Marinebouw.nl

Nieuws over de Nederlandse Gouden Driehoek

Pagina 3 van 45

Consolidate or become obsolete, German official tells European arms makers

BERLIN (Reuters) – European weapons makers to consolidate, the German government’s armaments director said on Wednesday, and warned that failing to reduce the continent’s fragmented defence industry could make Europe obsolete.

Arms makers need to move beyond mere cooperation agreements and deepen ties, Benedikt Zimmer told hundreds of industry executives and military and government officials at the Berlin Security Conference, and said the drive was supported by the top levels of the German government.

“You can call me a dreamer, but if we don’t get it done, we are on the best way to making Europe obsolete,” Zimmer said. The German call for consolidation is significant — it was the German government that in 2012 blocked the merger of Britain’s BAE Systems and Airbus, worried that it could result in the loss of high-paying jobs. Mergers in sensitive areas such as defence must be approved by national governments and European Union authorities, so a green light from Germany could help stimulate more M&A activity, industry executives said.

In a separate speech in Berlin, German Finance Minister Olaf Scholz echoed Zimmer’s comments, saying European Union member states should work together more closely on arms procurement to save money and become more effective. Mergers would also have to occur, he said.

“It’s no secret: There will be and there must be consolidation in the European armaments industry,” Scholz said. Scholz, a member of the Social Democrats, who often oppose exports of German arms, said a unified European approach would also ease pressure on companies to export their goods to sometimes problematic buyer countries outside Europe.

Lees verder op Euronews.com

ASC highlights Collins-class sustainment risks

Australian shipbuilder ASC has warned that the country’s programme to build next-generation submarines under Project Sea 1000 could pose a serious risk to Australian capability to sustain its Collins-class platforms.

In a recent submission to the Australian Senate’s Foreign Affairs, Defence, and Trade Legislation Committee, ASC pointed to concerns about the availability of human resources within Australia to support the Collins-class submarines given the large scale of the Sea 1000 project which features the construction of 12 boats. In its submission, ASC also called for closer engagement between the Collins-class sustainment project and Sea 1000 to ensure that “one programme’s success does not come at the expense of the other’s failure”. ASC added that Australia’s capability to sustain its six Collins-class submarines is framed around a wider industrial sector it terms as the country’s “submarine enterprise”. The company noted that Naval Group, the French shipbuilder that will partner ASC on the Sea 1000 project, is currently not part of this enterprise.

“As the Future Submarine [Sea 1000] programme gathers momentum, the submarine enterprise’s ability to deliver the Collins-class capability will be tested by higher demands for key human resources such as senior submarine platform engineers and designers,” said ASC in its submission. “At present the Commonwealth’s partner for the Future Submarine programme, Naval Group, is not part of the Australian submarine enterprise … While Naval Group remains separate from the submarine enterprise, its growth and impact on the sector poses a serious risk to a key Sovereign Industrial Capability Priority of the government – the Collins-class [submarines].”

Lees verder op Janes.com

Naval Group en lessen over onderzeeboten uit Australie: banen en zorg dat Nederland eigenaar wordt van het ontwerp

Drieduizend banen belooft de CEO van Naval Group als de Fransen -in samenwerking met Nederland- de vervangers van de Walrusklasse mogen bouwen. Mooi. Maar niet het belangrijkste. De Naval Group weet echter ook te melden wat wél het belangrijkste is en dat zijn lessen die uit Australië komen. 

Half november presenteerde minister van Defensie Ank Bijleveld de Defensie Industrie Strategie (DIS). In dit 53-pagina’s tellende document, waar door velen lang naar werd uitgekeken, schrijft de minister dat Nederland niet alleen het beste product voor de beste prijs wil, maar ook “met een zo groot mogelijke betrokkenheid van het Nederlandse bedrijfsleven”. Verder schreef ze: “Nederland [heeft] de ambitie om zelf bepaalde militaire capaciteiten te ontwerpen en produceren. Daarbij houden we rekening met industrieën die al in Nederland aanwezig zijn en de Nederlandse maat. Wat betekent dit concreet? We willen bijvoorbeeld onze eigen marinebouw behouden en versterken.”

