Marinebouw.nl

Nieuws over de Nederlandse Gouden Driehoek

Pagina 2 van 51

Defensie wil Nederlandse onderzeeboten kopen, maar andere ministeries aarzelen

Het kabinet is verwikkeld in een steekspel over een miljardenorder voor nieuwe onderzeeboten. Het gaat erom of Nederland Frankrijk voor het hoofd durft te stoten en de eigen defensie-industrie beschermt.

Het ministerie van defensie wil in zee met de Nederlandse scheepswerf Damen. Andere ministeries zijn erop tegen buitenlandse concurrenten nu al de deur te wijzen, zo zeggen bronnen rond de aanbesteding. Niemand wil openlijk uitweiden over de grootste order sinds de F35-straaljager, die een flinke vertraging dreigt op te lopen.

Diplomatieke aanvaring

Met een keuze voor Damen heeft Nederland diplomatiek wat uit te leggen. Duitsland lobbyt fanatiek voor TKMS uit Kiel. Frankrijk doet hetzelfde voor zijn staatsbedrijf Naval Group. Beiden zijn ervaren onderzeebootbouwers. Naval Group gaat bijvoorbeeld twaalf exemplaren voor de Australische marine bouwen. Zo’n groot bedrijf ‘nee’ verkopen zou na de aandelenkoop bij Air France-KLM een nieuwe diplomatieke aanvaring met Parijs kunnen betekenen.

De ministeries van financiën en economische zaken hebben nog een ander bezwaar tegen een vroegtijdige keuze voor Damen. Zij denken dat als Defensie langer meerdere bedrijven met offertes en ontwerpplannen laat concurreren, de prijs omlaag gaat.

Ook willen ze nog eens goed kijken naar verbeterde aanbiedingen die TKMS en Naval Group begin dit jaar deden. Daarbij beloven zij flinke aantallen banen in Nederland. Defensie is sceptisch dat beide bedrijven hun beloftes waar kunnen maken.

Complex project

De band tussen Damen en de Nederlandse marine is hecht. Het bedrijf heeft sinds de jaren negentig alle grote oppervlakteschepen van de marine gebouwd. Damen is geen grote speler in de onderzeebootwereld, maar voerde enkele jaren geleden wel met succes een modernisering van de huidige Walrus-klasse uit. Die vier boten zijn begin jaren negentig gebouwd door een inmiddels failliete Nederlandse werf. In 2015 sloot Damen een verbond met de Zweedse onderzeebootwerf Saab-Kockums voor toegang tot de ontbrekende kennis om zelf onderzeeboten te bouwen.

Lees hier verder bij Trouw

Nieuwe onderzeeboten: Nederlandse marine-industrie ‘dreigt alleen kruimels te krijgen’

In de berichten over de vervanging van de huidige Walrusklasse onderzeeboten gaat het vaak over de vier aanbieders Naval Group, Navantia, Saab-Damen en TKMS, die in een hevige strijd zijn verwikkeld. In Nederland is er echter een heel ecosysteem van bedrijven die kennis en ervaring hebben op gebied van onderzeeboten. Zij maken zich zorgen, zo blijkt uit een gesprek met voorzitter van het platform van deze bedrijven, Harm Kappen. Volgens Kappen is het cruciaal dat deze bedrijven in een vroeg stadium worden betrokken bij de ontwikkeling van onderzeeboten, en vreest van de onderzeebootbouwers zonder Nederlandse partner alleen de kruimels te krijgen. 

Er is de laatste jaren weer extra geld uitgetrokken voor Defensie, en de marine gaat de komende tien jaar voor vele miljarden nieuwe schepen en onderzeeboten vervangen. Je zou dan ook verwachten dat bij de vele Nederlandse bedrijven uit de marine-industrie druk getekend, gebouwd en gefactureerd wordt voor Defensieprojecten. Het tegendeel is waar. Het zijn onzekere tijden voor de grote en de kleine spelers. 

