Marinebouw.nl

Nieuws over de Nederlandse Gouden Driehoek

Categorie: Politiek (pagina 1 van 9)

Miljardenpot voor Europa’s defensie- industrie

13 miljard Het Nederlandse mkb moet stevig lobbyen in Brussel om niet ondergesneeuwd te raken door de grotere defensie-industrie in andere landen.

Een pot van 13 miljard staat plotseling klaar voor de Europese defensie-industrie. Met dat geld wil de Europese Commissie afdwingen dat de lidstaten op defensiegebied gaan samenwerken en dat ze, als de eigen industrie profiteert, zich ook meer geroepen voelen de defensie-uitgaven te verhogen.

In de volgende EU-meerjarenbegroting reserveert de Commissie die 13 miljard euro voor een Europees Defensiefonds (EDF) voor cofinanciering van Europese defensieprojecten. Woensdag stemt in Straatsburg het Europees Parlement over de EDF-voorstellen.

EEN EUROPEES LEGER

Politiek is vaak een kwestie van framing. Je plaatst iets in een kader en je begint het te prijzen of juist er tegenaan te schoppen. Zo sprak maandag D66 vicepremier Kajsa Ollongren in Denemarken haar Europese partijvrienden van Radikale Venstre toe. Ze pleitte voor een Europees leger.

Een Binnenhofrel was geboren, want VVD-premier Mark Rutte en CDA-minister van Defensie Ank Bijleveld hadden al gezegd dat ze – anders dan de Franse president Macron en de Duitse Bondskanselier Merkel – tegen zo’n Europees leger zijn. ‘Het kabinet spreekt met één mond en ik ben die mond’, zei Bijleveld.

Het is de vraag of Macron en Merkel met hun pleidooien voor een Europees leger hetzelfde bedoelen. Wie zich verdiept in beider opvattingen stuit al gauw op grote verschillen. Wel zijn ze het eens dat EU-landen meer moeten doen aan defensie. Ze zien de wereld onveiliger worden: terrorisme – dreiging, de inmenging van Rusland in Oekraïne en zijn bemoeienis in Syrië en – op termijn gevaarlijker – de opmars van China. Bovendien kan Europa niet meer van Amerika op aan, de financiële en militaire kracht achter de NAVO.

Allemaal verstandige observaties van Macron en Merkel. De landen van Europa geven gezamenlijk meer uit aan defensie dan China en Rusland bij elkaar. De Europese output is veel en veel kleiner omdat elk land zijn eigen landmacht, luchtmacht en marine en bijbehorende bureaucratieën heeft. Een euro voor Defensie is veel minder waard dan een dollar, een roebel of een Chinese munt.

Inniger samenwerken is dus logisch. Het gebeurt ook al. Zo is er een geïntegreerd Duits-Nederlands legerkorps, onze marine werkt met België samen en het Benelux-luchtruim wordt gezamenlijk bewaakt. Nederland heeft zich ook al gemeld voor de Europese interventiemacht. Een Frans plan waar zelfs de Britten aan mee willen doen. Ook de NAVO is blij met Europese samenwerking. NAVO-officials wonen tegenwoordig EU-bijeenkomsten bij en andersom. Zo versterkt het ene bondgenootschap het andere.

Een Europees leger? Het is allemaal framing. Ollongren spreekt met haar pleidooi haar Europagezinde achterban aan en ze weet dat er heibel van komt, want binnen het kabinet gaat zij er helemaal niet over. En Rutte en Bijleveld verlenen lippendienst aan de Eurosceptici onder hun kiezers. Terwijl ze alle drie hetzelfde willen.

Lees verder op BNR.nl

NIDV ziet in de Defensie Industrie Strategie goede kapstok voor krijgsmacht, industrie en kennisinstellingen, de Gouden Driehoek.

