Marinebouw.nl

Nieuws over de Nederlandse Gouden Driehoek

Categorie: Politiek (pagina 1 van 11)

Onderschat de Franse diplomatie niet langer

Diplomatie Het is geen toeval dat Nederland steeds naast internationale topfuncties grijpt, schrijft Cees van Lotringen. Zijn advies: Do as the French do.

De media hebben hun rituele dans weer opgevoerd nu opnieuw een Nederlandse politicus is afgeserveerd voor één van de meest prestigieuze banen die internationale organisaties te vergeven hebben. Dit keer ging het om PvdA-politicus Jeroen Dijsselbloem die niet de opvolger werd van IMF-directeur Christine Lagarde.

Op basis van EU-bronnen werd in verschillende media geconcludeerd dat de Fransen onder regie van minister Bruno Le Maire het proces als voorzitter hebben gemanipuleerd – ten gunste van Frankrijk. De aangehaalde bronnen rond het onderhandelinsproces toonden zich verrast, verongelijkt en teleurgesteld over proces en resultaat. Mij verbaasde deze uitkomst niet. Wie zich verdiept in de geschiedenis van de Europese eenwording ziet dat Frankrijk telkens weer de regie pakt én weet vast te houden. Op de bestuurders van het land is veel aan te merken, maar niet dat ze geen visie hebben op machtspolitiek en ook niet dat ze doelgerichtheid missen of executiekracht. Denkt u maar aan de heimelijke alliantie tussen Frankrijk en Italië in de jaren tachtig om Duitsland de D-mark afhandig te maken. Of neem de wijze waarop in 1998 de kandidatuur van Wim Duisenberg voor de eerste ECB-president werd tegengewerkt door president Chirac. Het laatste huzarenstukje is de lancering van IMF-directeur Christine Lagarde als president van de ECB (Europese Centrale Bank) – zonder dat zij zelf ooit monetair beleid heeft gemaakt. Daarvoor bracht Parijs ogenschijnlijk een zoenoffer: de Duitse minister Ursula von der Leyen mocht voorzitter van de Europese Commissie worden. Maar was dat een zoenoffer? Niet echt. Het waren de Fransen die zogenaamd ‘op het laatste moment’ haar voordracht uit de hoge hoed toverden en daarmee de zelf gebaarde crisis oplosten. Ze hadden namelijk geweigerd steun te geven aan de kandidaat die bondskanselier Angela Merkel graag wilde; partijgenoot Manfred Weber.

Terwijl Duitse en Nederlandse politici nog aan het bijkomen waren van deze uitkomst, bereidden de Fransen zich al voor op de volgende akte: de opvolging van Christine Lagarde bij het IMF. Frankrijk was er veel aan gelegen om te voorkomen dat Jeroen Dijsselbloem haar zou opvolgen. Als voorzitter van de eurogroep had hij Zuid-Europa de maat genomen en beledigd met suggesties dat gemeenschapsgeld er opging aan drank en vrouwen. Hij legde het af door alle tegenstand uit Zuid-Europa, net zoals Frans Timmermans eerder was afgeserveerd als kandidaat-voorzitter van de Europese Commissie, omdat hij Oost-Europa de les had gelezen.

Met zo’n klein land met zo’n grote mond dat zo weinig besef lijkt te hebben van de politieke mores van eer die elders in de wereld de sine qua non van de politiek zijn, weet Frankrijk wel raad; gelegenheidscoalities zijn in een handomdraai gesmeed. Bij al deze benoemingen zien we dat Nederlanders en Duitsers Frankrijk consequent onderschatten. Economisch is het land op weg de rode lantaarndrager van de EU te worden, want het is doorgaans niet in staat in eigen land succesvol te hervormen. Maar er is ook een ander Frankrijk, dat bestaat uit een bestuurselite die intellectueel en politiek superieur is aan haar Duitse en Nederlandse tegenhangers.

Vaste prik: Frankrijk komt met een tegenkandidaat

De staat filtert er sinds de dagen van Lodewijk de XIV de beste mensen via onderwijs en selectie uit. Men werkt er volgens het van de Duitsers overgenomen principe van ‘these, antithese en synthese’: men heeft altijd een visie en altijd een plan. Vervolgens ontbrandt strijd om de mensen die die visie en dat plan moeten vormgeven. Ook vaste prik: Frankrijk komt altijd met een tegenkandidaat. Vervolgens vertrouwen de Franse onderhandelaars op hun diepdoordachte plan en hun vermogen om steeds de middelen aan te passen om het gewenste einddoel te bereiken. En – niet onbelangrijk – de Fransen leggen altijd meer uithoudingsvermogen aan de dag dan wie ook.