Overlevingskansen Nederlandse industrie
De Nederlandse industrie leeft al langer in onzekerheid, daar is op zich niets nieuws aan. Maar zo’n zes jaar geleden was het nog heel simpel: er werd bezuinigd op de marine en er was geen geld voor nieuwbouw. Nu zijn er vervangingsprojecten en is er geld, maar van een juichstemming is bij de industrie geen sprake. 

Recent verloren Damen, Thales en hun toeleveranciers de opdracht voor de bouw van twaalf mijnenbestrijdingsvaartuigen voor de Belgische en Nederlandse marine. En de B-brief voor nieuwe onderzeeboten, waar Saab-Damen favoriet is, blijft maar uitgesteld worden. Mogelijk tot juni of zelfs na het zomerverlof. Ook de ontwikkelingen in Duitsland hebben mogelijk gevolgen voor de Nederlandse industrie. Damen is doorgedrongen tot de het MKS-180 fregat, maar Duitsland heeft deze week de technologie voor oppervlakte schepen tot nationale ‘sleuteltechnologie’ bestempeld. Daardoor kan Duitsland makkelijker een keuze voor Duitse aanbieders verantwoorden. Want in Duitsland gaan al tijden stemmen op om meer voor de eigen industrie te kiezen.

Daar staat Duitsland niet alleen in. In Frankrijk is dat niet anders geweest en wordt alles in eigen land gebouwd. Maar ook in Nederland is dat sinds kort zichtbaar. Op papier althans. In de Defensie Industrie Strategie die in november 2018 uit kwam, staat dat er waar mogelijk voor Nederlandse bedrijven wordt gekozen.

Toch zijn de zorgen groot. Zo schrijft Damen Schelde Naval Shipbuilding (DSNS) in een reactie op vragen van Marineschepen.nl: “De marinebouw is als enige defensie-industriesector in Nederland nog volledig zelfscheppend. Volgens de Defensie Industrie Strategie (DIS) en het Regeerakkoord zijn dit nationaal strategische belangen die behouden moeten blijven. Dat behoud is nu echter in gevaar. DSNS heeft al tien jaar geen grote opdracht van de Nederlandse overheid meer ontvangen. Geen enkele marinebouwer zou dat overleven. DSNS en de Nederlandse marinebouw wel, dankzij exportsuccessen en civiele opdrachten. Maar bij nog langer uitblijven van nationale opdrachten verdwijnt de innovatieve voorsprong en nemen daarmee de overlevingskansen van DSNS aanzienlijk af. Het gaat dan bovendien niet alleen om DSNS, er hangt een heel cluster van hoogwaardige toeleveranciers aan vast.”G


Lees verder op Marineschepen.nl


Kabinet schuift besluit onderzeeboten voor zich uit

Het kabinet-Rutte schuift de beslissing over vier nieuwe onderzeeboten al wekenlang voor zich uit en gaat een keuze tussen Nederlandse of Franse boten uit de weg. Eind vorig jaar nam het kabinet zich in de Defensie Industrie Strategie voor om voortaan de eigen industrie voorrang te geven, net zoals andere Europese landen dat doen. Maar nu het aankomt op daadwerkelijke beslissingen, durven de ministers Parijs niet voor het hoofd te stoten.

Bij de vervanging van de huidige Walrusklasse-onderzeeboten gaat het om groot geld. ‘Meer dan 2,5 miljard,’ heet het officieel. Bronnen rond het ministerie van Defensie hebben het over 3,5 miljard. Premier Mark Rutte (VVD) zegt dat ‘we gewoon de beste spullen voor de beste prijs kopen’. Maar zo simpel ligt het niet. Ook hier spelen nationale belangen: technologische voorsprong; het voortbestaan van een eigen marinebouw en een koninklijke marine die niet afhankelijk is van wat buitenlandse wapenproducenten mogen leveren.

