Marinebouw.nl

Nieuws over de Nederlandse Gouden Driehoek

Categorie: Politiek (pagina 2 van 11)

NMT zwaar teleurgesteld over besluit voor gunning mijnenbestrijdingsvaartuigen aan Frankrijk en België

Het besluit van de Nederlandse en Belgische overheid om 12 nieuwe mijnenbestrijdingsvaartuigen voor de Belgische en Nederlandse marine te gunnen aan een consortium onder leiding van het Franse bedrijf Naval Group is slecht gevallen bij de Nederlandse maritiem-technologische industrie. Brancheorganisatie Netherlands Maritime Technology (NMT) is zwaar teleurgesteld dat zo kort nadat de regering de Defensie Industrie Strategie heeft vastgesteld, deze order in handen is gegeven aan een consortium onder leiding van het Franse staatsbedrijf Naval Group.

De order betreft een investering van € 2 miljard en is daarmee de grootste marinebouw-order die het ministerie van Defensie ooit heeft geplaatst. In het gekozen consortium is voor de zelfscheppende Nederlandse industrie vrijwel geen rol weggelegd. De Defensie Industrie Strategie stelde echter dat juist het Nederlandse marinebouwcluster van strategisch veiligheidsbelang voor Nederland is en daarom de vele bedrijven in het cluster ingeschakeld moeten worden in de vervangingsprogramma’s.

Het besluit reikt verder dan de nieuwbouw van de schepen; het heeft ook tot gevolg dat de Nederlandse bedrijven een minimale rol krijgen in de instandhouding gedurende de gehele levensduur van de vloot mijnenbestrijdingsvaartuigen. Het verzwakt bovendien de samenwerking in de gouden driehoek tussen bedrijfsleven, overheid en de kennisinstellingen. Met dit besluit laat het kabinet de Nederlandse maritiem-technologische industrie ernstig in de kou staan.

Lees meer op De website van Netherlands Maritime technology.

De onderzeebootlobby

Het gerenommeerde Amerikaanse defensietijdschrift DefenseNews heeft abrupt een opinieartikel over Nederlandse onderzeeboten teruggetrokken. Aanleiding waren vragen over de auteur Günther Hoffman en diens vermeende status als oud-marineofficier en adviseur voor het Nederlandse ministerie van Defensie. Deze mysterieuze, in het wereldje onbekende man, speelt een wel heel aparte rol in de keiharde onderzeebootlobby.

In het artikel, getiteld ‘Dutch sub program in bed with the Swedes’, (cache) maakt de auteur korte metten met een aantal scheepsbouwers. Er wordt door een aantal partijen geaasd op een miljardenorder voor de nieuwe Nederlandse onderzeevloot – ter vervanging van de huidige Walrusklasse. De auteur suggereert dat deze zou worden binnengehaald door de Nederlandse bouwer Damen Shipyards in samenwerking met het Zweedse Kockum. Deze schepenbouwers zijn, aldus Hoffman, ongeschikt om de Nederlandse Walrusklasse te vervangen wegens een ‘gebrek aan technologische kennis’. De Duitse concurrent TKMS (ook in de race) zou helemaal een ramp worden, ‘aangezien deze onderzeeboten verkocht en niet bijtijds leverden aan een bankroet Griekenland’.

Dergelijke statements en openlijke aanvallen op internationale schepenbouwers zijn opvallend en ongekend voor een oud-marineofficier en adviseur van het Nederlandse ministerie van Defensie. De harde uitspraken over concurrerende partijen door een (binnen het marinewereldje) onbekende marineofficier deed de wenkbrauwen fronsen. Even zo opvallend was het gegeven dat een derde concurrent – het Franse Naval –  een kritische lezing bespaard bleef.

