Marinebouw.nl

Nieuws over de Nederlandse Gouden Driehoek

Categorie: Politiek (pagina 1 van 12)

Kabinet moet naar nationaal belang kijken bij bouw onderzeeërs

Moet het geld naar onderwijzers of onderzee­boten, vroeg defensieminister Ank Bijleveld (CDA) tijdens het Grote Defensiedebat dat Elsevier Weekblad afgelopen zaterdag had georganiseerd in het Haagse Louwman Museum. Ze gaf zelf het antwoord: zonder defensie gaat het niet. Die onderzee­boten zorgen voor veiligheid en zonder veiligheid hoef je niet aan onderwijs te denken, schrijft Eric Vrijsen.

Bijleveld en de andere ministers beraadslagen deze week over de bouw van nieuwe onderzeeboten. Naast scheepsbouwer Damen, is ook een Franse, een Duitse en een Spaanse werf in de race voor de miljardenorder. Officieel is 2,5 miljard euro gereserveerd, maar iedereen weet dat het 1 miljard duurder wordt.

Het beste wapensysteem tegen de beste prijs’

Het kabinet broedt al maanden op een besluit. Het gaat overigens niet om een concrete aankoop, maar om het selecteren van een werf die de nieuwe boten volgens geheime specificaties mag ontwikkelen.

In een voorportaal van de ministerraad wilden ­Defensie en Economische Zaken de order toespelen aan Damen, dat overigens samenwerkt met het Zweedse Saab. Maar Buitenlandse Zaken en Financiën voelden voor het – waarschijnlijk goedkopere – aanbod van de Franse werf Naval. Kort tevoren kocht het kabinet een forse portie aandelen Air France-KLM. Daarom was het niet het goede moment de Fransen opnieuw te bruuskeren door het aanbod van Naval af te wijzen.

Maanden gebeurde er niets. VVD-premier Mark Rutte zegt steeds: ‘Het beste wapensysteem tegen de beste prijs.’ Maar er zijn meer factoren dan prijs. Denk aan werkgelegenheid in een krimpregio, het strategisch voordeel van een eigen marinebouw, technologische kennis, het voordeel dat een deel van de prijs via loonbelasting van de bouwers terugvloeit in de staatskas.

Lees verder op Elservierweekblad.nl


Wie bouwt Nederlands nieuwe onderzeeërs? Gevecht in troebel water

Nederlands onderzeeboten zijn toe aan vervanging, maar door geringe politieke voortvarendheid is nog niet bekend wie de nieuwe vloot gaat bouwen. Intussen lobbyen binnen- en buitenlandse scheepsbouwers voor de miljardenklus.

Günther is de naam. Günther Hoffman. Oud-marineofficier en ook adviseur voor het Nederlandse ministerie van Defensie. Althans, zo omschrijft hij zichzelf in het Amerikaanse vaktijdschrift DefenseNews. In een artikel dat in februari dit jaar verscheen maakt hij ronduit gehakt van enkele scheepsbouwers.

Nederland staat op het punt vier nieuwe onderzeeboten te kopen, een megaorder van zo’n 3,5 miljard euro. Maar lang niet iedereen kan zo’n onderzeeboot bouwen, betoogt Hoffman. Het Nederlandse Damen Shipyards, dat samen met het Zweedse Saab Kockums aast op de lucratieve opdracht, ontbeert het, aldus de auteur, aan technische kennis. Ook ThyssenKrupp uit Duitsland wordt door hem nietsontziend afgeschreven omdat het onderzeeboten verkocht en ‘niet bijtijds leverde aan een bankroet Griekenland’. Alleen de Franse Naval Group wordt gespaard.

Waarom zou een oud-marineofficier en onafhankelijke adviseur (met een opvallende on-Nederlandse voor- en achternaam) voor een Nederlands departement zo van leer trekken tegen nationale en internationale scheepsbouwers? En onrust stoken in een zeer gevoelig dossier? Een verklaring komt er niet, Günther Hoffman blijkt namelijk helemaal niet te bestaan, ontdekte De Groene Amsterdammer.

Het ministerie van Defensie en de marine zochten op ons verzoek naar de kritische auteur in alle medewerkers- en personeelsbestanden. Niemand kon echter een Günther Hoffman – ‘of iets dat daarop moet lijken’ – vinden. Ook DefenseNews kreeg de adviseur niet meer te pakken, op e-mails gaf hij geen antwoord. De verzonnen vogel lijkt te zijn gevlogen. ‘We denken dat de auteur een fraudeur is’, mailt het gerenommeerde vakblad ons. Het artikel wordt van de website gehaald.