De nieuwe onderzeeboten zijn niet van een bestaand type, maar moeten nog worden ontwikkeld. Een Duitse en een Spaanse werf dingen mee naar de order, maar volgens ingewijden is het een strijd tussen de Franse Naval Groep (in samenwerking met het Nederlandse Royal IHC) en Damen Schelde (in combinatie met het Zweedse Saab).

De verwachting was dat VVD-staatssecretaris Barbara Visser al in maart een zogenoemde B-brief naar het parlement zou sturen met de aankondiging van het industriële project en vooral welk aanbod defensie had uitverkoren. Maar de zaak kwam in de vertraging. In een ambtelijk voorportaal van de ministerraad koersten defensieambtenaren onlangs aan op een beslissing ten gunste van Damen, maar volgens bronnen lagen ambtenaren van andere ministeries dwars. Als een manier om de prijs te drukken, werd geopperd Damen en Naval nog een paar jaar met elkaar te laten concurreren. En sowieso was het diplomatiek lastig om de Franse werf te passeren, na alle ophef over de aandelen Air France/KLM.

Lees verder op Elsevierweekblad.nl

Engine Deck Repair naar Raad van State tegen contract mijnenjagers

Antwerpse scheepshersteller Engine Deck Repair betwist bij de Raad van State de toekenning van het contract voor de nieuwe Belgisch-Nederlandse mijnenjagers aan een concurrerend Frans-Belgisch consortium. Het oordeel wordt verwacht over enkele weken.

Persbureau Belga meldt dat het Antwerpse Engine Deck Repair (EDR) naar de Raad van State stapt tegen de beslissing van de regering om de bouw van twaalf mijnenjagers, bestemd voor de Belgische en Nederlandse Marine, toe te wijzen aan het consortium Belgian Naval & Robotics op 15 maart. Die groep rond de Franse scheepsbouwer Naval en de eveneens Franse dronespecialist ECA-Robotics won de aanbesteding met een totaalprijs van 2,6 miljard euro. EDR is een van de vier leden van het consortium Sea Naval Solutions. De andere twee finalisten waren Belgian Naval & Robotics en een consortium rond de Nederlandse groep Damen.

Volgens het ministerie van Defensie heeft enkel EDR een verzoekschrift tegen die beslissing ingediend bij de Raad van State. “Momenteel onderzoeken onze bevoegde diensten het dossier en kunnen wij geen verdere informatie verstrekken. Het is wachten op het arrest van de Raad van State”, zei Defensie tegen Belga.

Uitspraak over enkele weken
Navraag van onze redactie bij de Raad van State leert dat het gaat om een spoedprocedure. “In een dergelijk geval moet de Raad van State zich binnen een vrij korte termijn uitspreken. Dat is normaal een kwestie van slechts enkele weken”, zegt persmagistraat Eric Brewaeys.

Belgian Naval & Robotics is karig met commentaar. “Voorlopig verandert dat niets voor ons, wij wachten rustig af. Gezien de spoedprocedure zal het niet lang duren vooraleer we de definitieve uitslag kennen”, zegt Joëlle Brachet van het kantoor in Brussel.

Lees verder op Flows.be

A Balancing Act The Role of Middle Powers in Contemporary Diplomacy

The notion of Middle Powers is well established in academic literature, but not always used with success in practice. In a volatile world, there is much value in seeking partners that can help to uphold the current international order. In this paper, we develop criteria to define middle powers, and distinguish between ‘established’ middle powers (which share a liberal-democratic outlook) and ‘emerging’ middle powers (which can go either way). Secondly, the paper identifies specific middle power partners for the Netherlands across a number of relevant policy domains in the area of peace and security. Finally, the geopolitical ramifications of the ‘power shift to the East’, away from the US to China, are considered for middle powers, with a suggestion to create a global alliance of like-minded middle powers that is willing to uphold liberal-democratic values.