Op zoek naar deze Günther Hoffman belandde De Groene al snel op een doodlopend spoor: naast een presentator van de ZDF-hitparade, een fiscaal adviseur uit Oosterhout en een Duitse kolonel in het Ardennenoffensief was er geen digitale voetafdruk te vinden van meneer Hoffman. Zowel de Marine als het Ministerie van Defensie keken op verzoek van De Groene naar het personeelsbestand, het medewerkerssysteem en het e-mailsysteem maar konden geen Günther Hoffman ‘of iets wat daarop moet lijken’ vinden. Ook liet de Marine weten dat het ‘niet gebruikelijk is’ om deeltijd ambtenaren in te huren voor advies in deze fase. Navraag bij DefenseNews en een verzoek om met de heer Hoffman in contact te komen resulteerde in het terugtrekken van het artikel: ‘we now believe the commentary author is a fraud.

Lees verder op De groene Amsterdammer.

Eerste afvaller(s) voor vervanging Nederlandse onderzeeboten volgende maand bekend

Het wordt spannend de komende weken in Den Haag als het gaat om de vervanging Walrusklasse onderzeeboten. In februari zal staatssecretaris van Defensie Barbara Visser met de B-brief Onderzeeboten komen en de verwachting is dat dan de eerste afvaller(s) bekend worden. Drie van de vier partijen zijn echter niet zomaar af te schrijven, maar toch wordt waarschijnlijk een van die drie naar huis gestuurd. Durft Den Haag straks Merkel, Macron of Damen de deur te wijzen?

Formeel komt de staatssecretaris in “het voorjaar van 2019” met de B-brief onderzeeboten. Deze brief zou eind 2018 verschijnen, maar dat werd uitgesteld naar 2019 op verzoek van het CDA-Kamerlid Hanke Bruins Slot in verband met de Defensie Industrie Strategie (DIS). In de wandelgangen wordt verwacht dat de brief echter in februari zal verschijnen. De besluitenlijst van de vaste Kamercommissie voor Defensie lijkt dat te bevestigen: “Agenderen voor een algemeen overleg Materieel Defensie, te plannen rond begin februari na ontvangst van de B-brief Onderzeeboten,” vermeldt het document bij punt 10.

Met die B-brief wordt de B-fase, de onderzoeksfase in het project vervanging onderzeebootcapaciteit, afgesloten. Voor de B-fase hebben de aanbieders van onderzeeboten meerdere keren informatie (Request For Information 1 en 2) moeten aanleveren over hun scheepswerven en onderzeeboten. Maar al geruime tijd is de verwachting dat dan ook bekend wordt welke partijen door gaan naar de volgende ronde. Dat blijkt uit gesprekken die Marineschepen.nl de afgelopen maanden met insiders voerde, maar ook uit openbare bronnen zie bijvoorbeeld deze nieuwsbrief van de Stichting Nederlandse Industrie voor Defensie en Veiligheid (NIDV). Dat is ook gebruikelijk bij dit soort projecten omdat in een volgende fase nog dieper in de materie wordt gedoken, bovendien heeft de Defensie Materieel Organisatie (DMO) niet de capaciteit om de stapels met documentatie en berekeningen die de aanbieders in die fase moeten sturen, in korte tijd grondig te bestuderen.

Uit hoeveel partijen die zogenaamde shortlist zal bestaan, daar verschillen de verwachtingen over. De meest gehoorde optie is twee partijen. Dat is logisch want met drie partijen zadelt DMO zich nog altijd met heel veel werk op en met één partij is er natuurlijk al een keuze.

Lees verder op Marineschepen.nl

France, Germany aim to unify their clashing weapons-export rules

COLOGNE, Germany — The German Cabinet has approved a new, high-level pact with France that calls for a common approach to weapons exports in all joint programs.

The objective is included in the so-called Aachener Vertrag, slated to be signed by French President Emmanuel Macron and German Chancellor Angela Merkel in the German city of Aachen on Jan. 22. The document is meant to be a milestone agreement complementary of the Élysée Treaty, signed 56 years ago, further cementing ties on all levels between the former World War II foes.