Welkom in de wondere wereld van de onderzeebootlobby waar de inzet van spookauteurs die nepartikelen schrijven niet wordt geschuwd. Hoffman is namelijk niet de enige wassen neus die we tegenkomen. In dezelfde maand verschijnt op de website International Policy Digest een soortgelijk artikel. Ene Taylor Robinson claimt zijn bachelor-graad internationale betrekkingen te hebben verkregen aan de Spaanse universiteit IE School of Global and Public Affairs. In Madrid, waar de universiteit zetelt, hebben ze nog nooit van hem gehoord. ‘Robertson heeft geen bachelor bij ons.’

Op de Britse financiële website Economic Journal verscheen in dezelfde periode (februari dit jaar) ook al een artikel waarin ene Daniël Myer zichzelf presenteert als senior adviseur bedrijfsontwikkeling. Ook hij sneert naar de Nederlandse en Zweedse scheepsbouwers die in zijn deskundige ogen totaal ongeschikt zijn om de vier onderzeeboten te fabriceren. Ze zijn te onervaren voor zo’n complex project, schrijft hij. Saab Kockums heeft weliswaar voor de Zweden zelf prima onderzeeboten gebouwd. Maar dat komt, vervolgt hij, door ‘een blanco cheque’ van de Zweedse regering.

‘Ik vroeg me al af waarom een externe auteur zich zou willen richten op zo’n specifiek onderwerp als onderzeeboten’, laat hoofdredacteur Attila Vekony van de financiële site desgevraagd weten. ‘Wij kunnen niet verifiëren of hij bestaat.’ Daniël Myer reageert niet meer op herhaalde verzoeken. Dus ook Economic Journal besluit dit louche stuk van de site te verwijderen. ‘Bij nader inzien hebben we ons onbewust in troebel water begeven.’

Zich begeven in troebel water is een understatement, het gevecht om de zeer lucratieve miljardendeal heeft – om in marinetermen te blijven spreken – plaats in een mijnenveld. In die strijd worden halve waarheden en omfloerste leugens gretig door prijzige public affairs-experts verspreid. Alles wordt uit de kast gehaald om het beeld flink te manipuleren en zélf het lieverdje in de publieke opinie te worden. Want dáár zijn vrijwel alle volksvertegenwoordigers (en dus ook de bewindspersonen) gevoelig voor. Er staat ook iets op het spel: een bedrag van 3,5 miljard euro en wellicht meer, en een onderhoudscontract van twintig tot dertig jaar.

De inzet zijn de Zr.Ms. Bruinvis, Zr.Ms. Dolfijn, Zr.Ms. Walrus en Zr.Ms. Zeeleeuw. Deze onderzeeërs (noem ze nóóit duikboten) moeten uiterlijk in 2027 worden vervangen. De vier vaartuigen, de Walrusklasse genaamd, hebben dan ruim 35 jaar dienst gedaan en zijn technisch, operationeel en economisch verouderd. Oplappen is te duur en complex. ‘Zo zal de hoofdelektromotor moeten worden vervangen’, schreef oud-minister Jeanine Hennis van Defensie in 2016. Daarvoor moet ‘het omhulsel van de boot, de zogenoemde drukhuid, worden opengemaakt’. Dat is té ingewikkeld en riskant.

Dat de Nederlandse Walrusklasse niet het eeuwige leven heeft, was natuurlijk al bekend. Maar dát-ie per se vervangen moest worden, dat is nog een vraag. Althans, dat had nog een vraag kunnen zijn. Want vrijwel geruisloos, zonder al te veel tegengas, werd besloten van wel. Al jaren wordt er door de zogeheten Gouden Driehoek (de marine, het bedrijfsleven en de kennisinstituten) gemasseerd. Nederland heeft met de Walrusklasse een unieke niche in handen, echoot het steevast door de Haagse wandelgangen.

Lees verder op Groene.nl

Bijleveld: ‘Er is veel te lang, te hard bezuinigd op Defensie’

Onderstaande tekst sprak minister Ank Bijleveld (CDA) van Defensie zaterdag uit op het Grote Defensiedebat van Elsevier Weekblad over de toekomst van de krijgsmacht. Het debat werd gehouden in het Louwman Museum in Den Haag.