Het is steevast Frankrijk dat om vijf voor twaalf de oplossing uit de hoge hoed tovert: de antithese wordt een synthese. Alle lidstaten, en vooral het ‘pragmatische’ Duitsland en Nederland, zijn dan blij dat überhaupt resultaat is bereikt – ook al is het niet hún resultaat.

Lees verder op NRC.nl


Wat ze aan de talkshowtafels niet vertelden over Ursula von der Leyen

Wat maar weinig mensen weten is hoe de nieuwe voorzitter van de Europese Commissie, Ursula von der Leyen, al jaren samen met collega-vriendin Jeanine Hennis-Plasschaert stilletjes werkt aan de integratie van de Nederlandse en Duitse krijgsmacht. (En dat ze plagiaat pleegde.)

Het is dus Ursula von der Leyen, en niet Frans Timmermans, die voorzitter wordt van de Europese Commissie. De Duitse Von der Leyen werd als een grote onbekende gepresenteerd: het was nogal beschamend hoe het luie journaille en de kletsende klasse aan talkshowtafels niets anders wist te vertellen dan dat ze een dark horse was, met een niet al te gelukkige baan als minister van Defensie in Duitsland, van ‘christendemocratische huize’ is, een vrouw is en zeven kinderen heeft.

Op zijn minst had men op kunnen merken dat Von der Leyen misschien nog wel Europeser is dan Jean Claude Juncker, dat ze een vriendin van onze vorige minister Jeanine Hennis-Plasschaert is, en misschien mentaal wel half-Nederlands kan worden genoemd. Samen vormden ze proestend de afdeling girlpower in de Navo en werkten ze stilletjes aan de integratie van het Nederlandse en de Duitse krijgsmacht.

Alleen al onze landmacht is via meer dan driehonderd projecten innig verweven met de Duitse, blikvanger is de Luchtmobiele Brigade die geïntegreerd is met Division Schnelle Kräfte en onder gemeenschappelijk commando in Duitsland staat. Von der Leyen en Hennis zetten in februari 2016 hun handtekening onder een vergaande militaire samenwerkingsovereenkomst waarmee de Duitse marine medegebruiker werd van de Karel Doorman, een logistiek ondersteuningsschip en het Seebataillon van de Duitse marine wordt opgenomen in de Koninklijke Marine.

Lees verder op Vrij Nederland

European NATO members to boost spending this year

June 25 (UPI) — The European members of the North Atlantic Treaty Organization will increase defense spending for the fourth consecutive year amid calls by President Donald Trump for the allies to spend a greater share of their budgets on defense.

In a report released Tuesday on the 29-member alliance, NATO said the European countries would average 1.58 percent of gross domestic product this year on defense, which is an increase from 1.53 percent in 2018, 1.48 percent in 2017 and 1.46 percent in 2016.

The expenditures are military spending — not payments to NATO.

“This is a good trend and we expect this to continue,” NATO Secretary General Jens Stoltenberg told reporters from his Brussels headquarters.

In 2014, NATO members pledged to spend at least 2 percent of GDP on defense by 2024.

Seven nations will spend at least 2 percent on defense this year compared with three in 2014. European nations achieving this goals are Greece at 2.24 percent, Britain at 2.13 percent, Estonia at 2.13 percent, Romania at 2.04 percent, Latvia at 2.01 percent and Poland at 2.01 percent. The estimate for Lithuania is just shy of 2 percent, at 1.98 percent.

Comparatively, the United States tops the list at 3.42 percent with an estimated of $752 billion in spending, while in 2014 it was 3.73 percent at $654 billion.

The United States accounts for more than two-thirds of NATO’s defense expenditure of $1 trillion.

Trump threatened to pull the United States out of NATO at the alliance’s last summit in July 2018.

“For years, the United States was being treated very unfairly by NATO — but now we have secured a $100 billion increase in defense spending from NATO allies,” Trump said at the State of the Union address in February. “Under my administration, we will never apologize for advancing America’s interests.”