Berlin and France previously clashed over the question of export limitations for the Future Combat Air System, a sixth-generation warplane envisioned to take flight sometime around 2040, Germany’s Der Spiegel reported last fall. France generally is open to exporting arms to many governments willing to pay for them. German leaders profess to take a more cautious approach when human rights concerns crop up, though the government has a history of making arms deals through the back door anyway. The different philosophies came to a head following the death of Saudi journalist Jamal Khashoggi on Oct. 2, which some have alleged was orchestrated by Saudi Arabian Crown Prince Mohammed bin Salman. The Saudi ruling family has denied the allegations, buoyed by the Trump administration’s decision to play down the matter.

The allegations led Merkel to publicly call for halting weapons exports to Saudi Arabia, a move that drew a sharp rebuke from Paris, where officials fumed about what they perceived as German sanctimoniousness.

Lees verder op Defensenews.com

Bijleveld: vertrek Mattis is verschrikkelijk

DEN HAAG – Minister Ank Bijleveld van Defensie vindt het „verschrikkelijk” dat haar Amerikaanse ambtgenoot James Mattis eind februari opstapt. „Hij houdt altijd de samenwerking met de bondgenoten in de gaten en dat is voor Nederland van ontzettend belang.”

Bijleveld hoopt „van harte” dat de opvolger van Mattis diens beleid voortzet en dat de lijn van „echt investeren in bondgenootschappen en samenwerking niet verlaten wordt.” Bijleveld gaat haar Amerikaanse collega zelf ook nog bellen om te zeggen hoe vervelend ze zijn vertrek vindt.

Lees verder op Telegraaf.nl

Miljardenpot voor Europa’s defensie- industrie

13 miljard Het Nederlandse mkb moet stevig lobbyen in Brussel om niet ondergesneeuwd te raken door de grotere defensie-industrie in andere landen.

Een pot van 13 miljard staat plotseling klaar voor de Europese defensie-industrie. Met dat geld wil de Europese Commissie afdwingen dat de lidstaten op defensiegebied gaan samenwerken en dat ze, als de eigen industrie profiteert, zich ook meer geroepen voelen de defensie-uitgaven te verhogen.

In de volgende EU-meerjarenbegroting reserveert de Commissie die 13 miljard euro voor een Europees Defensiefonds (EDF) voor cofinanciering van Europese defensieprojecten. Woensdag stemt in Straatsburg het Europees Parlement over de EDF-voorstellen.

Miljardenpot voor Europa’s defensie-industrie

13 miljard Het Nederlandse mkb moet stevig lobbyen in Brussel om niet ondergesneeuwd te raken door de grotere defensie-industrie in andere landen.

Een pot van 13 miljard staat plotseling klaar voor de Europese defensie-industrie. Met dat geld wil de Europese Commissie afdwingen dat de lidstaten op defensiegebied gaan samenwerken en dat ze, als de eigen industrie profiteert, zich ook meer geroepen voelen de defensie-uitgaven te verhogen. In de volgende EU-meerjarenbegroting reserveert de Commissie die 13 miljard euro voor een Europees Defensiefonds (EDF) voor cofinanciering van Europese defensieprojecten. Woensdag stemt in Straatsburg het Europees Parlement over de EDF-voorstellen. Strikte voorwaarde bij de cofinanciering: minstens drie defensiebedrijven uit drie EU-landen moeten samenwerken. Dat is om te voorkomen dat alleen de grote landen die nog zelf in staat zijn jachtvliegtuigen, marineschepen of tanks te bouwen profiteren.