Banen
Komt de DIS met bijbehorende koerswijziging dan niet erg ongelegen voor bijvoorbeeld de Naval Group? Dat valt mee, want de Naval Group pakt het dossier Vervanging Walrusklasse serieus aan. De CEO van het Franse bedrijf, Hervé Guillou, had eerder al laten weten dat Nederland kan rekenen op 2.000 tot 3.000 banen als Nederland kiest voor het Franse ontwerp.

Die aantallen herhaalde Guillou tegenover Marineschepen.nl tijdens de NIDV-beurs in Rotterdam, nadat de DIS was gepresenteerd. “1.500 banen bij Nederlandse scheepswerven en ongeveer hetzelfde aantal bij toeleveranciers. Maar niet op hetzelfde moment,” nuanceerde Guillou enigszins. “Het is een schatting op basis van wat we bij andere projecten realiseren. In Brazilië gaat het om 2.000 banen op scheepswerven en in Australië om 1.800 banen.” Op de vraag wat voor banen dat zijn, bevestigt de topman dat het in Nederland om hoogwaardige banen gaat die direct te maken hebben met onderzeebootbouw.

Maar het is nog vroeg, zegt Guiillou. “De details moeten nog uitgewerkt worden.” En daar werkt de Naval Group hard aan. Het heeft een kantoor in Den Haag geopend en is op zoek naar partners binnen de Nederlandse marine-industrie, want mocht Naval Group de opdracht krijgen, is het niet de bedoeling dat de onderzeeboten in Cherbourg worden gebouwd. “Daar hebben we genoeg werk. We zullen wel in Frankrijk de romp bouwen, maar we willen de onderzeeboot verder in Nederland afbouwen. En dat kan hier heel goed, want al zijn er al lang geen onderzeeboten meer gebouwd in Nederland, het niveau van de industrie is erg hoog en erg volwassen. Momenteel hebben we 70 Nederlandse bedrijven gecontacteerd en 40 zijn vorige week op bezoek geweest. Wel zullen we voor de bouw in Nederland moeten investeren en op dat vlak hangt veel af van de Nederlandse overheid en Defensie, daarom zijn we ook in dialoog met onder andere DMO en Economische Zaken.”  Het is aan die twee laatst genoemde partijen om het aantal beloofde banen te wegen. Het blijft lastig om zonder uitgebreide berekening de schatting te kunnen volgen. Het zijn in ieder geval aantallen die bij hen die vooral geïnteresseerd zijn in de economische kant van nieuwe onderzeeboten, als muziek in de oren klinken. Waar die banen ongeveer zitten wordt iets duidelijker in een gesprek met Sean Costello, de voormalige CEO van Naval Group Australië en momenteel nog steeds werkzaam bij het Franse bedrijf. Volgens hem is het totale aantal banen, inclusief de Franse en bestaande banen, te verdelen over vier categorieën: 1. Overheid, DMO, onderzoeksinstituten, etc., 2. Hoofdaannemer, ontwerper en bouwer, 3. Leveranciers van producten, 4. Leveranciers van materialen.
In groep 2 is het meeste werk te verwachten, maar dat is niet alleen de Naval Group want bij een eventuele samenwerking worden de onderzeeboten niet volledig in Frankrijk gebouwd. Naval Group is daarom in gesprek met Royal IHC in Kinderdijk als bouwer. Dus levert het in ieder geval Nederlandse banen op bij de bouw van de boten. Dat laatste geldt ook voor de leveranciers van producten en bedrijven die zorgen voor de integratie. Een heel klein aandeel werkt momenteel met Naval Group, daarom moeten die bedrijven zich wel kwalificeren: voldoen ze aan de eisen van de Naval Group en sluiten hun systemen aan op de Franse? Dat wordt getest in Nantes, voldoen ze maar komen ze iets te kort (bijvoorbeeld beschikken ze niet over de juiste kabels), dan krijgen ze die technologie van de Naval Group.

Lees verder op Marineschepen.nl

French submarine boss summoned to Canberra for crisis talks

The Australian government has summoned the head of the French company tasked with building a $50bn fleet of next-generation submarines for crisis talks in Canberra.

Naval Group chief executive Hervé Guillou travelled from Paris to the national capital for two days of discussions which kicked off on Thursday.

The federal government is yet to finalise a strategic partnering agreement with Naval Group, which is designing Australia’s fleet of 12 new submarines. There are hopes to have the agreement sorted by Christmas.

