werd in Noorwegen de staatsbegroting van 2020 gepresenteerd en werd gemeld dat de nieuwe Noorse onderzeeboten vertraagd zijn, dat schrijven Noorse media. Oslo koos in februari 2017 voor de Duitse Type 212CD-onderzeeboten, ter waarde van 44 miljard Noorse kronen (4,4 miljard euro), als vervangers van hun huidige Ulaklasse boten. Ook Duitsland besloot twee onderzeeboten van dit type aan te schaffen.
Maandag werd in Noorwegen de staatsbegroting van 2020 gepresenteerd en werd gemeld dat de nieuwe Noorse onderzeeboten vertraagd zijn, dat schrijven Noorse media. Oslo koos in februari 2017 voor de Duitse Type 212CD-onderzeeboten, ter waarde van 44 miljard Noorse kronen (4,4 miljard euro), als vervangers van hun huidige Ulaklasse boten. Ook Duitsland besloot twee onderzeeboten van dit type aan te schaffen.

Sindsdien hebben ontwerpers de 212CD verder vormgegeven. Op 30 oktober 2018 ontving Noorwegen het aanbod van TKMS. Dat bleek echter niet te voldoen en in juli 2019 werd een vernieuwd aanbod gedaan. Zowel de Duitse als de Noorse defensie materieel-organisaties keurden het nieuwe plan af.
Wat het aanbod exact inhield en op welke punten het tekort kwam is niet duidelijk. Het Noorde ministerie van Defensie wil naar verluid niet op de zaak ingaan.

Het gevolg is echter dat het contract niet in 2019 getekend kan worden. Beide landen hebben besloten meer tijd te gebruiken om tot een aanbod te komen dat wel voldoet. De verwachting is dat het contract nu in 2020 wordt getekend, de oplevering stond op 2026 maar ook dat moment zal opgeschoven worden. De zes Ulaklasse onderzeeboten (een paar jaar ouder dan de Nederlandse Walrusklasse) zouden, na modernisering van vier boten, tot 2028 in dienst blijven.

Lees verder op Marineschepen.nl



Damen heeft (nog) geen order voor bouw onderzeeboten, maar wel een deal

In wat het eindspel van de race om het bouwen van vier Nederlandse onderzeeboten lijkt te zijn, sluiten de vakbonden en scheepsbouwer Damen Schelde Naval Shipbuilding donderdag een overeenkomst, waarin wordt vastgelegd dat de onderzeeboten zoveel mogelijk in ons land worden ontwikkeld en gebouwd.

Vorige week werd bekend dat vakbonden en werkgeversorganisatie VNO-NCW bij de Tweede Kamer en het kabinet een pleidooi hielden dat de nieuwe onderzeeboten die de marine wil aanschaffen zo veel mogelijk van Nederlandse makelij moeten zijn. Damen, dat de onderzeeboten wil bouwen samen met het Zweedse Saab, is een van de kanshebbers op de opdracht van Defensie om voor minstens 3,5 miljard euro vier nieuwe onderzeeboten te bouwen. Maar het Franse Naval Group, dat de bouw wil laten verrichten bij Royal IHC in het Zuid-Hollandse Kinderdijk, geldt eveneens als kansrijk.

Slimme zet

Dat Damen als eerste een overeenkomst sluit met de vakbonden, wordt alom gezien als een slimme zet. Zeker nu verwacht wordt dat het kabinet binnenkort een besluit neemt over de kwestie, waarvoor eigenlijk de deadline al in de zomer was gesteld. „Uiteindelijk is de keuze aan Defensie”, stelt woordvoerder Robin Middel van Damen Schelde. „Wat wij vooral willen, is behoud van kennis en kunde op het gebied van boten bouwen. Eerder ging de opdracht voor de bouw van mijnenvegers naar Frankrijk. Als de onderzeeboten ook elders gebouwd zouden gaan worden, raken wij die expertise kwijt. Nederland staat bekend als innovatieve, goede botenbouwer. Stel dat straks alle mijnenvegers in het buitenland gebouwd worden, dan verlies je deze kennis. Voor een periode van dertig jaar.”

Werk

Volgens de raming van Damen levert de bouw van de vier onderzeeboten ’de BV Nederland’ zesduizend manjaren aan werk op. 3500 op hbo- en universitair niveau, de rest op vmbo- en mbo-niveau. In het voorstel van Damen/Saab wordt het omhulsel in Zweden gemaakt, waarna een groot deel van de modulaire bouw in Vlissingen wordt gedaan. „De laatste fase zal in Den Helder gebeuren. De afbouw, proefvaarten. En dan natuurlijk het onderhoud voor de gehele levensduur van dertig jaar. Dat biedt Den Helder dus heel veel werkgelegenheid. Dat past naadloos binnen de plannen van de marine om meer samen te werken met het bedrijfsleven. In onze plannen blijft het niet bij vier onderzeeërs. We bouwen ook voor de export. Zo houd je de kennis op peil van soms hoogtechnologische beroepen. Die kennis mag niet verloren gaan.”