De NIDV is in het algemeen content met de Defensie Industrie Strategie, die recent naar de Tweede Kamer is gestuurd. Directeur NIDV Ron Nulkes: “Ik beschouw het als een kapstok, die Defensie, EZK, kennisinstellingen en industrie samen aan de wand hebben bevestigd. De kapstok biedt plaats voor verschillende haken, zoals financiele instrumenten uit Europa en de Nederlandse topsectoren. Grote en kleine bedrijven kunnen veelbelovende jassen aan de kapstok hangen. Er is ruimte voor nieuwe haken. Daarmee krijgt de krijgsmacht uitstekend materieel en diensten, en kunnen de Nederlandse industrie en kennisinstellingen verder bouwen waarin zij goed zijn. Aan de totstandkoming van deze DIS heeft uitstekend vooroverleg plaatsgevonden met betrokken partijen.”

  1. De doelstelling van de DIS 2018 is helder: welke kennis en capaciteiten van het bedrijfsleven en van de kennisinstellingen zijn nodig om de wezenlijke belangen van nationale veiligheid te allen tijde te beschermen en wat is ervoor nodig om die basis te borgen? De NIDV vindt dat deze vragen in het algemeen goed worden beantwoord in het document.
  2. In deze DIS staat het begrip wezenlijke veiligheidsbelangen centraal. Nulkes: “Dat is winst, want of sprake is van een dergelijk belang, is immers een soevereine beoordeling van de Nederlandse Regering. De top-down analyse van die belangen wordt onderschreven, waarbij ook goed is gekeken wat de Nederlandse Defensie- en Veiligheidsgerelateerde Industrie in huis heeft. Ook met de resultaten van het NIDV-veldonderzoek is afdoende rekening gehouden.
  3. Niet alleen technologiegebieden kunnen in de DIS 2018 als wezenlijk veiligheidsbelang worden gekwalificeerd, maar ook kennisgebieden en industriële capaciteiten, waaronder instandhouding en inzetzekerheid. De NIDV vindt dit een verstandige aanpak, want daarmee worden zowel Defensie als de Nederlandse industrie gediend.
  4. Dat de regering actief met het bedrijfsleven wil werken om kennis, technologie en capaciteiten in Nederland op te bouwen, te behouden en te versterken in de verschillende domeinen, stemt tot tevredenheid. In het maritieme domein gaat dat om de zelfscheppende industrie, in het landdomein om enkele eindproducenten en een groot aantal toeleveranciers. In het luchtdomein betreft dat deelname in hoogwaardige internationale programma’s. Spin off en Spill over mogen daarbij niet worden onderschat.
  5. Essentieel is dat grotere bedrijven zoals Damen Shipyards, GKN-Fokker en Thales acteren als zelfstandige Nederlandse Original Equipment Manufacturers (OEM) of systeemintegrator in de markt. Deze rol is extra belangrijk omdat deze bedrijven zelfscheppend zijn en omzet, kennis en werkgelegenheid genereren, ook voor een lokaal netwerk van defensie- en niet-defensiegerelateerde industrie en kennisinstituten. De gerelateerde keten met veelal een substantieel aantal toeleveranciers vertegenwoordigt een hoge economische waarde. Nulkes: “Ook kleinere midden- en kleinbedrijven, de ruggengraat van de NIDV, plukken de vruchten hiervan. Zij kunnen zelfstandig in die keten opereren, maar ook aansluiting zoeken bij de grotere bedrijven. In de dynamiek van de ‘early involvement’ en het verkrijgen van opdrachten is het van het grootste belang dat de samenwerking overheid, industrie en kennisinstellingen op orde is. Zo is participatie in het F-35 programma tot stand gekomen; de NIDV wil ook toekomstige programma’s zo vormgeven.”
