BRUSSEL – De Nederlandse krijgsmacht moet nog een tandje bijzetten vanwege de verhoogde paraatheid die de NAVO stelt aan de lidstaten. „Het is niet zo makkelijk, we kunnen niet alles leveren wat er gevraagd wordt”, zei minister van Defensie Ank Bijleveld tijdens overleg met haar NAVO-collega’s in Brussel.

De 29 NAVO-lidstaten spraken af in 2020 bij een dreiging binnen dertig dagen dertig gemechaniseerde bataljons, dertig squadrons gevechtsvliegtuigen en dertig oorlogsschepen naar een brandhaard te kunnen sturen. „We kijken er heel serieus naar wat dat voor ons betekent”, aldus Bijleveld. „Een realistische en haalbare bijdrage, kijkend naar de schaarse capaciteiten die we hebben.” Het gaat om troepen die in het kielzog van de snelle NAVO-reactiemacht kunnen worden ingezet. Voor deze zogenoemde flitsmacht (VJTF) leveren Nederland, Duitsland en Noorwegen in 2019 de landtroepen.

’Dit is waar we het mee moeten doen’

Ook de defensiebegrotingen kwamen weer ter sprake. De lidstaten hebben afgesproken in 2024 2 procent van hun binnenlands product (bbp) aan defensie te besteden, maar Nederland komt ondanks een forse impuls van 5 miljard deze kabinetsperiode niet verder dan 1,3 procent. „Dit is waar we het mee moeten doen”, aldus Bijleveld.

Lees verder op Telegraaf.nl