A defence insider said there are tensions between Naval Group’s executive director in charge of the Australian submarine project, Jean-Michel Billig, and senior Defence officials. The source characterised the negotiations as tracking “poorly”. “There are some legitimate policy differences that have been greatly exacerbated by personality clashes,” the source said. It’s understood Defence secretary Greg Moriarty and acquisition boss Anthony Fraser are also involved in the crisis talks.

If no headway is made soon, the talks could be escalated to ministerial level or up to prime minister Scott Morrison and French president Emmanuel Macron. The pair are expected to meet on the sidelines of the upcoming G20 leaders summit in Argentina at the end of the month. It’s understood the sticking points on negotiations include warranty issues,the level of Australian content, as well as a potential sale or merger between Naval Group and Italian shipbuilder Fincantieri.

In October, the defence minister, Christopher Pyne, dismissed reports the submarine project was in trouble.

In 2016 the Turnbull government agreed to purchase a dozen Shortfin Barracuda-class submarines to replace the ageing Collins subs, which were launched in 1998. The subs are due to be built in Adelaide, starting in 2022.

Australia’s lead negotiator, Rear Admiral Greg Sammut, told the Submarine Institute of Australia conference in Canberra earlier this month that the first submarine won’t finish trials until 2034 or 2035.

The final sub is expected to be delivered in the 2050s.

Lees verder op Theguardian.com

Self-creating Naval Shipbuilding under European Pressure?

The Netherlands has managed to maintain its own naval shipbuilding cluster, but pressure for more European cooperation is mounting. Is this a threat or opportunity?

SWZ|Maritime’s November issue is a Navy Special coordinated by Jaap Huisman, a former Defence employee who has been involved with naval vessel building projects throughout his career. He contributed an article of his own to this special in

The construction of frigates in the Netherlands and relations with surrounding countries
The Royal Netherlands Navy (RNLN) is facing important replacement projects; those for minehunters have already been set in motion, while those for the Dutch and Belgian frigates and submarines will follow soon. Since the Second World War, the Netherlands has opted to develop its naval vessels in a close cooperation of navy, knowledge institutes and industry. This has resulted in a self-creating naval cluster, but pressure to allow for more European cooperation is mounting. Yet, this development also offers opportunities and may lift the Dutch naval shipbuilding industry to a European level. An outline of the developments.After the war, the navy was rebuilt energetically. The two cruisers of which both keels had already been laid before the war, were finished. Subsequently, sixteen A- and B-hunters were built. Ath this time, the larger ships were designed by the RNLN’s “Bureau Scheepsbouw” and then developed by the Nevesbu (“Nederlandse Verenigde Scheepsbouw Bureaus”, founded in 1935) into a quotation and contract specifications.

The “Nederlandsche Dok en Scheepsbouw Maatschappij” (NDSM) in Amsterdam, “Wilton Feijenoord” (WF), the “Rotterdamse Droogdok Maatschappij” (RDM) and the “Koninklijke Maatschappij De Schelde” (KMS) all participated in Nevsbu. These yards were then designated to build the ships. There was no competition. However, competition was put on the tender of the frigates of the Van Speijk class in 1962. These six ships were eventually divided between the NDSM and the KMS. The frigates were based on the English Leander class design, GW- and S-frigates.

Fleet Renewal
In 1964 a plan was developed for fleet renewal. The airship and cruisers were replaced by long-haul patrol planes and guided weapon frigates. The A- and B-hunters by standard frigates.The design of the guided weapon frigates was started in 1965 and the construction of the two ships started in 1971. The design of the S frigates started in 1969. The first keel was laid in 1975. Twelve of these would eventually be built, the last one in 1980. In 1981 the keel was laid of two air defense frigates based on the design of the S frigates, but where the helicopter was replaced by a long-range air defense system.

Massive Changes
It was a time of massive renewal and change. Due to the increased threat from Russian submarines, anti-submarine warfare became a high priority. The threat of guided weapons at sea was also recognised and this placed high demands on the sensors and weapons. The propulsion system changed from steam engines to gas turbines, changing the way training and maintenance were organised. Perhaps the biggest development took place in the automation from analogue to digital.