It is time for an informal alliance of middle-sized powers that are interested in supporting a global rules-based order. … [C]ollectively, they have a chance of working together to preserve a world based around rules and rights, rather than power and force.”
– Gideon Rachman, Financial Times, May 28, 2018

Lees verder op de website van HCSS

NMT pleit voor Nederlandse inbreng bij mijnenbestrijdingsvaartuigen

Het persbericht van 15 maart jl., waarin Netherlands Maritime Technology (NMT) haar teleurstelling uitspreekt over het besluit van de Nederlandse en de Belgische overheid over de aanbesteding van de nieuwe mijnenbestrijdingsvaartuigen, heeft veel reacties losgemaakt. De order voor 12 mijnenbestrijdingsvaartuigen voor de Belgische en Nederlandse marine is gegund aan een Belgisch-Frans consortium, onder leiding van het Franse bedrijf Naval Group.

Uit de meeste reacties sprak verontwaardiging over de zeer beperkte omvang van de Nederlandse toelevering aan het consortium. In meerdere reacties werd genoemd dat de Nederlandse maritiem-technologische industrie juist heeft bewezen vele systemen en componenten van hoge kwaliteit te kunnen leveren voor de bouw van marineschepen.

Gesteund door deze reacties zet NMT zich in om de mogelijkheden voor de Nederlandse inbreng te vergroten. NMT is in contact met verschillende Kamerleden en de Ministeries van Defensie en Economische Zaken en Klimaat over concrete acties om de Nederlandse toeleveranciers een kans te geven in de aanbestedingen.

Hier vind je de link naar de D-brief project ‘Vervanging mijnbestrijdingscapaciteit’, waarin het kabinet de Tweede Kamer informeert over gunning van de aanbesteding aan een consortium onder leiding van het Franse bedrijf Naval Group. Naar aanleiding van deze brief zijn door verschillende Kamerleden feitelijke vragen ingediend, die je kan raadplegen via deze link.

Lees meer op de website van Netherlands Maritime Technology

Final decision on German Navy’s 10,000-ton MKS180 facing delays again

The decision on the preferred contractor for the construction of the German Navy’s new MKS 180 surface combatants could be delayed once more, minister president of the northern German state of Schleswig-Holstein has indicated.

Speaking to the German Press Agency DPA in Paris, Daniel Günther said a decision on the €4 billion project could be made at the end of 2019, and possibly be dragged out to the first quarter of 2020.

This is in contrast to announcements from the beginning of 2019 when defense ministry officials noted that the decision was expected to be made in the first half of the year.

Germany’s defense ministry issued a tender for the procurement of four ships in the class in 2015. Deliveries were expected to start in 2023. Initially, three teams entered the competition, Germany’s ThyssenKrupp Marine Systems and Lürssen, German Naval Yards Kiel who teamed up with British BAE Systems, and the Blohm+Voss shipyard which brought in Dutch shipbuilder Damen.

After Lürssen was removed from the competition, ThyssenKrupp Marine Systems joined German Naval Yards Kiel to stay in the competition.

Germany had initially intended to build four ships in the class and later decide whether to build another two units, but the defense ministry subsequently announced it would buy all six units at once. The planned budget for the four ships was €3.9 billion (US$4.3 billion) while an overall price for six ships was not revealed.

Lees verder op Navaltoday.com

Met deze vandaag geplaatste radar kunnen de fregatten ballistische raketten in de ruimte zien en volgen

Vanochtend werd in Den Helder de eerste SMART-L MM/N radar geplaatst op Zr.Ms. De Zeven Provinciën. De plaatsing is een belangrijk moment in de ontwikkeling naar fregatten die kunnen bijdragen aan de verdediging tegen ballistische raketten. Tegelijkertijd wordt door de Directie Materiële Instandhouding (DMI) hard gewerkt aan de modernisering van de Luchtverdedigings- en Commandofregatten (LCF’en). 

