Carel Prins stond aan de basis van de (voorlopig) laatste onderzeeboot die in Nederland is ontworpen, de Moray. Hij had een belangrijke rol in de huidige modernisering van de Walrusklasse en bij de start van de vervanging. Marineschepen.nl sprak hem over de Moray, over RDM en over de huidige aanbesteding. Over de vorige week aangekondigde samenwerking tussen IHC en Naval Group: “dat is een PR-stunt.” 

“Ik ben onpartijdig,” begint Carel Prins aan de eettafel als ik hem vrijdagmiddag spreek na een week vol nieuws, spins en spanning rond de nieuwe Nederlandse onderzeeboten. De Duitsers wisten het hoofd op hol te brengen van de lokale Helderse media door banen en boten te bieden, de Fransen trommelden de pers op voor een samenwerking die in november door de Franse CEO tussen neus en lippen door al was aangekondigd. De Zweden met Damen hielden zich opvallend stil en Navantia gelooft er niet meer in of is in gedachten al door naar de volgende ronde. Het tumult doet Prins weinig. Hij laat het nieuwsbericht zien van de samenwerking tussen IHC en Naval Group. “Dat had ik niet verwacht,” zegt hij eerlijk. Prins vernam het nieuws via de media, hij maakt geen deel meer uit van de inner circle van de marine of de industrie.

Moray
Carel Prins studeerde werktuigbouw in Delft tot 1964 en promoveerde acht jaar later op een onderwerp dat te maken had met de bouw van kernreactoren. Al snel kwam hij bij de Rotterdamsche Droogdok Maatschappij (RDM) terecht, maar zijn werk stond volledig los van onderzeeboten, ondanks dat de Walrusklasse op de RDM in aanbouw was. Prins wist helemaal niets van onderzeeboten.

Juist omdat hij niet betrokken was bij de Walrus kreeg hij de opdracht om een exportonderzeeboot voor de RDM te ontwikkelen. Er was onderzoek gedaan naar de onderzeebootmarkt, en er waren kansen. Dus Prins voer mee op Hr.Ms. Zwaardvis, ervoer hoe het is als de boot onder water geraakt wordt door een Duitse oefentorpedo en kwam op het idee van een onderzeebootontwerp van verschillende grootten. Een familie boten van 1200, 1400 en 1800 ton; de Tromboneklasse was geboren.Die naam werd direct getorpedeerd en veranderd in Moray, maar het idee bleef staan en met ontwerpbureau Nevesbu werd een serie onderzeeboten ontwikkeld. Zo’n zestien jaar lang probeerde de RDM, met Carel Prins als projectleider, die onderzeeboot te verkopen. Teams van de RDM gingen de hele wereld over, van Nigeria tot Zuid-Korea en van Egypte tot Indonesië. Een paar keer kwam de verkoop heel dichtbij, maar het ontbrak RDM aan steun vanuit de overheid. Prins: “De politieke ondersteuning van Nederland om dit soort producten te exporteren was nul of minder.” Concurrenten hadden die steun wel. De Moray werd nooit verkocht, maar was wel tot in detail uitgewerkt. Het zal dus nog lange tijd de laatste echt in Nederland ontworpen onderzeeboot blijven.

Lees verder op Marineschepen.nl