Slim toeleveren
Een land als Nederland zou dan achter het net vissen. In haar Defensie Industrie Strategie (DIS) voegt minister Ank Bijleveld (Defensie, CDA) dan ook toe dat ook bedrijven uit het midden- en kleinbedrijf (mkb) moeten profiteren van het geld dat beschikbaar komt. De jaarlijkse omzet van de Nederlandse defensie-industrie (350 bedrijven) is nu 4,5 miljard euro. Bijleveld hoopt op meer. „De sector moet internationaal worden gepositioneerd.”
Behalve versterking van de traditionele Nederlandse marinebouw denkt Bijleveld aan de productie door mkb-bedrijven van cyber, robotica, drones, sensorsystemen en satellieten.

Zo’n toeleverancier is Dutch Aero in Eindhoven. In een fabriekshal op de oude Philipsterreinen maakt dat bedrijf (dochter van KMWE Aerospace & Defence) al jaren onderdelen voor de F-16’s. Voor de Amerikaanse vliegtuigmotorenfabrikant Pratt & Whitney gaat Dutch Aero de komende tien jaar de uitlaten maken van de motoren die worden ingebouwd in de JSF-gevechtsvliegtuigen – de Joint Strike Fighters waarvan de Nederlandse overheid er naar verwachting 37 gaat aankopen.

EEN EUROPEES LEGER

Politiek is vaak een kwestie van framing. Je plaatst iets in een kader en je begint het te prijzen of juist er tegenaan te schoppen. Zo sprak maandag D66 vicepremier Kajsa Ollongren in Denemarken haar Europese partijvrienden van Radikale Venstre toe. Ze pleitte voor een Europees leger.

Een Binnenhofrel was geboren, want VVD-premier Mark Rutte en CDA-minister van Defensie Ank Bijleveld hadden al gezegd dat ze – anders dan de Franse president Macron en de Duitse Bondskanselier Merkel – tegen zo’n Europees leger zijn. ‘Het kabinet spreekt met één mond en ik ben die mond’, zei Bijleveld.

Het is de vraag of Macron en Merkel met hun pleidooien voor een Europees leger hetzelfde bedoelen. Wie zich verdiept in beider opvattingen stuit al gauw op grote verschillen. Wel zijn ze het eens dat EU-landen meer moeten doen aan defensie. Ze zien de wereld onveiliger worden: terrorisme – dreiging, de inmenging van Rusland in Oekraïne en zijn bemoeienis in Syrië en – op termijn gevaarlijker – de opmars van China. Bovendien kan Europa niet meer van Amerika op aan, de financiële en militaire kracht achter de NAVO.

Allemaal verstandige observaties van Macron en Merkel. De landen van Europa geven gezamenlijk meer uit aan defensie dan China en Rusland bij elkaar. De Europese output is veel en veel kleiner omdat elk land zijn eigen landmacht, luchtmacht en marine en bijbehorende bureaucratieën heeft. Een euro voor Defensie is veel minder waard dan een dollar, een roebel of een Chinese munt.

Inniger samenwerken is dus logisch. Het gebeurt ook al. Zo is er een geïntegreerd Duits-Nederlands legerkorps, onze marine werkt met België samen en het Benelux-luchtruim wordt gezamenlijk bewaakt. Nederland heeft zich ook al gemeld voor de Europese interventiemacht. Een Frans plan waar zelfs de Britten aan mee willen doen. Ook de NAVO is blij met Europese samenwerking. NAVO-officials wonen tegenwoordig EU-bijeenkomsten bij en andersom. Zo versterkt het ene bondgenootschap het andere.

Een Europees leger? Het is allemaal framing. Ollongren spreekt met haar pleidooi haar Europagezinde achterban aan en ze weet dat er heibel van komt, want binnen het kabinet gaat zij er helemaal niet over. En Rutte en Bijleveld verlenen lippendienst aan de Eurosceptici onder hun kiezers. Terwijl ze alle drie hetzelfde willen.

Lees verder op BNR.nl

NIDV ziet in de Defensie Industrie Strategie goede kapstok voor krijgsmacht, industrie en kennisinstellingen, de Gouden Driehoek.