Al in 1994, ruim voor het eerste LCF in 2002 in dienst kwam, had de marine ideeën over een rol van de nieuwe fregatten op gebied van Ballistic Missile Defense (BMD). Nu, 25 jaar later, is een heel belangrijke en concrete stap gezet naar die (inmiddels veranderde) rol voor de schepen. In een eerder interview met Jan Struik van Thales wordt de reis naar de nieuwe radar in vogelvlucht beschreven. Een reis die hier en daar vertraagd werd door bezuinigingen, maar waar ook de tijd voor genomen moest worden in verband met de enorme complexiteit van BMD en van de systemen. Want de nieuwe SMART-L MM/N is een compleet nieuwe radar en lijkt alleen qua vorm en kleur op de oude SMART-L. 

Tegen het einde van de ochtend werd de radar door een grote kraan langzaam op het eerste LCF gehesen en geplaatst. Dat gebeurde aan een van de steigers van DMI, waar het schip al anderhalf jaar ligt. Overigens stond de SMART-L MM/N er ook al een tijdje, maar kon de nieuwe sensor niet eerder geplaatst worden. Dat heeft alles te maken met het Instandhoudingsprogramma (IP) LCF waar het project van de nieuwe radar aan gekoppeld is. 

Lees verder op Marineschepen.nl

De Franse greep op de Belgische mijnenjagers: drie bedenkingen’

De federale regering besloot vrijdag de bouw en de uitrusting van twaalf nieuwe Belgische en Nederlandse mijnenjagers toe te kennen aan het Franse consortium Belgian Naval & Robotics. Volgens politici zal dat voor een sterke economische return zorgen in Vlaanderen. Toch rijzen er ook vragen, zegt Trends-redacteur Alain Mouton.

België zal twaalf nieuwe mijnenbestrijdingsvaartuigen bestellen bij het Franse consortium Belgian Naval & Robotics. Het gaat om een contract van 2,2 miljard euro. De helft van de vaartuigen zijn bestemd voor de Belgische marine en de andere helft voor die van Nederland. Nederland heeft de bestelling van vier fregatten op zich genomen. Belgian Naval & Robotics haalde het van Frans-Italiaanse Sea Naval Solutions en het Nederlands-Belgische consortium Damen-Imtech.

In de commissie Legeraankopen van de Kamer stelden experts van het leger en van de federale overheidsdienst Economie dat het dossier van Belgian Naval & Robotics het sterkste is. Er is sprake van een economische return van 2 miljard euro, waarvan 50 procent voor Vlaanderen, 35 procent voor Wallonië en de rest voor Brussel. In Zeebrugge komt bij Flanders Ship Repair bijvoorbeeld een dronefabriek die voor honderden banen zal zorgen. Dronetechnologie is een essentieel onderdeel van de moderne mijnenbestrijding. Mijnen worden steeds meer via onbemande apparaten (luchtdrones, onderwaterdrones) gedetecteerd en onschadelijk gemaakt. Die militaire technologie verankeren in België zou betekenen dat ons land een referentie wordt voor andere marines die de technologie van hun mijnenjagers willen upgraden. Bovendien heeft zo’n onderzoekscentrum gericht op de marine na verloop van tijd spillovereffecten naar de privésector. De economische return belet niet dat er enkele vragen kunnen worden gesteld bij de toekenning van het contract.

1.De decennialange samenwerking ‘onder gelijken’ van de Belgische en Nederlandse marine wordt onder druk gezet

Politiek Nederland is not amused met de beslissing. Den Haag hoopte dat het Nederlands-Belgische consortium Damen-Imtech het contract zo krijgen. Daarmee zou de decennialange samenwerking tussen de Belgische en de Nederlandse marines worden versterkt. Daar komt Frankrijk nu tussen. De mijnenbestrijding door België en de samenwerking met Nederland wordt beschouwd als een referentie in het NAVO-bondgenootschap. Het gaat om een ‘partnership tussen gelijken’. Dat verandert wanneer Frankrijk zijn controle op dit aspect van de Europese defensie probeert te versterken en eigen geopolitieke belangen zal nastreven.