Trump has taken aim at Germany, whom he referred to as a “captive of Russia.”

“Germany pays 1% (slowly) of GDP towards NATO, while we pay 4% of a MUCH larger GDP. Does anybody believe that makes sense?” Trump tweeted last June. “We protect Europe (which is good) at great financial loss, and then get unfairly clobbered on Trade. Change is coming!”

Germany, which has Europe’s biggest economy, will increase military spending to 1.36 percent of GDP this year — $54 billion — compared with 1.24 percent in 2018, according to NATO.

Lees verder op UPI.com

Amsterdam should have announced a short-list for several weeks but the choice is debated within the government and the Dutch administration.

In the Netherlands, there is currently a national debate, but rather behind the scenes. A debate raging within the government and the Dutch Defense Materials Organization (DMO)  between those who want a choice in favor of the consortium led by the local champion shipyard Damen, associated with the Swedish SAAB for the manufacture of four new submarines and those who advocate a short-list with two manufacturers (Damen / SAAB and Naval Group), or even three (Damen / SAAB, Naval Group and the German ThyssenKrupp Marine Systems). And then there are those very minority, who do not want a new submarine program to replace the four submarines of the Royal Dutch Navy Walrus type. A “fight” who has already dragged the announcement of a decision from March to June, even July. “A great offer” from Paris.

It is in this context that the Minister of Armies Florence Parly arrives on Monday in the Netherlands, to support among other things the offer of Naval Group, which has since last February joined the Dutch group Royal IHC. “We are convinced that we have a great offer for the Dutch navy , ” says one in Paris. The naval group offers the Netherlands a conventional propulsion version of the Barracuda, which has already seduced Australia. “We have both a very good product and we can develop a real cooperation in the naval as well as in other areas with the Netherlands,” says one in the entourage of the minister. The proposed ocean submarines will be able to meet the specific needs of NATO as well as the United States with which the Netherlands regularly exercises to test US defenses. Paris believes a lot in its chances and gives itself the means to win. Every month, the Ministry of the Armed Forces reviews the situation with Naval Group CEO Hervé Guillou, the French ambassador to the Netherlands and the French parliamentarians associated with this campaign. “We really do the max”  to win this competition, says one at La Tribune.

 Submarines made in the  Netherlands If France considers that it is “very, very well positioned” in this campaign, the game is not played. Far from there. Because Damen, who grows to be the only candidate retained in the famous short-list, is logically supported in the Netherlands. It is indeed difficult in Amsterdam not to keep his local champion in the short-list. But, the partnership between Naval Group and the Dutch group Royal IHC has cut the effects of the campaign led by Damen on the theme, the French will do everything in France. While Naval Group will define the design of the submarines with the Netherlands, Royal IHC will be responsible for the construction and layout of the vessels with the help of the Dutch maritime sector. Hence the debate raging in the Netherlands still in full hesitation. Finally, TKMS, in withdrawal, pushes a postponement of a decision to take the time to convince the Dutch of the merits of their offer, based on trilateral cooperation (Netherlands, Germany, Norway), even quadrilateral (Poland ), provided for TKMS to supply submarines to the Polish Navy. “The ball is in the camp” of the Dutch authorities, says one in Paris.

Dit is een vertaling van het originele artikel van Latribune.fr


Dutch keep Walrus submarine race going for a bit longer

COLOGNE, Germany — The Dutch government has postponed a supplier decision to replace its four Walrus submarines, telling parliament that further study of the issue is needed until the summer.

The development, announced in a letter late last month by State Secretary for Defence Barbara Visser, comes as some expected a decision this spring. Government officials now say they need more time to study the competitors’ latest offers related to domestic industry participation in their proposals.

The companies vying for the multibillion-dollar Walrus contract are Naval Group of France, Navantia of Spain, Saab’s Kockums of Sweden, and ThyssenKrupp Marine Systems of Germany.

The additional study follows attempts by competitors to tweak their proposals in light of a new Dutch defense industry strategy released in November. That document prescribes that the production of maritime platforms remain mostly a national affair, with roughly 25 percent of projects sourced from international collaborations.

