De federale regering besloot vrijdag de bouw en de uitrusting van twaalf nieuwe Belgische en Nederlandse mijnenjagers toe te kennen aan het Franse consortium Belgian Naval & Robotics. Volgens politici zal dat voor een sterke economische return zorgen in Vlaanderen. Toch rijzen er ook vragen, zegt Trends-redacteur Alain Mouton.

België zal twaalf nieuwe mijnenbestrijdingsvaartuigen bestellen bij het Franse consortium Belgian Naval & Robotics. Het gaat om een contract van 2,2 miljard euro. De helft van de vaartuigen zijn bestemd voor de Belgische marine en de andere helft voor die van Nederland. Nederland heeft de bestelling van vier fregatten op zich genomen. Belgian Naval & Robotics haalde het van Frans-Italiaanse Sea Naval Solutions en het Nederlands-Belgische consortium Damen-Imtech.

In de commissie Legeraankopen van de Kamer stelden experts van het leger en van de federale overheidsdienst Economie dat het dossier van Belgian Naval & Robotics het sterkste is. Er is sprake van een economische return van 2 miljard euro, waarvan 50 procent voor Vlaanderen, 35 procent voor Wallonië en de rest voor Brussel. In Zeebrugge komt bij Flanders Ship Repair bijvoorbeeld een dronefabriek die voor honderden banen zal zorgen. Dronetechnologie is een essentieel onderdeel van de moderne mijnenbestrijding. Mijnen worden steeds meer via onbemande apparaten (luchtdrones, onderwaterdrones) gedetecteerd en onschadelijk gemaakt. Die militaire technologie verankeren in België zou betekenen dat ons land een referentie wordt voor andere marines die de technologie van hun mijnenjagers willen upgraden. Bovendien heeft zo’n onderzoekscentrum gericht op de marine na verloop van tijd spillovereffecten naar de privésector. De economische return belet niet dat er enkele vragen kunnen worden gesteld bij de toekenning van het contract.

1.De decennialange samenwerking ‘onder gelijken’ van de Belgische en Nederlandse marine wordt onder druk gezet

Politiek Nederland is not amused met de beslissing. Den Haag hoopte dat het Nederlands-Belgische consortium Damen-Imtech het contract zo krijgen. Daarmee zou de decennialange samenwerking tussen de Belgische en de Nederlandse marines worden versterkt. Daar komt Frankrijk nu tussen. De mijnenbestrijding door België en de samenwerking met Nederland wordt beschouwd als een referentie in het NAVO-bondgenootschap. Het gaat om een ‘partnership tussen gelijken’. Dat verandert wanneer Frankrijk zijn controle op dit aspect van de Europese defensie probeert te versterken en eigen geopolitieke belangen zal nastreven.

2. De Franse inbreng in Belgische marineprojecten is geen succes.

Het is niet de eerste keer dat Frankrijk of Franse bedrijven betrokken zijn bij Belgische marineprojecten. Alleen, de vroegere samenwerking tussen Franse en Belgische marines was duur en inefficiënt. Twee patrouilleboten van de Belgische marine (Castor en Pollux) zijn van Franse makelij. In kringen van de zeemacht is te horen dat het “brol” is. Ook de NH90-helikopters (vervanging van Sea King) zijn indertijd door de Fransen opgedrongen. Die helikopters staan sinds vorig jaar meer dan goed is aan de grond. De problemen begonnen al bij de aankoop. Drie van de vier toestellen beschikten niet over de gevraagde performante radar. En die radar valt geregeld uit. Ook moesten de fregatten worden omgebouwd omdat de NH90 er niet op paste.

Die inefficiëntie dreigt met de komst van de Franse mijnenbestrijdingsvaartuigen nog te vergroten. Volgens Nederland zal er een aparte vloot in de Belgisch-Nederlandse marine ontstaan. De mijnenbestrijdingsvaartuigen zullen bijvoorbeeld radars van het Deense bedrijf Terma krijgen. Het is een compleet ander systeem dan op de rest van de Nederlandse vloot.

In de Belgische marine zal de beperkte vloot uit drie compleet verschillende schepen bestaan: fregatten, de patrouillevaartuigen Pollux en Castor, en de mijnenbestrijdingsvaartuigen.

lees verder op Trends.be