“Send in the Marines”………Ik hoor deze uitspraak regelmatig.

Bij de onmacht na de ramp met de MH17. Onlangs nog bij de moord op advocaat Derk Wiersum. Het klinkt daadkrachtig en het geeft urgentie aan. Het geeft treffend weer wat er wordt verwacht van onze krijgsmacht. En welk vertrouwen men in onze militairen heeft.

Als er ernstig inbreuk plaatsvindt op ons veiligheidsgevoel, als het echt dichtbij komt en we geen escalatieniveau meer hebben, dan kijkt men naar de krijgsmacht… en gaat op Plein 4 de telefoon.

The buck stops here” zoals ze het in de VS zouden zeggen. Ik kan geen andere minister meer bellen. De escalatieladder eindigt bij de krijgsmacht.

Deze unieke verantwoordelijkheid is vastgelegd in de Grondwet: het beschermen van ons Koninkrijk en het Bondgenootschappelijk grondgebied. Dat betekent ook dat wij tegen die taak geen ‘nee’ kunnen zeggen.

Helaas is dat soms wel het geval. We zijn niet voldoende op onze taken toegesneden. We kunnen onszelf als land niet verdedigen en leunen zwaar op onze bondgenoten. Er is veel te lang veel te hard bezuinigd op Defensie.

Na de val van de muur dacht men: de vijand is gevallen. We kunnen onze grondwettelijke taak afbouwen. En dan kunnen we het geld dat vrijkomt – het vredesdividend – uitgeven aan andere dingen, zoals zorg en onderwijs en cultuur.

Dat idee leefde sterk. En het leeft nog steeds. Nog dit jaar hoorde ik mensen zeggen: wilt u onderzeeërs of onderwijzers? Ik vind dat een rare keuze. Sterker nog: het is geen keuze.

Willen we onderwijzers of onderzeeërs, is zoals zeggen: ik ga verhuizen, zal ik een boekenkast kopen of een voordeur met een slot erop? We kunnen en mogen de krijgsmacht niet zien als een vervelende must in het kasboek van de overheid. Of afhankelijk maken van de economische conjunctuur. Dat is een luxe en een naïviteit die we ons niet meer kunnen veroorloven.

In 1989 hadden we niet voorzien dat Rusland de Krim in zou nemen of dat er miljoenen vluchtelingen wanhopig op zoek naar een veilige haven zouden gaan. En in 2011 hadden we zelfs nog nooit van ISIS gehoord.
Laat staan dat ze zo dichtbij huis zoveel verwoesting konden aanrichten.
Russische spionnen die op Nederlands grondgebied proberen OPCW te hacken?

Ondermijning van de rechtsstaat… maatschappelijke ontwrichting als wapen… het stond ver van ons af. En niet in de minste plaats: we kenden toen nog de waarborg van het Intermediate-Range Nuclear Forces (INF)-verdrag. In Kaliningrad staan inmiddels raketten die steden als Berlijn en Kopenhagen kunnen bereiken, als het moet met kernkoppen…

Het hele idee van vredesdividend werkt alleen als de wereld voorspelbaar is. Maar zoals onze minister-president recent zei bij de Atlantische Commissie: “De wereld van gisteren bestaat niet meer.” Er komen steeds nieuwe geopolitieke verschuivingen en snelle technologische ontwikkelingen. Ook daar moeten we op voorbereid zijn. Ik noem u een aantal voorbeelden:

Lees het MIVD-jaarverslag en we zien dat China en Rusland hun legers moderniseren en fors uitbreiden. Ze kunnen dus al forse middelen inzetten. Het enige wat nog ontbreekt is de bereidheid daartoe…Als onze Baltische bondgenoten extra versterking nodig hebben, dan wordt Defensie gevraagd extra mensen en materieel te sturen.

Als onze bruggen en sluizen – of onze Deltawerken – zouden uitvallen vanwege een cyberaanval, dan is het Defensie die noodbruggen komt aanleggen.

Als de gemeente Utrecht wil voorkomen dat met oud en nieuw alle auto’s in brand worden gestoken, dan vragen ze Defensie om met onbemande vliegtuigjes boven de stad te cirkelen…Als een handelsschip wordt gekaapt, dan wordt Defensie gevraagd in te grijpen. Als een orkaan een heel eiland verwoest, dan wordt Defensie gevraagd hulp te verlenen. En dan hoor ik u denken: dat doen we toch samen met onze bondgenoten? Dat klopt.