  6. De DIS stelt dat bij verwerving de Aanbestedingswet 2012 en Aanbestedingswet op Defensie- en Veiligheidsgebied als uitgangspunt gelden en art. 346 VWEU in bijzondere gevallen kan worden toegepast. De NIDV gaat ervan uit dat dit niet beperkend wordt bedoeld ten opzichte van het Regeerakkoord ‘Vertrouwen in de toekomst’ noch van de Defensienota 2018. Daarin is immers gesteld dat bij aanbestedingstrajecten artikel 346 VWEU ruimhartig wordt geïnterpreteerd. Waar de hedendaagse technologie goed is terug te vinden in de DIS 2018, kan dit niet worden gezegd van de lijst van militair materieel uit 1958. De NIDV stelt het op prijs als die lijst naar hedendaagse inzichten wordt geïnterpreteerd.
  7. De NIDV heeft zich de afgelopen jaren sterk gemaakt om de defensie- en veiligheidssector te verankeren in het topsectorenbeleid. Nulkes: “Ik ben blij dat onze sector een plaats krijgt in het topsectorenbeleid. Het ‘missiegedreven innovatiebeleid’ met onder meer een maatschappelijke uitdaging ‘veiligheid’ is daartoe een uitstekende aanzet. Ik herhaal graag dat Launching customership van Defensie een must is voor de sector.”
  8. Zonder meer juicht de NIDV toe dat haar voorstellen zijn overgenomen om een interdepartementale coördinatiegroep op te richten voor de Europese defensieprogramma’s naar het model van het F35-programma. Ook het benoemen van een speciaal vertegenwoordiger wordt verwelkomd. Deze moet de verbinding vormen tussen Europa, de lidstaten en industrieën. Hiermee zijn de belangen gediend van zowel Defensie als de industrie en kennisinstellingen bij de uitwerking van onder meer het Europees Defensie Fonds en PESCO.
  9. De NIDV neemt kennis dat Nederland in Europees verband aandacht blijft vragen voor strikte toepassing van de criteria voor wapenexport. Gezien de toenemende verwevenheid van Europese krijgsmachten en industrieën door onder meer het Europees Defensie Fonds, wil de NIDV ook het accent wordt gelegd op harmonisering van de interpretatie van de Europese exportbepalingen. Het helpt de Europese defensievorming namelijk niet indien Lidstaten hun eigen posities benadrukken. Wij zijn bang dat Nederlandse bedrijven bij toelating tot Europese programma’s belemmeringen zullen ondervinden indien niet wordt geharmoniseerd.
  10. De NIDV voorziet met deze DIS een positief effect op het imago van de krijgsmacht. Met Defensie wil de NIDV vooral hierin gaande en toekomstige technologische ontwikkelingen betrekken, die nodig zijn voor het adequaat functioneren van de krijgsmacht. Nulkes plaatst daarbij een kanttekening: “De DIS is feitelijk nooit af. Tegenstanders van de soldaat in het veld zijn niet gehouden aan beleidsdocumenten, maar kopen nieuwe technologieën zonder verwervingstrajecten. En op de markt vinden uiteenlopende innovatieve ontwikkelingen plaats waarmee militairen hun voordeel kunnen doen. Ik ga er daarom van uit dat de interpretatie van de DIS voldoende flexibiliteit in zich draagt, dat nieuwe technologieën ook eenvoudig hieronder kunnen worden gebracht.”
  11. De NIDV wil graag met de ministeries van Defensie, Economische Zaken en Klimaat alsmede Buitenlandse Zaken de schouders zetten onder deze DIS; het is zaak de goede uitgangspunten die in de DIS worden genoemd om te zetten naar de praktijk, waardoor de Nederlandse Defensie- en Veiligheidsgerelateerde Industrie haar rol adequaat kan blijven vervullen in de Nederlandse, unieke, Gouden Driehoek. Voor informatie:Dir. NIDV, Ron Nulkes

Lees ook over het succesvolle NIDV-symposium 2018 via NIDV.eu

Kabinet versterkt Nederlandse Defensie Industrie (video)

Defensie wil bij het kopen van materieel het beste product voor de beste prijs. Maar ook het Nederlandse bedrijfsleven moet maximaal worden betrokken. Daarvoor wordt de Nederlandse defensie-industrie versterkt, beschermd en internationaal gepositioneerd. Dit staat in de nieuwe Defensie Industrie Strategie (DIS) van Defensie en Economische Zaken en Klimaat (EZK). De DIS is vandaag gepresenteerd door minister Ank Bijleveld-Schouten tijdens het jaarlijkse NIDV-symposium van de Nederlandse defensie-industrie.

