13 miljard Het Nederlandse mkb moet stevig lobbyen in Brussel om niet ondergesneeuwd te raken door de grotere defensie-industrie in andere landen.

Een pot van 13 miljard staat plotseling klaar voor de Europese defensie-industrie. Met dat geld wil de Europese Commissie afdwingen dat de lidstaten op defensiegebied gaan samenwerken en dat ze, als de eigen industrie profiteert, zich ook meer geroepen voelen de defensie-uitgaven te verhogen. In de volgende EU-meerjarenbegroting reserveert de Commissie die 13 miljard euro voor een Europees Defensiefonds (EDF) voor cofinanciering van Europese defensieprojecten. Woensdag stemt in Straatsburg het Europees Parlement over de EDF-voorstellen. Strikte voorwaarde bij de cofinanciering: minstens drie defensiebedrijven uit drie EU-landen moeten samenwerken. Dat is om te voorkomen dat alleen de grote landen die nog zelf in staat zijn jachtvliegtuigen, marineschepen of tanks te bouwen profiteren.

Slim toeleveren
Een land als Nederland zou dan achter het net vissen. In haar Defensie Industrie Strategie (DIS) voegt minister Ank Bijleveld (Defensie, CDA) dan ook toe dat ook bedrijven uit het midden- en kleinbedrijf (mkb) moeten profiteren van het geld dat beschikbaar komt. De jaarlijkse omzet van de Nederlandse defensie-industrie (350 bedrijven) is nu 4,5 miljard euro. Bijleveld hoopt op meer. „De sector moet internationaal worden gepositioneerd.”
Behalve versterking van de traditionele Nederlandse marinebouw denkt Bijleveld aan de productie door mkb-bedrijven van cyber, robotica, drones, sensorsystemen en satellieten.

Zo’n toeleverancier is Dutch Aero in Eindhoven. In een fabriekshal op de oude Philipsterreinen maakt dat bedrijf (dochter van KMWE Aerospace & Defence) al jaren onderdelen voor de F-16’s. Voor de Amerikaanse vliegtuigmotorenfabrikant Pratt & Whitney gaat Dutch Aero de komende tien jaar de uitlaten maken van de motoren die worden ingebouwd in de JSF-gevechtsvliegtuigen – de Joint Strike Fighters waarvan de Nederlandse overheid er naar verwachting 37 gaat aankopen.