Met de nadruk op: samen. Wij hebben een enorme solidariteit opgebouwd met onze bondgenoten. Als één van ons wordt aangevallen, geldt dat als een aanval op ons allen.

Die solidariteit is cruciaal. En die hebben we teveel voor lief genomen.Er zijn vanzelfsprekendheden in geslopen. Het is heel terecht dat de Verenigde Staten een aantal van die vanzelfsprekendheden ter discussie stelt, zeg ik hier tegen ambassadeur Hoekstra.

Onze eenheid is ons wapen.

Lees verder op Elservierweekblad.nl

Het grote defensiedebat 2019

Elsevier Weekblad wil de toekomst van defensie op de kaart zetten door op zaterdag 12 oktober 2019 een debat te organiseren, waaraan zowel de krijgsmacht zelf, de industrie als de politiek een bijdrage zal leveren. Locatie: Louwman museum Den Haag, kosten 15 Euro.

Anderhalf miljard euro extra is de krijgsmacht toebedeeld, na jaren van forse bezuinigingen. Veel legervoertuigen stonden stil wegens gebrek aan onderhoud en onderdelen terwijl generaals grote moeite hadden missies draaiende te blijven houden. Waar gaat het extra budget naartoe? Met welke langetermijnvisie werkt de minister? Hoeveel geld is nodig om de krijgsmacht op te lappen?

Een toekomstbestendige krijgsmacht bepaalt de nationale veiligheid voor de komende decennia. Factoren die hierbij een grote rol spelen zijn de terreur- en cyberdreiging, de intenties van Rusland, de opkomst van China, mogelijke Europese samenwerking en de verminderde rol van de Verenigde Staten. Een inmiddels gouden militaire regel luidt: informatiesuperioriteit. Wie het meeste weet en vooral wie het eerste iets weet, wint de oorlog.

Elsevier Weekblad wil de toekomst van defensie op de kaart zetten door op zaterdag 12 oktober 2019 een debat te organiseren, waaraan zowel de krijgsmacht zelf, de industrie als de politiek een bijdrage zal leveren.

Vragen die tijdens het debat centraal staan zijn:

  • Hoe sterk moet Nederland zich op Europese defensie oriënteren?
  • Kan Nederland op de NAVO blijven vertrouwen?
  • Moet Nederland zich voorbereiden op Vladimir Poetins ‘hypersonische atoomwapens’?
  • Krijgen we een nieuwe kruisraketten discussie?

Spekers zijn:

  • Ank Bijleveld
  • Pete Hoekstra
  • Jaap de Hoop Scheffer

Na de sprekers volgt om 12.15 een debat tussen:

  • Thierry Baudet (FVD)
  • Salima Belhaj (D66)
  • André Bosman (VVD) 
  • Sadet Karabulut (SP)

Meer informatie, het programma en aanmelden via: https://events.onebusiness.nl/evenement/defensiedebat/

Onderschat de Franse diplomatie niet langer

Diplomatie Het is geen toeval dat Nederland steeds naast internationale topfuncties grijpt, schrijft Cees van Lotringen. Zijn advies: Do as the French do.

De media hebben hun rituele dans weer opgevoerd nu opnieuw een Nederlandse politicus is afgeserveerd voor één van de meest prestigieuze banen die internationale organisaties te vergeven hebben. Dit keer ging het om PvdA-politicus Jeroen Dijsselbloem die niet de opvolger werd van IMF-directeur Christine Lagarde.