Op eigen benen
Om een rol van betekenis te kunnen spelen in de samenwerking met andere landen, en een waardevolle bijdrage te leveren aan de veiligheid in Europa heeft Nederland een sterke, stabiele basis nodig. Minister Ank Bijleveld-Schouten: “We hebben eindelijk weer perspectief op een grotere en sterkere krijgsmacht. Niet alleen omdat de krijgsmacht dat nodig heeft, maar ook omdat de situatie in de wereld dat van ons vraagt. De veiligheidssituatie is verslechterd en Nederland en Europa moeten op eigen benen kunnen staan. We moeten onszelf kunnen beschermen. Daarvoor is een sterke basis nodig van kennis, technologie en capaciteiten.”

Kennis en technologie
De DIS beschrijft die basis en die bestaat uit militaire kennis, technologie en industriële capaciteiten. Nederland wil bijvoorbeeld onafhankelijk kennis kunnen blijven ontwikkelen ter verbetering van militaire prestaties. Daarnaast wil Nederland technologieën mee-ontwikkelen, die belangrijk zijn voor het uitvoeren van militaire taken. Denk aan kunstmatige intelligentie, cyber en robotica.

Video: animatie Defensie Industrie Strategie

 

Militaire capaciteiten
Ook heeft Nederland de ambitie om zelf militaire capaciteiten te ontwerpen en produceren. Hierbij wordt rekening gehouden met de hier aanwezige industrieën. Concreet betekent dit bijvoorbeeld dat Nederland zijn eigen marinebouw wil behouden en versterken. Ook is het belangrijk om sensorsystemen zo veel mogelijk in Nederland zelf te ontwikkelen en onderhouden. Ten slotte is er de ambitie om zelf onbemande verkenningssystemen en satellieten voor inlichtingenfuncties zelf te produceren.
Op andere gebieden wil Nederland toeleverancier zijn van buitenlandse bedrijven. Het landingsgestel voor de F-35 wordt bijvoorbeeld in Nederland geproduceerd.

Economische groei
Staatssecretaris Mona Keijzer: “Niet voor niets heet het de Defensie Industrie strategie. In de DIS is de industrie een belangrijke component omdat deze sector goed is voor ruim 25.000 banen, een omzet van 4,5 miljard euro en betrokkenheid van meer dan 350 Nederlandse bedrijven. Deze vernieuwde DIS draagt bij aan onze economische groei en werkgelegenheid in de hightech-, maak- en maritieme industrie.

Meer open Europese defensiemarkt
Als het in het belang van de nationale veiligheid is, kiest Nederland bij toekomstige aanbestedingstrajecten voor Nederlandse leveranciers. Dit gebeurt binnen de kaders van de Europese regelgeving. Het kabinet wil zich sterk maken voor een meer open Europese defensiemarkt. Hierbij is er een gelijk speelveld voor alle landen en wordt kritisch gekeken naar buitenlandse overnames. Ook dit moet de Nederlandse defensie-industrie een impuls geven. Mocht het belangrijk zijn om spullen snel te hebben, dan koopt Nederland ze elders van de plank.