De NIDV is in het algemeen content met de Defensie Industrie Strategie, die recent naar de Tweede Kamer is gestuurd. Directeur NIDV Ron Nulkes: “Ik beschouw het als een kapstok, die Defensie, EZK, kennisinstellingen en industrie samen aan de wand hebben bevestigd. De kapstok biedt plaats voor verschillende haken, zoals financiele instrumenten uit Europa en de Nederlandse topsectoren. Grote en kleine bedrijven kunnen veelbelovende jassen aan de kapstok hangen. Er is ruimte voor nieuwe haken. Daarmee krijgt de krijgsmacht uitstekend materieel en diensten, en kunnen de Nederlandse industrie en kennisinstellingen verder bouwen waarin zij goed zijn. Aan de totstandkoming van deze DIS heeft uitstekend vooroverleg plaatsgevonden met betrokken partijen.”

  1. De doelstelling van de DIS 2018 is helder: welke kennis en capaciteiten van het bedrijfsleven en van de kennisinstellingen zijn nodig om de wezenlijke belangen van nationale veiligheid te allen tijde te beschermen en wat is ervoor nodig om die basis te borgen? De NIDV vindt dat deze vragen in het algemeen goed worden beantwoord in het document.
  2. In deze DIS staat het begrip wezenlijke veiligheidsbelangen centraal. Nulkes: “Dat is winst, want of sprake is van een dergelijk belang, is immers een soevereine beoordeling van de Nederlandse Regering. De top-down analyse van die belangen wordt onderschreven, waarbij ook goed is gekeken wat de Nederlandse Defensie- en Veiligheidsgerelateerde Industrie in huis heeft. Ook met de resultaten van het NIDV-veldonderzoek is afdoende rekening gehouden.
  3. Niet alleen technologiegebieden kunnen in de DIS 2018 als wezenlijk veiligheidsbelang worden gekwalificeerd, maar ook kennisgebieden en industriële capaciteiten, waaronder instandhouding en inzetzekerheid. De NIDV vindt dit een verstandige aanpak, want daarmee worden zowel Defensie als de Nederlandse industrie gediend.
  4. Dat de regering actief met het bedrijfsleven wil werken om kennis, technologie en capaciteiten in Nederland op te bouwen, te behouden en te versterken in de verschillende domeinen, stemt tot tevredenheid. In het maritieme domein gaat dat om de zelfscheppende industrie, in het landdomein om enkele eindproducenten en een groot aantal toeleveranciers. In het luchtdomein betreft dat deelname in hoogwaardige internationale programma’s. Spin off en Spill over mogen daarbij niet worden onderschat.
  5. Essentieel is dat grotere bedrijven zoals Damen Shipyards, GKN-Fokker en Thales acteren als zelfstandige Nederlandse Original Equipment Manufacturers (OEM) of systeemintegrator in de markt. Deze rol is extra belangrijk omdat deze bedrijven zelfscheppend zijn en omzet, kennis en werkgelegenheid genereren, ook voor een lokaal netwerk van defensie- en niet-defensiegerelateerde industrie en kennisinstituten. De gerelateerde keten met veelal een substantieel aantal toeleveranciers vertegenwoordigt een hoge economische waarde. Nulkes: “Ook kleinere midden- en kleinbedrijven, de ruggengraat van de NIDV, plukken de vruchten hiervan. Zij kunnen zelfstandig in die keten opereren, maar ook aansluiting zoeken bij de grotere bedrijven. In de dynamiek van de ‘early involvement’ en het verkrijgen van opdrachten is het van het grootste belang dat de samenwerking overheid, industrie en kennisinstellingen op orde is. Zo is participatie in het F-35 programma tot stand gekomen; de NIDV wil ook toekomstige programma’s zo vormgeven.”