“The Netherlands has the ambition to design and produce certain military capabilities itself,” reads a summary of the strategy document. “In doing so, we will take into account the industries that are already present in the Netherlands as well as the country’s capacity and possible limitations. What does this mean in concrete terms? We want to preserve and strengthen our naval shipbuilding industry, for example.”

Lees verder bij Defense News

Geen ’kenniswerk’ nodig voor nieuwe mijnenjagers

Premium

Geen ’kenniswerk’ nodig voor nieuwe mijnenjagers

Dat Nederlandse bedrijven als Damen buiten de boot zijn gevallen in de aanbesteding van nieuwe mijnenjagers was al bekend, maar nu blijken ook kennisinstituten als Marin en TNO in het geheel niet nodig te zijn.

Dat blijkt uit het antwoord van de bewindslieden van Defensie op een reeks van Kamervragen die gesteld zijn naar aanleiding van het gunnen van de miljardenorder aan een Frans-Belgische combinatie die geleid wordt door het Franse staatsbedrijf Naval Group.

Diverse Kamerleden wezen de politieke leiding van het ministerie op de Letter of Intent met België uit 2016, waarin gekozen werd voor gezamenlijk onderzoek, ontwikkeling en verwerving van zowel fregatten als de mijnenbestrijdingscapaciteit. In dat stuk staat expliciet verwoord dat partijen voor beide projecten zo spoedig mogelijk initiatieven zullen starten om tot overeenstemming te komen over onder meer ‘het deelnemen aan en financieren van gezamenlijk onderzoek en ontwikkeling voor de nieuwe schepen’.

Hoekstra biedt opening voor eurozonebudget

Hanzegroep – Minister Hoekstra ziet toch „meerwaarde” in een eurozonebudget. Mits aan enkele voorwaarden van de zeven kleine ‘Hanzelanden’ wordt voldaan.

Het dreigement van minister Wopke Hoekstra (Financiën, CDA) om Nederland niet mee te laten doen aan het nieuwe eurozonebudget is voorlopig van tafel. In plaats daarvan heeft hij nu met zes andere kleinere noordelijke EU-landen een voorstel gedaan om het budget meer naar hun voorkeur in te richten.

De informele club van zeven, bekend als de Hanzegroep, verzet zich tegen onder meer Franse ideeën om eurolanden extra – boven hun reguliere EU-afdracht – te laten bijdragen via bijvoorbeeld specifieke eurozone-belastingen. Ook willen ze vastleggen dat eurolanden zeggenschap blijven houden over de besteding van het geld. Dinsdag hebben de zeven (Nederland, Denemarken, Finland, Ierland, Letland, Litouwen en Zweden) hun voorstel naar Eurogroepvoorzitter Mário Centeno gestuurd.

Lees verder bij NRC

NMT vindt antwoorden Defensie op Kamervragen over mijnenbestrijdingsvaartuigen geen steun in de rug voor Nederlandse bedrijven

NMT is teleurgesteld over de antwoorden op de Kamervragen, die gesteld zijn naar aanleiding van de gunning van de order voor de mijnenbestrijdingsvaartuigen aan het consortium onder leiding van het Franse Naval Group. De staatssecretaris van Defensie geeft aan dat de mogelijkheden voor Nederlandse bedrijven om te participeren in het project beperkt zijn. Het Ministerie van Defensie heeft er destijds voor gekozen om de verwerving, de bouw en het onderhoud van deze schepen volledig in handen van de Belgische overheid te leggen. NMT concludeert dat, behalve het mede organiseren van matchmaking events, het kabinet geen concrete acties zal ondernemen om Nederlandse maritieme toeleveranciers een positie te geven in de bouw van de schepen.

Nauwelijks kennisontwikkeling in Nederland
Het ministerie geeft desgevraagd aan dat het door het Belgische aanbestedingsproces niet mogelijk is om te pleiten voor inzet van Nederlandse kennisinstituten. Immers, doordat ervoor is gekozen om deze aanbesteding aan de Belgen over te laten, is de huidige Defensie Industrie Strategie (DIS) niet van toepassing. In de DIS wordt het nut en de noodzaak van inbreng van hoogwaardige technologie door Nederlandse bedrijven en kennisinstellingen in het vervangingsprogramma van de Koninklijke Marine benadrukt. NMT was ondanks de manier van aanbesteden hoopvol over de inbreng van Nederlandse maritieme toeleveranciers en kennisinstellingen bij de reeds gegunde order voor de mijnenbestrijdingsvaartuigen. Helaas werd in de schriftelijke beantwoording van de vragen bevestigd dat er zelfs geen mogelijkheid is voor inzet van Nederlandse kennisinstituten. Bovendien is benadrukt dat systemen vooral van de plank worden gekocht.