Lees ook de toespraak van MInister Bijleveld tijdens het NIDV-sympoisum via Defensie.nl

Defensie Industrie Strategie (DIS) 2018

De markt voor de defensie- en veiligheidsgerelateerde industrie staat niet stil en ook de internationale veiligheidscontext is aan beweging onderhevig. Er moet een balans worden gevonden tussen het belang van internationale samenwerking en een level playing field op de defensiemarkt enerzijds en het borgen van de wezenlijke belangen van nationale veiligheid anderzijds. In de DIS 2018 is deze balans gevonden. De herziene DIS geeft aan welke kennis, technologie en industriële capaciteiten zoveel als mogelijk nationaal moeten worden verankerd om de wezenlijke belangen van nationale veiligheid te kunnen beschermen. Ook geeft deze DIS aan waar we internationaal kunnen samenwerken en op welke wijze Nederland een hoogwaardige bijdrage kan leveren aan de Europese veiligheid.

Download de DIS 2018

Defensie koopt materieel voortaan bij voorkeur in Nederland

Als de krijgsmacht nieuw materieel nodig heeft, moet dat bij voorkeur van Nederlandse bodem zijn. Dat is niet alleen goed voor de nationale veiligheid, maar ook voor de Nederlandse industrie, vindt het kabinet.

Minister Bijleveld van Defensie en staatssecretaris Keijzer van Economische Zaken presenteren vandaag de nieuwe Defensie Industrie Strategie, waar dat in staat.

De tijd van bezuinigen bij Defensie is voorbij. De komende jaren worden er miljarden geïnvesteerd, vooral bij de marine. Dat geld moet vooral bij Nederlandse leveranciers terechtkomen, vinden de bewindsvrouwen.

Europese regels

De voorkeurspositie voor Nederlandse bedrijven is niet in strijd met de Europese regels voor aanbestedingen, zeggen Bijleveld en Keijzer. Soms kan het niet anders dat spullen uit het buitenland worden gehaald, maar dat gebeurt dan met zo veel mogelijk bijdrage van Nederlandse bedrijven.

Defensie wil zelf drones en satellieten laten ontwerpen voor spionage. Dat is volgens Bijleveld ook veiliger, want apparatuur uit het buitenland kan een ‘achterdeur’ hebben, waardoor die overgenomen kan worden door een kwaadwillende buitenlandse mogendheid.

Lees verder op NOS.nl

Defensie Industrie Strategie gepresenteerd: Maximaal inzetten van Nederlands bedrijfsleven

Vanochtend heeft minister Ank Bijleveld van Defensie de nieuwe Defensie Industrie Strategie gepresenteerd op het NIDV symposium te Rotterdam. Dit voor alle Defensie-investeringen belangrijke beleidskader moet volgens Bijleveld de eigen strategische industrie beschermen, maar vooral ook de betrokken specialistisch militair technologische kennis en techniek voor Nederland behouden. De wereld om ons heen wordt steeds onveiliger en dit vraagt om een nationale onafhankelijkheid op veiligheidsgebied. “Daarbij mikken we op waar we goed in zijn”, stelt Keijzer in een interview met haar en staatssecretaris Mona Keijzer van Economische Zaken en Klimaat in De Telegraaf (d.d. 15 november 2018). “De marinebouw dus.”

“We moeten in staat zijn om ons eigen grondgebied te beschermen”, zegt Bijleveld. “Daarvoor heb je ook een stabiele basis aan kennis nodig, aan technologie en aan industriële capaciteiten.” Jezelf beschermen betekent volgens de twee CDA-bestuurders ook dat je in staat bent zelf het benodigde materieel daarvoor te regelen om klaar te zijn voor inzet.

Defensie doet de komende jaren gigantische investeringen, vooral bij de marine. Alleen al de vervanging van de onderzeeboten zal zo’n 3 à 4 miljard euro kosten. Het uitgangspunt blijft: het beste wapensysteem voor de beste prijs. Maar, zegt Keijzer: “We hebben afgesproken dat vanaf nu met zoveel mogelijk Nederlandse betrokkenheid te doen.” We mikken op waar we sterk in zijn, omdat het in het belang is van de nationale veiligheid. Andere dingen kunnen we beter uit het buitenland halen.