Appointed Shipyard and Suppliers
In the meantime, after the RSV debacle (shipbuilding group “Rijn-Schelde-Verolme Machinefabrieken en Scheepswerven NV” (RSV) was a combination of shipyards and machine factories that came into being in early 1971 and collapsed in 1983 as a result of many causes arising from the crisis in heavy shipbuilding at the time, ed.), KMS had been appointed as the master builder of the larger surface vessels and RDM specialised in the production of submarines. All the frigates mentioned were built by KMS (with the exception of two frigates that were put out to tender with WF) and that heralded the start of a naval construction cluster, in which not only the shipyard, but also permanent subsuppliers were chosen, who could build up sufficient knowledge and experience for these increasingly complex ships. Thales supplied sensors and fire control systems. This company has always been of great importance to the navy since its establishment in 1922. Imtech was responsible for the electrical installation and platform automation. The gas turbines were supplied by Rolls-Royce.

Open Budget
Because there was no competition, an open budget was used and every part of the vessel was negotiated from the specifications, both technically and financially. A disadvantage was that the yard did not immediately feel called to innovation.

Professionalised Management
On the side of the navy, the management was professionalised. This also created more bureaucracy and regulations. Especially after the Walrusaffaire in 1985, the authority and responsibilities of the project leader were defined and demarcated in relation to the technical departments. The reporting obligation was tightly regulated.

Operational Software in House
The “stafeisen” (list of requirements) are the responsibility of the navy staff and are the dominant document in the process. These requirements are based on an analysis of the threat, the technology available or that can still be made available in the meantime and of course the budget. A preliminary design was developed by the shipbuilding office. An iterative process, because a compromise acceptable to all parties was never found at once. Together with the master builder and the Nevesbu, a set of specifications was developed. Then, often through lengthy negotiations, a contract was reached.

Ministry Acquires SEWACO
A striking feature of the Dutch approach is that the Ministry itself acquires the sensor, weapon and command systems (SEWACO). This is in contrast to what is customary in many countries, where the entire project is usually placed with a main contractor. In the Netherlands, the ship platform is purchased separately, while the operational software is developed and produced in-house. This certainly saves costs, because it avoids the usually large financial margin of a master builder on the so-called SEWACO system. However, it does introduce a planning problem between the delivery times of the platform and the SEWACO system, which often solves itself only with difficulty. In addition, the Ministry takes responsibility for the proper functioning of the weapons system and everything related to it. In practice, however, this is not a real problem because the master builder cannot bear this responsibility for complex military systems.

The navy, therefore, has its own software house for the development, production and maintenance of operational software, for example for the air defence system. Due to the rapid technological developments and increasing threat, this software has an increasingly important role. By carrying out this development in-house, the experience on board can be fed back directly. The developments are preferably carried out in an “evolutionary” process. This prevents major errors and therefore high costs.

Multipurpose Frigates 
In 1980, the design of the so-called multipurpose frigate was started, as a replacement for the Van Speijk frigates and the Predator class. The “stafeisen” offered many new challenges. In the first place, the ship had to be cheaper to buy and maintain than the S-frigat. This meant smaller dimensions, introduction of more civil standards and less personnel on board. The latter demanded automation and preferably using the latest developments. This meant that the ship was operated from the technical centre, command centre and bridge using, for example, screens and keyboards.

Although some of them were already used on board the Walrus class, many applications still had to be developed, such as mimics for propulsion, damage control and fire fighting. Typically, a lot of ergonomic research was carried out during the development of the mimics and the living and working environment, in which mock-ups were also built and tested by future personnel. This has enabled the ship to distinguish itself. This frigate also had the task of combating submarines in addition to self-defence against, among other things, the threat of guide weapons. This meant that a lot of effort was made to limit the underwater noise as much as possible and also to minimize radar reflection and infrared radiation. In addition, the experiences of the British Navy during the Falklandoorlog in 1982 were also processed: the ship’s resilience was increased, bulkheads were strengthened, fire insulation was installed and fire extinguishing equipment was improved. A complaint about the S-frigat was that the ship took over relatively much green water in seas, which led to damage to the superstructure and systems. Intensive and systematic model research at Marin led to the lines plan being optimised for sea access and propulsion characteristics.