2. De Franse inbreng in Belgische marineprojecten is geen succes.

Het is niet de eerste keer dat Frankrijk of Franse bedrijven betrokken zijn bij Belgische marineprojecten. Alleen, de vroegere samenwerking tussen Franse en Belgische marines was duur en inefficiënt. Twee patrouilleboten van de Belgische marine (Castor en Pollux) zijn van Franse makelij. In kringen van de zeemacht is te horen dat het “brol” is. Ook de NH90-helikopters (vervanging van Sea King) zijn indertijd door de Fransen opgedrongen. Die helikopters staan sinds vorig jaar meer dan goed is aan de grond. De problemen begonnen al bij de aankoop. Drie van de vier toestellen beschikten niet over de gevraagde performante radar. En die radar valt geregeld uit. Ook moesten de fregatten worden omgebouwd omdat de NH90 er niet op paste.

Die inefficiëntie dreigt met de komst van de Franse mijnenbestrijdingsvaartuigen nog te vergroten. Volgens Nederland zal er een aparte vloot in de Belgisch-Nederlandse marine ontstaan. De mijnenbestrijdingsvaartuigen zullen bijvoorbeeld radars van het Deense bedrijf Terma krijgen. Het is een compleet ander systeem dan op de rest van de Nederlandse vloot.

In de Belgische marine zal de beperkte vloot uit drie compleet verschillende schepen bestaan: fregatten, de patrouillevaartuigen Pollux en Castor, en de mijnenbestrijdingsvaartuigen.

lees verder op Trends.be

Reynders ontkent deal met Parijs over contract mijnenjagers

Volgens minister van Defensie Didier Reynders is met Parijs geen deal gesloten over de toewijzing van het miljardencontract voor twaalf mijnenjagers aan de Franse groep Naval & Robotics.

Naval & Robotics heeft, zoals De Tijd al meldde, het beste bod gedaan voor de bouw van twaalf mijnenjagers voor de Belgische en de Nederlandse marine. De regeringMichel wees gisteren daarom het contract aan de Franse groep toe. In de commissie Legeraankopen van de Kamer bevestigden gisteren ook experts van het leger en van de FOD Economie dat het voorstel van Naval & Robotics beter was dan dat van zowel de combinatie rond de Franse scheepswerf STX en het Franse defensie- en luchtvaartbedrijf Thales als dat van de Nederlands-Belgische groep Damen Imtech en OIP.

Naval & Robotics bleef 10 procent of zo’n 200 miljoen euro onder de geraamde kostprijs van zo’n 2 miljard euro. De groep kwam ook met het beste aanbod voor de Belgische industrie. Er is een economische return van zo’n 2 miljard euro beloofd, waarbij Vlaanderen kan rekenen op 50 procent, Wallonië op 35 procent en Brussel 15 procent.

De zaak doet in Frankrijk stof opwaaien, want de Franse overheid had de Franse combinatie rond STX en Thales naar voren geschoven. Volgens de Franse krant La Tribune is er bij Naval zelfs op aangedrongen niet mee te dingen naar het Belgische mijnenbestrijdingscontract. Dat de zaken anders zijn gelopen, wordt beschouwd als een intern Frans probleem. Zeker omdat de Franse overheid in alle betrokken Franse bedrijven een vinger in de pap heeft.

Er wordt gesuggereerd dat de Franse minister van Buitenlandse Zaken Jean-Yves Le Drian het op een akkoordje heeft gegooid met onze minister van Buitenlandse Zaken Didier Reynders (MR), die na het vertrek van de N-VA uit de regering ook minister van Defensie is geworden. Le Drian zou de steun van Parijs hebben aangeboden voor de kandidatuur van Reynders als secretaris-generaal van de Raad van Europa, als de Franse groep Naval het contract voor de mijnenjagers zou krijgen.

Lees verder op Tijd.be

« Oudere berichten Nieuwere berichten »

© 2019 Marinebouw.nl

Thema gemaakt door Anders NorenBoven ↑