Innovatievermogen en duurzaamheid
De investeringsgolf van de Koninklijke Marine is van enorme betekenis voor het innovatievermogen van de Nederlandse maritieme industrie, óók dat in de civiele markt. Vrijwel alle bedrijven in deze sectoren werken zowel voor militaire als voor civiele projecten, waardoor de kennisontwikkeling voor de grote ontwikkel- en bouwprojecten voor de Koninklijke Marine breed neerdaalt in de hele sector. Zeker met de komende ontwikkelingen voor nieuwe onderzeeboten liggen hier ook op het terrein van duurzaamheid grote kansen. Zowel voor het realiseren van lage emissies als voor lang onder water varen zonder enige waarneembaarheid wordt gebruik gemaakt van technologie voor emissievrij varen.

In de vorige kabinetsperiode werd onvoldoende beargumenteerd waarom bepaalde sectoren van wezenlijk belang zijn voor de nationale veiligheid. Juist doordat deze nota dit besef goed zichtbaar maakt en onderschrijft, kan Defensie vaker de ruimte benutten die de Europese regels voor openbare aanbestedingen hiervoor bieden. Defensie kan zo direct Nederlandse bedrijven inschakelen, is de gedachte.

Lees verder op Maritimetechnology.nl

Bijleveld: ‘Meer geld naar defensie’

Er moeten nieuwe, forse stappen worden gezet om de defensie-uitgaven te verhogen, teneinde in 2024 te voldoen aan de afgesproken NAVO-norm van 2 procent van het bruto binnenlands product.

“Nederland bungelt nu nog onderaan het lijstje van NAVO-lidstaten.” Dat zei minister van Defensie Ank Bijleveld woensdag in Brussel, waar de defensieministers van de NAVO bijeen zijn.

NAVO-secretaris-generaal Jens Stoltenberg riep de lidstaten nogmaals op om serieus werk te maken van het verhogen van hun defensie-uitgaven. Bijleveld zei die urgentie te delen, voor onze eigen veiligheid. “We zijn nu bijna halverwege op weg naar 2024. Maar we komen ondanks de extra investeringen nog lang niet in de buurt van die 2 procent.’’

Lees verder op WNL.nl

Drie consortia over in strijd om nieuwe mijnenbestrijdingsvaartuigen

Van de vijf aanbieders die in de race waren om de bouw van de twaalf nieuwe mijnenbestrijdingsvaartuigen voor België en Nederland, zijn er nu nog drie over. Het Spaanse Navantia is van deelname uitgesloten en Saab heeft zich teruggetrokken uit de aanbesteding. De keuze moet nu worden gemaakt uit consortia waar alleen Nederlandse, Belgische en Franse werven nog deel van uitmaken.

Er is publiekelijk weinig bekend over de aanbesteding van de twaalf nieuwe mijnenbestrijdingsvaartuigen en hun toolboxen (mijnenbestrijdingsmiddelen). Eind vorige week publiceerde het Belgische dagblad De Tijd wat over het programma. Dat is ook aanleiding voor Marineschepen.nl om aandacht te besteden aan deze aanbesteding. Want het project van de nieuwe MCMV’s, zoals ze in de wandelgangen worden genoemd, is een van de meest interessante projecten. Het is natuurlijk een bijzonder project omdat voor het eerst België de leiding heeft over toekomstige Belgisch-Nederlandse schepen, er is ontzettend veel tijdsdruk, het is complex door de combinatie platform en toolbox, en het is de eerste Europese aanbesteding voor Nederlandse marineschepen (met alle gevolgen voor familievorming van dien). Met andere woorden, het is geen eenvoudige opgave.