Lees verder op NoordHollands Dagblad

Deal van Damen en vakbonden voor bouw van onderzeeboten is slimme zet richting Den Haag

VLISSINGEN – Damen Schelde Naval Shipbuilding is nog allerminst zeker van de order van ruim 3,5 miljard euro voor de bouw van nieuwe onderzeeboten voor de Koninklijke Marine. Toch wordt woensdag al een overeenkomst getekend met de vakbonden dat de onderzeeboten zoveel mogelijk in Nederland worden ontwikkeld en gebouwd.

Zo gek is dat niet, vindt Carl Kraijenoord, bestuurder scheepsbouw voor FNV Metaal. Mede namens CNV Vakmensen, De Unie en RMU Werknemers legt hij uit waarom het een slimme zet is, zowel van de vakbonden als van Damen.

Werkgelegenheid

,,Begin dit jaar ging een order van één miljard euro voor de bouw van mijnenvegers via België naar de Franse fabrikant Naval Group”, zegt Kraijenoord. ,,Ik vond dat nogal opmerkelijk, omdat die order nul werkgelegenheid oplevert voor Nederland. Het is wel Nederlands belastinggeld. De volgende order die eraan zit te komen is voor de bouw van onderzeeboten. Het gaat om bijna 4 miljard euro. Het zou een ontzettende gemiste kans zijn als dat naar het buitenland gaat, terwijl de Nederlandse scheepsbouw internationaal gezien te weinig orders heeft. Als vakbonden kiezen we niet per se partij voor Damen. We kiezen voor werkgelegenheid in Nederland. En qua volume ziet dat er bij Damen goed uit.”

Vlissingen

Volgens de raming van Damen, die de onderzeeboten wil bouwen met het Zweedse concern Saab, levert de order 6000 manjaren aan werk op: 3500 op hbo- en universitair niveau en 2500 op vmbo- en mbo-niveau. In Nederland betekent dat banen in Vlissingen en Den Helder. Twee gebieden in de periferie, stelt Kraijenoord, die dat goed kunnen gebruiken. 

Behalve over de locatie heeft Damen met de vakbonden ook afspraken gemaakt over de arbeidsomstandigheden en – voorwaarden. Kraijenoord: ,,We willen dat het zoveel mogelijk in Nederland gebeurt, onder voorwaarden van de CAO, door mensen met een vast dienstverband die als het geen Nedelanders zijn goed worden gehuisvest. We willen niet dat het onder de voorwaarden van arbeidsbureaus gaat of via schimmige constructies met buitenlandse werknemers.”

Lees verder op PZC.nl

Het grote defensiedebat 2019

Elsevier Weekblad wil de toekomst van defensie op de kaart zetten door op zaterdag 12 oktober 2019 een debat te organiseren, waaraan zowel de krijgsmacht zelf, de industrie als de politiek een bijdrage zal leveren. Locatie: Louwman museum Den Haag, kosten 15 Euro.

Anderhalf miljard euro extra is de krijgsmacht toebedeeld, na jaren van forse bezuinigingen. Veel legervoertuigen stonden stil wegens gebrek aan onderhoud en onderdelen terwijl generaals grote moeite hadden missies draaiende te blijven houden. Waar gaat het extra budget naartoe? Met welke langetermijnvisie werkt de minister? Hoeveel geld is nodig om de krijgsmacht op te lappen?

Een toekomstbestendige krijgsmacht bepaalt de nationale veiligheid voor de komende decennia. Factoren die hierbij een grote rol spelen zijn de terreur- en cyberdreiging, de intenties van Rusland, de opkomst van China, mogelijke Europese samenwerking en de verminderde rol van de Verenigde Staten. Een inmiddels gouden militaire regel luidt: informatiesuperioriteit. Wie het meeste weet en vooral wie het eerste iets weet, wint de oorlog.

Elsevier Weekblad wil de toekomst van defensie op de kaart zetten door op zaterdag 12 oktober 2019 een debat te organiseren, waaraan zowel de krijgsmacht zelf, de industrie als de politiek een bijdrage zal leveren.

Vragen die tijdens het debat centraal staan zijn:

  • Hoe sterk moet Nederland zich op Europese defensie oriënteren?
  • Kan Nederland op de NAVO blijven vertrouwen?
  • Moet Nederland zich voorbereiden op Vladimir Poetins ‘hypersonische atoomwapens’?
  • Krijgen we een nieuwe kruisraketten discussie?