Lees verder op swzonline.nl

A ‘True European Army’? Dream On

‘We must protect ourselves with respect to China, Russia, and even the United States,” French President Emmanuel Macron said earlier this month, calling for European strategic autonomy from the U.S. That autonomy would, in Mr. Macron’s words, include a “true European army.” A few days later, German chancellor Angela Merkel echoed the call for a European force. The vision is gaining momentum, propelled in part by Donald Trump’s diplomacy of rudeness against America’s European allies.

Lees verder op WSJ.com

Defensie omarmt MKB op Dag van de Ondernemer

Defensie greep de Dag van de Ondernemer aan om duidelijk te maken hoe belangrijk het Nederlandse Midden – en Kleinbedrijf (MKB) is voor de krijgsmacht. Minister Ank Bijleveld-Schouten ging hiervoor naar Van Halteren in Bunschoten, waar ze een dankbetuiging overhandigde.

Commandant Defensie Ondersteuningscommando luitenant-generaal Emile van Duren
Bijleveld: “MKB’ers zijn enorm belangrijk voor de Nederlandse economie en zeker ook voor Defensie. Wij werken veel en graag met hen samen. Op deze Dag van de Ondernemer staat het MKB in het zonnetje. Terecht! Het zijn innovatieve en flexibele bedrijven met oog voor het maatschappelijk belang. Eigenschappen die wij zoeken om oplossingen te vinden voor uitdagingen.”

Belangrijke dag

Dat Defensie de dag belangrijk vindt, blijkt wel uit de 6 werkbezoeken die het aan verschillende partners brachten. Plaatsvervangend Commandant Landstrijdkrachten generaal-majoor Kees Matthijssen bezocht HTC. Samen werken ze aan het Fieldlab Smartbase, een gestandaardiseerde legerbasis van toekomst. Zo ontwikkelden ze een een gestandaardiseerde toegangspoort in een 20feet-container.

Directeur Defensie Materieel Organisatie vice-admiraal Arie Jan de Waard en de commandant van Koninklijk Instituut voor de Marine bezochten het bevrachtingskantoor en rederij Spliethoff. Hier liggen kansen bij opleidingen en het ter beschikking stellen van schepen. Zo mogen 10 marineofficieren in opleiding meevaren bij Spliethoff. Commandant Defensie Ondersteuningscommando luitenant-generaal Emile van Duren ging langs bij Sensz een dienstverlener op het gebied van voedselveiligheid en partner van Paresto.

De marine bezocht het Helderse bedrijf Multimetaal. Er werd gesproken over samenwerking zoals het delen van kennis, lassers en het delen van schaarse technische middelen.

Meekijken

De minister sprak bij Van Halteren over de bijzondere manier waarop de partijen het herstel regelen van hoofdcomponenten van het CV90-infanteriegevechtsvoertuig. Defensies Afdeling Techniek onderzoekt of een onderdeel hersteld kan worden en wie dat doet. Als de industrie een onderdeel herstelt, mag de landmacht meekijken om ervan te leren. Een voorbeeld van slim samenwerken zoals dat past binnen een adaptieve krijgsmacht.

Lees verder op Defensie.nl

KPN versterkt Zweeds-Nederlandse samenwerking

KPN heeft vandaag een intentieverklaring getekend, waarmee het bedrijf zich verbindt aan het Zweeds-Nederlandse team voor het vervangingsprogramma voor de Walrusklasse onderzeeboten. KPN biedt ondersteuning op het gebied van innovatieve cyber-oplossingen en veilige data-overdracht bij expeditionaire inzet van de toekomstige onderzeeboten.

Nederlandse expeditionaire onderzeeboten zijn krachtige inlichtingenplatforms, ontwikkeld voor wereldwijde inzet. Het zijn als het ware varende en duikende ‘data nodes’. Daarmee vormen zij een strategische niche-capaciteit van ons land binnen de NAVO en de Europese Unie. De nieuwe generatie- onderzeeboten moeten ook in de toekomst in staat zijn, om overal ter wereld hun inlichtingen te delen. Met de exclusieve oplossingen van KPN wordt die extra capaciteit geboden, in een wereld waarin cyberdreiging een serieuze militaire dreiging is geworden.