Aanvankelijk was de verwachting dat de projectleiding zou kunnen kiezen uit zo’n negen aanbieders. Dat werden er vijf en nadat Navantia moest afvallen omdat zij hun financiële cijfers niet op orde hadden en Saab hun voorstel terugtrok (volgens De Tijd omdat ze “de termijnen te kort zou hebben gevonden”), zijn het er nog drie. Dat zijn in willekeurige volgorde:
1. Naval Group (FR, platform) plus ECA Group (FR, tools)
2. Damen (NL, platform) plus Atlas Elektronik (DU) en Elbit (Israel) voor de tools
3. Chantiers de l’Atlantique, Socarenam (FR) en EDR (BE) voor het platform, en Thales Belgium voor de tools

In de voorwaarden van de aanbesteding stond dat het platform samen met de toolbox zou worden aanbesteed. De reden is dat het projectteam wil voorkomen dat er straks een platform en een toolbox is, maar dat die niet goed op elkaar zijn aangesloten. De verantwoordelijkheid is door het projectteam bij de industrie gelegd: zoek partners en zorg dat het geheel werkt (al is dat bij het aanwijzen van een winnaar nog niet te zien). Deze methode heeft ook een nadeel: het concept is gebaseerd op een platform dat heel lang meekan en tools die veel vaker gemoderniseerd worden. Door nu al tools te kiezen, bestaat de kans dat het projectteam zich vastlegt op tools uit 2018 (of ouder) terwijl die MCMV’s nog lang niet varen en er dus al snel sprake van veroudering is.

Lees verder op Marineschepen.nl

Verduurzaming van Defensie stap dichterbij

Tweede Kamerlid Salima Belhaj heeft met haar initiatiefnota grote stappen gezet voor meer duurzaamheid bij Defensie. Het ministerie gaat de eigen organisatie, gebouwen en haar aankopen verduurzamen. De plannen zijn met ruime steun in de Tweede Kamer aangenomen. Alleen de PVV en Forum voor Democratie stemden tegen.

Met deze voorstellen van Salima Belhaj gaat de staatssecretaris concreet aan de slag:

  • Plan van aanpak
    In het voorjaar van 2019 ontvangt de Tweede Kamer een concreet plan van aanpak hoe de staatssecretaris de doelstellingen voor de overgang naar schone energie bij Defensie gaat realiseren.
  • Stand van zaken
    In de jaarverslagen van Defensie zal voor het eerst inzichtelijk worden gemaakt wat de stand van zaken is van deze duurzame doelstellingen. Zo kan de Tweede Kamer goed controleren wat er terecht is gekomen van de gemaakte afspraken.
  • Aanbestedingseis
    Duurzaamheid zal voortaan een onderdeel zijn van de eisen die gesteld worden bij de aankoop van materieel.
  • Koploper
    Energiereductie is op dit moment geen prioriteit bij de innovatiestrategie van Defensie. Dit gaat veranderen. Defensie zal een leidende rol spelen in het stimuleren van duurzame samenwerkingsprojecten met het bedrijfsleven en kennis- en onderzoeksinstituten, zoals TNO.

Veiligheid vergroten

Naast het verduurzamen van de eigen organisatie, is een ander belangrijk doel van Belhaj de veiligheid op missies te vergroten, door minder afhankelijk te worden van fossiele brandstoffen. Staatssecretaris Visser gaf tijdens het notaoverleg op 21 september 2018 aan deze doelstelling volledig te ondersteunen: “Wij hebben het nodig om ervoor te zorgen dat wij ons fossiele verbruik wat terugdringen, vooral bij de missie-inzet, omdat je daarmee risico’s beperkt — dat onderschrijf ik dus volledig — en bij de gewone vredesbedrijfsvoering om de kosten naar beneden te krijgen.”

Risico’s beperken

Alleen al bij het transport van brandstof zijn de risico’s groot. Van eenvoudig tanken zoals in Nederland is geen sprake. Voordat een soldaat op missie dit kan doen, gaat een groot en kostbaar proces aan vooraf. De brandstof moet van een haven naar een legerbasis vervoerd worden. Onderweg nemen de  risico’s op aanvallen van vijandige  groepen toe. Hierdoor is het noodzakelijk brandstoftransporten te beschermen.

Lees verder op D66.nl

Oudere berichten

© 2018 Marinebouw.nl

Thema gemaakt door Anders NorenBoven ↑