  6. De DIS stelt dat bij verwerving de Aanbestedingswet 2012 en Aanbestedingswet op Defensie- en Veiligheidsgebied als uitgangspunt gelden en art. 346 VWEU in bijzondere gevallen kan worden toegepast. De NIDV gaat ervan uit dat dit niet beperkend wordt bedoeld ten opzichte van het Regeerakkoord ‘Vertrouwen in de toekomst’ noch van de Defensienota 2018. Daarin is immers gesteld dat bij aanbestedingstrajecten artikel 346 VWEU ruimhartig wordt geïnterpreteerd. Waar de hedendaagse technologie goed is terug te vinden in de DIS 2018, kan dit niet worden gezegd van de lijst van militair materieel uit 1958. De NIDV stelt het op prijs als die lijst naar hedendaagse inzichten wordt geïnterpreteerd.
  7. De NIDV heeft zich de afgelopen jaren sterk gemaakt om de defensie- en veiligheidssector te verankeren in het topsectorenbeleid. Nulkes: “Ik ben blij dat onze sector een plaats krijgt in het topsectorenbeleid. Het ‘missiegedreven innovatiebeleid’ met onder meer een maatschappelijke uitdaging ‘veiligheid’ is daartoe een uitstekende aanzet. Ik herhaal graag dat Launching customership van Defensie een must is voor de sector.”
  8. Zonder meer juicht de NIDV toe dat haar voorstellen zijn overgenomen om een interdepartementale coördinatiegroep op te richten voor de Europese defensieprogramma’s naar het model van het F35-programma. Ook het benoemen van een speciaal vertegenwoordiger wordt verwelkomd. Deze moet de verbinding vormen tussen Europa, de lidstaten en industrieën. Hiermee zijn de belangen gediend van zowel Defensie als de industrie en kennisinstellingen bij de uitwerking van onder meer het Europees Defensie Fonds en PESCO.
  9. De NIDV neemt kennis dat Nederland in Europees verband aandacht blijft vragen voor strikte toepassing van de criteria voor wapenexport. Gezien de toenemende verwevenheid van Europese krijgsmachten en industrieën door onder meer het Europees Defensie Fonds, wil de NIDV ook het accent wordt gelegd op harmonisering van de interpretatie van de Europese exportbepalingen. Het helpt de Europese defensievorming namelijk niet indien Lidstaten hun eigen posities benadrukken. Wij zijn bang dat Nederlandse bedrijven bij toelating tot Europese programma’s belemmeringen zullen ondervinden indien niet wordt geharmoniseerd.
  10. De NIDV voorziet met deze DIS een positief effect op het imago van de krijgsmacht. Met Defensie wil de NIDV vooral hierin gaande en toekomstige technologische ontwikkelingen betrekken, die nodig zijn voor het adequaat functioneren van de krijgsmacht. Nulkes plaatst daarbij een kanttekening: “De DIS is feitelijk nooit af. Tegenstanders van de soldaat in het veld zijn niet gehouden aan beleidsdocumenten, maar kopen nieuwe technologieën zonder verwervingstrajecten. En op de markt vinden uiteenlopende innovatieve ontwikkelingen plaats waarmee militairen hun voordeel kunnen doen. Ik ga er daarom van uit dat de interpretatie van de DIS voldoende flexibiliteit in zich draagt, dat nieuwe technologieën ook eenvoudig hieronder kunnen worden gebracht.”
  11. De NIDV wil graag met de ministeries van Defensie, Economische Zaken en Klimaat alsmede Buitenlandse Zaken de schouders zetten onder deze DIS; het is zaak de goede uitgangspunten die in de DIS worden genoemd om te zetten naar de praktijk, waardoor de Nederlandse Defensie- en Veiligheidsgerelateerde Industrie haar rol adequaat kan blijven vervullen in de Nederlandse, unieke, Gouden Driehoek. Voor informatie:Dir. NIDV, Ron Nulkes

Lees ook over het succesvolle NIDV-symposium 2018 via NIDV.eu

Kabinet versterkt Nederlandse Defensie Industrie (video)

Defensie wil bij het kopen van materieel het beste product voor de beste prijs. Maar ook het Nederlandse bedrijfsleven moet maximaal worden betrokken. Daarvoor wordt de Nederlandse defensie-industrie versterkt, beschermd en internationaal gepositioneerd. Dit staat in de nieuwe Defensie Industrie Strategie (DIS) van Defensie en Economische Zaken en Klimaat (EZK). De DIS is vandaag gepresenteerd door minister Ank Bijleveld-Schouten tijdens het jaarlijkse NIDV-symposium van de Nederlandse defensie-industrie.