Op basis van EU-bronnen werd in verschillende media geconcludeerd dat de Fransen onder regie van minister Bruno Le Maire het proces als voorzitter hebben gemanipuleerd – ten gunste van Frankrijk. De aangehaalde bronnen rond het onderhandelinsproces toonden zich verrast, verongelijkt en teleurgesteld over proces en resultaat. Mij verbaasde deze uitkomst niet. Wie zich verdiept in de geschiedenis van de Europese eenwording ziet dat Frankrijk telkens weer de regie pakt én weet vast te houden. Op de bestuurders van het land is veel aan te merken, maar niet dat ze geen visie hebben op machtspolitiek en ook niet dat ze doelgerichtheid missen of executiekracht. Denkt u maar aan de heimelijke alliantie tussen Frankrijk en Italië in de jaren tachtig om Duitsland de D-mark afhandig te maken. Of neem de wijze waarop in 1998 de kandidatuur van Wim Duisenberg voor de eerste ECB-president werd tegengewerkt door president Chirac. Het laatste huzarenstukje is de lancering van IMF-directeur Christine Lagarde als president van de ECB (Europese Centrale Bank) – zonder dat zij zelf ooit monetair beleid heeft gemaakt. Daarvoor bracht Parijs ogenschijnlijk een zoenoffer: de Duitse minister Ursula von der Leyen mocht voorzitter van de Europese Commissie worden. Maar was dat een zoenoffer? Niet echt. Het waren de Fransen die zogenaamd ‘op het laatste moment’ haar voordracht uit de hoge hoed toverden en daarmee de zelf gebaarde crisis oplosten. Ze hadden namelijk geweigerd steun te geven aan de kandidaat die bondskanselier Angela Merkel graag wilde; partijgenoot Manfred Weber.

Terwijl Duitse en Nederlandse politici nog aan het bijkomen waren van deze uitkomst, bereidden de Fransen zich al voor op de volgende akte: de opvolging van Christine Lagarde bij het IMF. Frankrijk was er veel aan gelegen om te voorkomen dat Jeroen Dijsselbloem haar zou opvolgen. Als voorzitter van de eurogroep had hij Zuid-Europa de maat genomen en beledigd met suggesties dat gemeenschapsgeld er opging aan drank en vrouwen. Hij legde het af door alle tegenstand uit Zuid-Europa, net zoals Frans Timmermans eerder was afgeserveerd als kandidaat-voorzitter van de Europese Commissie, omdat hij Oost-Europa de les had gelezen.

Met zo’n klein land met zo’n grote mond dat zo weinig besef lijkt te hebben van de politieke mores van eer die elders in de wereld de sine qua non van de politiek zijn, weet Frankrijk wel raad; gelegenheidscoalities zijn in een handomdraai gesmeed. Bij al deze benoemingen zien we dat Nederlanders en Duitsers Frankrijk consequent onderschatten. Economisch is het land op weg de rode lantaarndrager van de EU te worden, want het is doorgaans niet in staat in eigen land succesvol te hervormen. Maar er is ook een ander Frankrijk, dat bestaat uit een bestuurselite die intellectueel en politiek superieur is aan haar Duitse en Nederlandse tegenhangers.

Vaste prik: Frankrijk komt met een tegenkandidaat

De staat filtert er sinds de dagen van Lodewijk de XIV de beste mensen via onderwijs en selectie uit. Men werkt er volgens het van de Duitsers overgenomen principe van ‘these, antithese en synthese’: men heeft altijd een visie en altijd een plan. Vervolgens ontbrandt strijd om de mensen die die visie en dat plan moeten vormgeven. Ook vaste prik: Frankrijk komt altijd met een tegenkandidaat. Vervolgens vertrouwen de Franse onderhandelaars op hun diepdoordachte plan en hun vermogen om steeds de middelen aan te passen om het gewenste einddoel te bereiken. En – niet onbelangrijk – de Fransen leggen altijd meer uithoudingsvermogen aan de dag dan wie ook.

Het is steevast Frankrijk dat om vijf voor twaalf de oplossing uit de hoge hoed tovert: de antithese wordt een synthese. Alle lidstaten, en vooral het ‘pragmatische’ Duitsland en Nederland, zijn dan blij dat überhaupt resultaat is bereikt – ook al is het niet hún resultaat.

Lees verder op NRC.nl


Wat ze aan de talkshowtafels niet vertelden over Ursula von der Leyen

Wat maar weinig mensen weten is hoe de nieuwe voorzitter van de Europese Commissie, Ursula von der Leyen, al jaren samen met collega-vriendin Jeanine Hennis-Plasschaert stilletjes werkt aan de integratie van de Nederlandse en Duitse krijgsmacht. (En dat ze plagiaat pleegde.)

Het is dus Ursula von der Leyen, en niet Frans Timmermans, die voorzitter wordt van de Europese Commissie. De Duitse Von der Leyen werd als een grote onbekende gepresenteerd: het was nogal beschamend hoe het luie journaille en de kletsende klasse aan talkshowtafels niets anders wist te vertellen dan dat ze een dark horse was, met een niet al te gelukkige baan als minister van Defensie in Duitsland, van ‘christendemocratische huize’ is, een vrouw is en zeven kinderen heeft.