Op vragen van Kamerleden, gesteld tijdens het Algemeen Overleg Materieel Defensie op 25 april, gaf de staatssecretaris aan wel te willen bekijken hoe Nederlandse kennisinstellingen alsnog kunnen worden betrokken bij de bouw van de mijnenjagers. NMT concludeert dat de kennisontwikkeling minimaal lijkt. Nederlandse bedrijven die een specialisme in mijnenbestrijdingstechnologie hebben en daarmee de Nederlandse veiligheidsbelangen dienen, profiteren niet van enige kennisontwikkeling.

Matchmaking events
Om een zo evenwichtig mogelijke verdeling van de maatschappelijke return te bewerkstelligen, worden coördinatievergaderingen en Industriedagen (matchmaking events) georganiseerd. Volgens Defensie ‘biedt dit de Nederlandse industrie derhalve goede kansen’. NMT vind deze inspanning minimaal, maar zal zich actief inzetten voor deelname van haar leden aan dergelijke events.

Hoopvol voor toekomstige projecten
NMT rekent er op dat het kabinet de nationale Defensie Industrie Strategie (DIS) voor eventuele toekomstige projecten als een belangrijk afwegingkader zal toepassen. De staatssecretaris van Defensie benadrukte tijdens het Algemeen Overleg Materieel Defensie op 25 april dat de DIS leidend is bij toekomstige projecten. Wij gaan er daarom van uit dat de betrokkenheid van de Nederlandse strategische kennis en kunde bij andere marinebouwprojecten groot zal zijn.

Lees verder bij NMT

Nederlandse aanschaf van nieuwe onderzeeboten vertraagd

Het ministerie van Defensie wil graag zaken doen met Saab, andere ministeries zouden vinden dat er te veel tunnelvisie is in de aanbesteding.

De aanschaf van nieuwe onderzeeboten door Nederland laat langer op zich wachten. De miljardenaankoop is nog in de aanbestedingsfase. De volgende stap zou aanvankelijk eind 2018 al worden gezet, maar het proces is vertraagd. Dat schrijft staatssecretaris Barbara Visser (Defensie, VVD) in een brief aan de Tweede Kamer.

Als belangrijkste reden noemt Visser de Defensie Industrie Strategie, die de ministeries van Defensie en Economische Zaken in november samen presenteerden. Daarin namen zij zich voor de eigen, Nederlandse industrie voortaan voorrang te geven bij grote Defensie-uitgaven, zoals andere Europese landen ook doen.

De vier partijen die dingen naar de aanbesteding hebben op grond van de strategie nieuwe of aangepaste plannen ingediend „over de industriële aspecten” van de onderzeebootvervanging. „Op grond hiervan is besloten een aanvullend onderzoek te doen waarin alle vier de genoemde werven worden betrokken.” Het gaat om de consortia Naval Group (Frankrijk), Navantia (Spanje), Saab Kockums (Zweden) en TKMS (Duitsland).

Lees verder bij het NRC

Volgende fase nieuwe onderzeeboten uitgesteld tot ‘rond deze zomer’

De zogenaamde B-brief waarmee de B-fase (onderzoeksfase) wordt afgerond, zou eind 2018 verschijnen. Na eerder uitstel, is de verschijning van die brief nu uitgesteld tot ‘rond deze zomer’. Dat schrijft staatssecretaris van Defensie Barbara Visser vanmiddag aan de Tweede Kamer.  

In november verscheen de Defensie Industrie Strategie (DIS), waarin stond dat de Nederlandse industrie de voorkeur zou krijgen bij aanschaffing van nieuw materieel. Dat document leek de deur open te zetten voor Saab en Damen voor de vervaning onderzeeboten. De B-brief was immers uitgesteld tot na de verschijning van de DIS. 

Lees verder bij marineschepen.nl

Oudere berichten

© 2019 Marinebouw.nl

Thema gemaakt door Anders NorenBoven ↑