Spekers zijn:

  • Ank Bijleveld
  • Pete Hoekstra
  • Jaap de Hoop Scheffer

Na de sprekers volgt om 12.15 een debat tussen:

  • Thierry Baudet (FVD)
  • Salima Belhaj (D66)
  • André Bosman (VVD) 
  • Sadet Karabulut (SP)

Meer informatie, het programma en aanmelden via: https://events.onebusiness.nl/evenement/defensiedebat/

U-Boote machen wieder Probleme

U-Boote made in Germany gelten weltweit als die besten. Ausgerechnet die U-Boote der deutschen Marine machen jedoch immer wieder Probleme. Seit vergangener Woche liegen wieder vier von ihnen bei der Werft Thyssenkrupp Marine Systems in Kiel. Aktuell einsetzbar sind somit nur noch zwei. In der Marine wird immer wieder die Frage diskutiert, ob die Zahl der Boote nicht einfach zu klein ist. Eng wird es dann, wenn eines der sechs U-Boote außerplanmäßig ausfällt – so wie jetzt die „U 36“. Das modernste und jüngste der sechs deutschen U-Boote kehrte gerade erst von einer Auslandsfahrt aus Norwegen zurück. Dringende Reparaturen zwingen nun zu einen Werftaufenthalt, wie ein Sprecher des Marinekommandos auf Anfrage bestätigte. Das bei einer Havarie Ende Mai in Haakonsvern beschädigte Ruderblatt musste abgebaut werden. Es soll möglicherweise durch ein Ruderblatt des benachbarten Schwesternbootes ersetzt werden. Zusätzlich werde auch an Komponenten der umfangreichen Sonaranlage des Bootes gearbeitet.

Nur „U 34“ und „U 36“ können 2019 noch die Werft verlassen

Die Dauer des Werftaufenthaltes in Kiel wird offiziell mit wenigen Wochen angegeben. Von einem Engpass möchte die Marine ohnehin nicht reden. „Es stehen zwei vollkommen fahrtüchtige U-Boote bereit“, betonte Fregattenkapitän Carsten Poll, Sprecher des Marinekommandos in Rostock. Dabei handelt es sich um die Boote „U 31“ und „U 33“. Details zum genauen Klarstand sind jedoch inzwischen als geheim eingestuft. Bei Thyssenkrupp Marine Systems wird derweil an den Booten „U 36“, „U 35“, „U 34“ und „U 32“ gleichzeitig gearbeitet. Die Marine wird vermutlich aber nur „U 34“ und „U 36“ noch in diesem Jahr wieder in Fahrt bekommen. „U 35“ und „U 32“ sollen noch bis 2020 in der Werftbleiben. Bei „U 32“ werden seit dem Frühjahr die Batterien ausgetauscht. Das Boot liegt aus Platzmangel im Trockendock 7 und nicht in der U-Boothalle. „U 32“ soll im April 2020 wieder fahren.

U-Boot aus Deutschland: Komplexe Technik

Die erst 2015 in Dienst gestellte „U 35“ hat es schwer erwischt. Das 54 Meter lange Boot war im Herbst 2017 auf einer Ausbildungsfahrt in Norwegen mit einem Felsen kollidiert. Eines der Ruderblätter wurde dabei abgeknickt. Da es keine Ersatzruderblätter gibt, ist dieses Boot immer noch außer Betrieb. Beim Marinekommando geht man davon aus, dass „U 35“ frühestens im Sommer 2020 wieder fahrbereit ist.Die langen Werftzeiten erklärt das Marinekommando mit der komplexen Technik der deutschen U-Boote. „In der Nutzungsdauer eines U-Bootes tritt regelmäßig Verschleiß an vielen Einbauteilen und Geräten auf“, heißt es auf Anfrage. Bei der Instandsetzung müssten aufwändige Prüfverfahren durchlaufen werden. Nachdem ab Oktober 2017 über zwölf Monate lang kein einziges der sechs U-Boote einsatzbereit war, ist die derzeitige Situation für die Marine noch vergleichsweise entspannt. In Rostock wird auf die anstehende Teilnahme an einem Einsatztraining beim „Flag Officer Sea Training“ der Royal Navy in Südengland verwiesen. Dort sind deutsche U-Boote als Trainingspartner für Zerstörer und Fregatten immer von großer Bedeutung. Eines der beiden einsatzbereiten Boote wird außerdem beim Seemanöver Northern Coast im September in der Ostsee zum Einsatz kommen. Der Marine-Inspekteur, Vizeadmiral Andreas Krause, formulierte es bei seinem Besuch in Kiel im Juni so: „Die Marine kann das, was an Aufträgen an sie gestellt wird, jederzeit erfüllen.“

Lees verder op Kieler Nachrichten



« Oudere berichten

© 2019 Marinebouw.nl

Thema gemaakt door Anders NorenBoven ↑