Op zijn minst had men op kunnen merken dat Von der Leyen misschien nog wel Europeser is dan Jean Claude Juncker, dat ze een vriendin van onze vorige minister Jeanine Hennis-Plasschaert is, en misschien mentaal wel half-Nederlands kan worden genoemd. Samen vormden ze proestend de afdeling girlpower in de Navo en werkten ze stilletjes aan de integratie van het Nederlandse en de Duitse krijgsmacht.

Alleen al onze landmacht is via meer dan driehonderd projecten innig verweven met de Duitse, blikvanger is de Luchtmobiele Brigade die geïntegreerd is met Division Schnelle Kräfte en onder gemeenschappelijk commando in Duitsland staat. Von der Leyen en Hennis zetten in februari 2016 hun handtekening onder een vergaande militaire samenwerkingsovereenkomst waarmee de Duitse marine medegebruiker werd van de Karel Doorman, een logistiek ondersteuningsschip en het Seebataillon van de Duitse marine wordt opgenomen in de Koninklijke Marine.

Lees verder op Vrij Nederland

European NATO members to boost spending this year

June 25 (UPI) — The European members of the North Atlantic Treaty Organization will increase defense spending for the fourth consecutive year amid calls by President Donald Trump for the allies to spend a greater share of their budgets on defense.

In a report released Tuesday on the 29-member alliance, NATO said the European countries would average 1.58 percent of gross domestic product this year on defense, which is an increase from 1.53 percent in 2018, 1.48 percent in 2017 and 1.46 percent in 2016.

The expenditures are military spending — not payments to NATO.

“This is a good trend and we expect this to continue,” NATO Secretary General Jens Stoltenberg told reporters from his Brussels headquarters.

In 2014, NATO members pledged to spend at least 2 percent of GDP on defense by 2024.

Seven nations will spend at least 2 percent on defense this year compared with three in 2014. European nations achieving this goals are Greece at 2.24 percent, Britain at 2.13 percent, Estonia at 2.13 percent, Romania at 2.04 percent, Latvia at 2.01 percent and Poland at 2.01 percent. The estimate for Lithuania is just shy of 2 percent, at 1.98 percent.

Comparatively, the United States tops the list at 3.42 percent with an estimated of $752 billion in spending, while in 2014 it was 3.73 percent at $654 billion.

The United States accounts for more than two-thirds of NATO’s defense expenditure of $1 trillion.

Trump threatened to pull the United States out of NATO at the alliance’s last summit in July 2018.

“For years, the United States was being treated very unfairly by NATO — but now we have secured a $100 billion increase in defense spending from NATO allies,” Trump said at the State of the Union address in February. “Under my administration, we will never apologize for advancing America’s interests.”

Trump has taken aim at Germany, whom he referred to as a “captive of Russia.”

“Germany pays 1% (slowly) of GDP towards NATO, while we pay 4% of a MUCH larger GDP. Does anybody believe that makes sense?” Trump tweeted last June. “We protect Europe (which is good) at great financial loss, and then get unfairly clobbered on Trade. Change is coming!”

Germany, which has Europe’s biggest economy, will increase military spending to 1.36 percent of GDP this year — $54 billion — compared with 1.24 percent in 2018, according to NATO.

Lees verder op UPI.com

Amsterdam should have announced a short-list for several weeks but the choice is debated within the government and the Dutch administration.

In the Netherlands, there is currently a national debate, but rather behind the scenes. A debate raging within the government and the Dutch Defense Materials Organization (DMO)  between those who want a choice in favor of the consortium led by the local champion shipyard Damen, associated with the Swedish SAAB for the manufacture of four new submarines and those who advocate a short-list with two manufacturers (Damen / SAAB and Naval Group), or even three (Damen / SAAB, Naval Group and the German ThyssenKrupp Marine Systems). And then there are those very minority, who do not want a new submarine program to replace the four submarines of the Royal Dutch Navy Walrus type. A “fight” who has already dragged the announcement of a decision from March to June, even July. “A great offer” from Paris.