Naast het overzetten van hoog gevoelige informatie, biedt KPN ook ontwikkelmethoden voor ‘remote maintenance’ van de expeditionaire onderzeeboten. De Nederlandse marine heeft immers als unieke capaciteit een onderzeeboot, die wereldwijd opereert zonder ondersteunende schepen die in het kielzog meevaren. Dit betekent dat ook de data voor onderhoud en reparatie veilig met Defensie gedeeld moeten worden. Ook wanneer de onderzeeboot zonder ondersteuning in een overzeese haven ligt.

Het samenwerkingsverband Saab-Damen biedt, samen met een scala aan Nederlandse bedrijven, de vervanger voor de huidige Walrusklasse onderzeeboten aan. Naast bedrijven binnen en buiten het Dutch Underwater Knowledge Centre (DUKC), is nu ook KPN verbonden aan dit initiatief. Een welkome Nederlandse uitbreiding, die het ons land mogelijk maakt om ook in de komende decennia veilig met onderzeeboten te blijven opereren en veilige verbinding te houden.

NIDV ziet in de Defensie Industrie Strategie goede kapstok voor krijgsmacht, industrie en kennisinstellingen, de Gouden Driehoek.

De NIDV is in het algemeen content met de Defensie Industrie Strategie, die recent naar de Tweede Kamer is gestuurd. Directeur NIDV Ron Nulkes: “Ik beschouw het als een kapstok, die Defensie, EZK, kennisinstellingen en industrie samen aan de wand hebben bevestigd. De kapstok biedt plaats voor verschillende haken, zoals financiele instrumenten uit Europa en de Nederlandse topsectoren. Grote en kleine bedrijven kunnen veelbelovende jassen aan de kapstok hangen. Er is ruimte voor nieuwe haken. Daarmee krijgt de krijgsmacht uitstekend materieel en diensten, en kunnen de Nederlandse industrie en kennisinstellingen verder bouwen waarin zij goed zijn. Aan de totstandkoming van deze DIS heeft uitstekend vooroverleg plaatsgevonden met betrokken partijen.”