Op eigen benen
Om een rol van betekenis te kunnen spelen in de samenwerking met andere landen, en een waardevolle bijdrage te leveren aan de veiligheid in Europa heeft Nederland een sterke, stabiele basis nodig. Minister Ank Bijleveld-Schouten: “We hebben eindelijk weer perspectief op een grotere en sterkere krijgsmacht. Niet alleen omdat de krijgsmacht dat nodig heeft, maar ook omdat de situatie in de wereld dat van ons vraagt. De veiligheidssituatie is verslechterd en Nederland en Europa moeten op eigen benen kunnen staan. We moeten onszelf kunnen beschermen. Daarvoor is een sterke basis nodig van kennis, technologie en capaciteiten.”

Kennis en technologie
De DIS beschrijft die basis en die bestaat uit militaire kennis, technologie en industriële capaciteiten. Nederland wil bijvoorbeeld onafhankelijk kennis kunnen blijven ontwikkelen ter verbetering van militaire prestaties. Daarnaast wil Nederland technologieën mee-ontwikkelen, die belangrijk zijn voor het uitvoeren van militaire taken. Denk aan kunstmatige intelligentie, cyber en robotica.

Video: animatie Defensie Industrie Strategie

 

Militaire capaciteiten
Ook heeft Nederland de ambitie om zelf militaire capaciteiten te ontwerpen en produceren. Hierbij wordt rekening gehouden met de hier aanwezige industrieën. Concreet betekent dit bijvoorbeeld dat Nederland zijn eigen marinebouw wil behouden en versterken. Ook is het belangrijk om sensorsystemen zo veel mogelijk in Nederland zelf te ontwikkelen en onderhouden. Ten slotte is er de ambitie om zelf onbemande verkenningssystemen en satellieten voor inlichtingenfuncties zelf te produceren.
Op andere gebieden wil Nederland toeleverancier zijn van buitenlandse bedrijven. Het landingsgestel voor de F-35 wordt bijvoorbeeld in Nederland geproduceerd.

Economische groei
Staatssecretaris Mona Keijzer: “Niet voor niets heet het de Defensie Industrie strategie. In de DIS is de industrie een belangrijke component omdat deze sector goed is voor ruim 25.000 banen, een omzet van 4,5 miljard euro en betrokkenheid van meer dan 350 Nederlandse bedrijven. Deze vernieuwde DIS draagt bij aan onze economische groei en werkgelegenheid in de hightech-, maak- en maritieme industrie.

Meer open Europese defensiemarkt
Als het in het belang van de nationale veiligheid is, kiest Nederland bij toekomstige aanbestedingstrajecten voor Nederlandse leveranciers. Dit gebeurt binnen de kaders van de Europese regelgeving. Het kabinet wil zich sterk maken voor een meer open Europese defensiemarkt. Hierbij is er een gelijk speelveld voor alle landen en wordt kritisch gekeken naar buitenlandse overnames. Ook dit moet de Nederlandse defensie-industrie een impuls geven. Mocht het belangrijk zijn om spullen snel te hebben, dan koopt Nederland ze elders van de plank.

Lees ook de toespraak van MInister Bijleveld tijdens het NIDV-sympoisum via Defensie.nl

Oudere berichten Nieuwere berichten

© 2019 Marinebouw.nl

Thema gemaakt door Anders NorenBoven ↑