It is in this context that the Minister of Armies Florence Parly arrives on Monday in the Netherlands, to support among other things the offer of Naval Group, which has since last February joined the Dutch group Royal IHC. “We are convinced that we have a great offer for the Dutch navy , ” says one in Paris. The naval group offers the Netherlands a conventional propulsion version of the Barracuda, which has already seduced Australia. “We have both a very good product and we can develop a real cooperation in the naval as well as in other areas with the Netherlands,” says one in the entourage of the minister. The proposed ocean submarines will be able to meet the specific needs of NATO as well as the United States with which the Netherlands regularly exercises to test US defenses. Paris believes a lot in its chances and gives itself the means to win. Every month, the Ministry of the Armed Forces reviews the situation with Naval Group CEO Hervé Guillou, the French ambassador to the Netherlands and the French parliamentarians associated with this campaign. “We really do the max”  to win this competition, says one at La Tribune.

 Submarines made in the  Netherlands If France considers that it is “very, very well positioned” in this campaign, the game is not played. Far from there. Because Damen, who grows to be the only candidate retained in the famous short-list, is logically supported in the Netherlands. It is indeed difficult in Amsterdam not to keep his local champion in the short-list. But, the partnership between Naval Group and the Dutch group Royal IHC has cut the effects of the campaign led by Damen on the theme, the French will do everything in France. While Naval Group will define the design of the submarines with the Netherlands, Royal IHC will be responsible for the construction and layout of the vessels with the help of the Dutch maritime sector. Hence the debate raging in the Netherlands still in full hesitation. Finally, TKMS, in withdrawal, pushes a postponement of a decision to take the time to convince the Dutch of the merits of their offer, based on trilateral cooperation (Netherlands, Germany, Norway), even quadrilateral (Poland ), provided for TKMS to supply submarines to the Polish Navy. “The ball is in the camp” of the Dutch authorities, says one in Paris.

Dit is een vertaling van het originele artikel van Latribune.fr


Dutch keep Walrus submarine race going for a bit longer

COLOGNE, Germany — The Dutch government has postponed a supplier decision to replace its four Walrus submarines, telling parliament that further study of the issue is needed until the summer.

The development, announced in a letter late last month by State Secretary for Defence Barbara Visser, comes as some expected a decision this spring. Government officials now say they need more time to study the competitors’ latest offers related to domestic industry participation in their proposals.

The companies vying for the multibillion-dollar Walrus contract are Naval Group of France, Navantia of Spain, Saab’s Kockums of Sweden, and ThyssenKrupp Marine Systems of Germany.

The additional study follows attempts by competitors to tweak their proposals in light of a new Dutch defense industry strategy released in November. That document prescribes that the production of maritime platforms remain mostly a national affair, with roughly 25 percent of projects sourced from international collaborations.

“The Netherlands has the ambition to design and produce certain military capabilities itself,” reads a summary of the strategy document. “In doing so, we will take into account the industries that are already present in the Netherlands as well as the country’s capacity and possible limitations. What does this mean in concrete terms? We want to preserve and strengthen our naval shipbuilding industry, for example.”

Lees verder bij Defense News

Geen ’kenniswerk’ nodig voor nieuwe mijnenjagers

Premium

Geen ’kenniswerk’ nodig voor nieuwe mijnenjagers

Dat Nederlandse bedrijven als Damen buiten de boot zijn gevallen in de aanbesteding van nieuwe mijnenjagers was al bekend, maar nu blijken ook kennisinstituten als Marin en TNO in het geheel niet nodig te zijn.

Dat blijkt uit het antwoord van de bewindslieden van Defensie op een reeks van Kamervragen die gesteld zijn naar aanleiding van het gunnen van de miljardenorder aan een Frans-Belgische combinatie die geleid wordt door het Franse staatsbedrijf Naval Group.

Diverse Kamerleden wezen de politieke leiding van het ministerie op de Letter of Intent met België uit 2016, waarin gekozen werd voor gezamenlijk onderzoek, ontwikkeling en verwerving van zowel fregatten als de mijnenbestrijdingscapaciteit. In dat stuk staat expliciet verwoord dat partijen voor beide projecten zo spoedig mogelijk initiatieven zullen starten om tot overeenstemming te komen over onder meer ‘het deelnemen aan en financieren van gezamenlijk onderzoek en ontwikkeling voor de nieuwe schepen’.

Oudere berichten

© 2019 Marinebouw.nl

Thema gemaakt door Anders NorenBoven ↑