  1. De doelstelling van de DIS 2018 is helder: welke kennis en capaciteiten van het bedrijfsleven en van de kennisinstellingen zijn nodig om de wezenlijke belangen van nationale veiligheid te allen tijde te beschermen en wat is ervoor nodig om die basis te borgen? De NIDV vindt dat deze vragen in het algemeen goed worden beantwoord in het document.
  2. In deze DIS staat het begrip wezenlijke veiligheidsbelangen centraal. Nulkes: “Dat is winst, want of sprake is van een dergelijk belang, is immers een soevereine beoordeling van de Nederlandse Regering. De top-down analyse van die belangen wordt onderschreven, waarbij ook goed is gekeken wat de Nederlandse Defensie- en Veiligheidsgerelateerde Industrie in huis heeft. Ook met de resultaten van het NIDV-veldonderzoek is afdoende rekening gehouden.
  3. Niet alleen technologiegebieden kunnen in de DIS 2018 als wezenlijk veiligheidsbelang worden gekwalificeerd, maar ook kennisgebieden en industriële capaciteiten, waaronder instandhouding en inzetzekerheid. De NIDV vindt dit een verstandige aanpak, want daarmee worden zowel Defensie als de Nederlandse industrie gediend.
  4. Dat de regering actief met het bedrijfsleven wil werken om kennis, technologie en capaciteiten in Nederland op te bouwen, te behouden en te versterken in de verschillende domeinen, stemt tot tevredenheid. In het maritieme domein gaat dat om de zelfscheppende industrie, in het landdomein om enkele eindproducenten en een groot aantal toeleveranciers. In het luchtdomein betreft dat deelname in hoogwaardige internationale programma’s. Spin off en Spill over mogen daarbij niet worden onderschat.
  5. Essentieel is dat grotere bedrijven zoals Damen Shipyards, GKN-Fokker en Thales acteren als zelfstandige Nederlandse Original Equipment Manufacturers (OEM) of systeemintegrator in de markt. Deze rol is extra belangrijk omdat deze bedrijven zelfscheppend zijn en omzet, kennis en werkgelegenheid genereren, ook voor een lokaal netwerk van defensie- en niet-defensiegerelateerde industrie en kennisinstituten. De gerelateerde keten met veelal een substantieel aantal toeleveranciers vertegenwoordigt een hoge economische waarde. Nulkes: “Ook kleinere midden- en kleinbedrijven, de ruggengraat van de NIDV, plukken de vruchten hiervan. Zij kunnen zelfstandig in die keten opereren, maar ook aansluiting zoeken bij de grotere bedrijven. In de dynamiek van de ‘early involvement’ en het verkrijgen van opdrachten is het van het grootste belang dat de samenwerking overheid, industrie en kennisinstellingen op orde is. Zo is participatie in het F-35 programma tot stand gekomen; de NIDV wil ook toekomstige programma’s zo vormgeven.”
  6. De DIS stelt dat bij verwerving de Aanbestedingswet 2012 en Aanbestedingswet op Defensie- en Veiligheidsgebied als uitgangspunt gelden en art. 346 VWEU in bijzondere gevallen kan worden toegepast. De NIDV gaat ervan uit dat dit niet beperkend wordt bedoeld ten opzichte van het Regeerakkoord ‘Vertrouwen in de toekomst’ noch van de Defensienota 2018. Daarin is immers gesteld dat bij aanbestedingstrajecten artikel 346 VWEU ruimhartig wordt geïnterpreteerd. Waar de hedendaagse technologie goed is terug te vinden in de DIS 2018, kan dit niet worden gezegd van de lijst van militair materieel uit 1958. De NIDV stelt het op prijs als die lijst naar hedendaagse inzichten wordt geïnterpreteerd.
  7. De NIDV heeft zich de afgelopen jaren sterk gemaakt om de defensie- en veiligheidssector te verankeren in het topsectorenbeleid. Nulkes: “Ik ben blij dat onze sector een plaats krijgt in het topsectorenbeleid. Het ‘missiegedreven innovatiebeleid’ met onder meer een maatschappelijke uitdaging ‘veiligheid’ is daartoe een uitstekende aanzet. Ik herhaal graag dat Launching customership van Defensie een must is voor de sector.”
  8. Zonder meer juicht de NIDV toe dat haar voorstellen zijn overgenomen om een interdepartementale coördinatiegroep op te richten voor de Europese defensieprogramma’s naar het model van het F35-programma. Ook het benoemen van een speciaal vertegenwoordiger wordt verwelkomd. Deze moet de verbinding vormen tussen Europa, de lidstaten en industrieën. Hiermee zijn de belangen gediend van zowel Defensie als de industrie en kennisinstellingen bij de uitwerking van onder meer het Europees Defensie Fonds en PESCO.
  9. De NIDV neemt kennis dat Nederland in Europees verband aandacht blijft vragen voor strikte toepassing van de criteria voor wapenexport. Gezien de toenemende verwevenheid van Europese krijgsmachten en industrieën door onder meer het Europees Defensie Fonds, wil de NIDV ook het accent wordt gelegd op harmonisering van de interpretatie van de Europese exportbepalingen. Het helpt de Europese defensievorming namelijk niet indien Lidstaten hun eigen posities benadrukken. Wij zijn bang dat Nederlandse bedrijven bij toelating tot Europese programma’s belemmeringen zullen ondervinden indien niet wordt geharmoniseerd.
  10. De NIDV voorziet met deze DIS een positief effect op het imago van de krijgsmacht. Met Defensie wil de NIDV vooral hierin gaande en toekomstige technologische ontwikkelingen betrekken, die nodig zijn voor het adequaat functioneren van de krijgsmacht. Nulkes plaatst daarbij een kanttekening: “De DIS is feitelijk nooit af. Tegenstanders van de soldaat in het veld zijn niet gehouden aan beleidsdocumenten, maar kopen nieuwe technologieën zonder verwervingstrajecten. En op de markt vinden uiteenlopende innovatieve ontwikkelingen plaats waarmee militairen hun voordeel kunnen doen. Ik ga er daarom van uit dat de interpretatie van de DIS voldoende flexibiliteit in zich draagt, dat nieuwe technologieën ook eenvoudig hieronder kunnen worden gebracht.”
  11. De NIDV wil graag met de ministeries van Defensie, Economische Zaken en Klimaat alsmede Buitenlandse Zaken de schouders zetten onder deze DIS; het is zaak de goede uitgangspunten die in de DIS worden genoemd om te zetten naar de praktijk, waardoor de Nederlandse Defensie- en Veiligheidsgerelateerde Industrie haar rol adequaat kan blijven vervullen in de Nederlandse, unieke, Gouden Driehoek. Voor informatie:Dir. NIDV, Ron Nulkes

Lees ook over het succesvolle NIDV-symposium 2018 via NIDV.eu

Kabinet versterkt Nederlandse Defensie Industrie (video)

Defensie wil bij het kopen van materieel het beste product voor de beste prijs. Maar ook het Nederlandse bedrijfsleven moet maximaal worden betrokken. Daarvoor wordt de Nederlandse defensie-industrie versterkt, beschermd en internationaal gepositioneerd. Dit staat in de nieuwe Defensie Industrie Strategie (DIS) van Defensie en Economische Zaken en Klimaat (EZK). De DIS is vandaag gepresenteerd door minister Ank Bijleveld-Schouten tijdens het jaarlijkse NIDV-symposium van de Nederlandse defensie-industrie.

Op eigen benen
Om een rol van betekenis te kunnen spelen in de samenwerking met andere landen, en een waardevolle bijdrage te leveren aan de veiligheid in Europa heeft Nederland een sterke, stabiele basis nodig. Minister Ank Bijleveld-Schouten: “We hebben eindelijk weer perspectief op een grotere en sterkere krijgsmacht. Niet alleen omdat de krijgsmacht dat nodig heeft, maar ook omdat de situatie in de wereld dat van ons vraagt. De veiligheidssituatie is verslechterd en Nederland en Europa moeten op eigen benen kunnen staan. We moeten onszelf kunnen beschermen. Daarvoor is een sterke basis nodig van kennis, technologie en capaciteiten.”

Kennis en technologie
De DIS beschrijft die basis en die bestaat uit militaire kennis, technologie en industriële capaciteiten. Nederland wil bijvoorbeeld onafhankelijk kennis kunnen blijven ontwikkelen ter verbetering van militaire prestaties. Daarnaast wil Nederland technologieën mee-ontwikkelen, die belangrijk zijn voor het uitvoeren van militaire taken. Denk aan kunstmatige intelligentie, cyber en robotica.

Video: animatie Defensie Industrie Strategie

 

Militaire capaciteiten
Ook heeft Nederland de ambitie om zelf militaire capaciteiten te ontwerpen en produceren. Hierbij wordt rekening gehouden met de hier aanwezige industrieën. Concreet betekent dit bijvoorbeeld dat Nederland zijn eigen marinebouw wil behouden en versterken. Ook is het belangrijk om sensorsystemen zo veel mogelijk in Nederland zelf te ontwikkelen en onderhouden. Ten slotte is er de ambitie om zelf onbemande verkenningssystemen en satellieten voor inlichtingenfuncties zelf te produceren.
Op andere gebieden wil Nederland toeleverancier zijn van buitenlandse bedrijven. Het landingsgestel voor de F-35 wordt bijvoorbeeld in Nederland geproduceerd.

Economische groei
Staatssecretaris Mona Keijzer: “Niet voor niets heet het de Defensie Industrie strategie. In de DIS is de industrie een belangrijke component omdat deze sector goed is voor ruim 25.000 banen, een omzet van 4,5 miljard euro en betrokkenheid van meer dan 350 Nederlandse bedrijven. Deze vernieuwde DIS draagt bij aan onze economische groei en werkgelegenheid in de hightech-, maak- en maritieme industrie.

Meer open Europese defensiemarkt
Als het in het belang van de nationale veiligheid is, kiest Nederland bij toekomstige aanbestedingstrajecten voor Nederlandse leveranciers. Dit gebeurt binnen de kaders van de Europese regelgeving. Het kabinet wil zich sterk maken voor een meer open Europese defensiemarkt. Hierbij is er een gelijk speelveld voor alle landen en wordt kritisch gekeken naar buitenlandse overnames. Ook dit moet de Nederlandse defensie-industrie een impuls geven. Mocht het belangrijk zijn om spullen snel te hebben, dan koopt Nederland ze elders van de plank.

Lees ook de toespraak van MInister Bijleveld tijdens het NIDV-sympoisum via Defensie.nl

« Oudere berichten Nieuwere berichten »

© 2019 Marinebouw.nl

Thema gemaakt door Anders NorenBoven ↑