In wat het eindspel van de race om het bouwen van vier Nederlandse onderzeeboten lijkt te zijn, sluiten de vakbonden en scheepsbouwer Damen Schelde Naval Shipbuilding donderdag een overeenkomst, waarin wordt vastgelegd dat de onderzeeboten zoveel mogelijk in ons land worden ontwikkeld en gebouwd.

Vorige week werd bekend dat vakbonden en werkgeversorganisatie VNO-NCW bij de Tweede Kamer en het kabinet een pleidooi hielden dat de nieuwe onderzeeboten die de marine wil aanschaffen zo veel mogelijk van Nederlandse makelij moeten zijn. Damen, dat de onderzeeboten wil bouwen samen met het Zweedse Saab, is een van de kanshebbers op de opdracht van Defensie om voor minstens 3,5 miljard euro vier nieuwe onderzeeboten te bouwen. Maar het Franse Naval Group, dat de bouw wil laten verrichten bij Royal IHC in het Zuid-Hollandse Kinderdijk, geldt eveneens als kansrijk.

Slimme zet

Dat Damen als eerste een overeenkomst sluit met de vakbonden, wordt alom gezien als een slimme zet. Zeker nu verwacht wordt dat het kabinet binnenkort een besluit neemt over de kwestie, waarvoor eigenlijk de deadline al in de zomer was gesteld. „Uiteindelijk is de keuze aan Defensie”, stelt woordvoerder Robin Middel van Damen Schelde. „Wat wij vooral willen, is behoud van kennis en kunde op het gebied van boten bouwen. Eerder ging de opdracht voor de bouw van mijnenvegers naar Frankrijk. Als de onderzeeboten ook elders gebouwd zouden gaan worden, raken wij die expertise kwijt. Nederland staat bekend als innovatieve, goede botenbouwer. Stel dat straks alle mijnenvegers in het buitenland gebouwd worden, dan verlies je deze kennis. Voor een periode van dertig jaar.”

Werk

Volgens de raming van Damen levert de bouw van de vier onderzeeboten ’de BV Nederland’ zesduizend manjaren aan werk op. 3500 op hbo- en universitair niveau, de rest op vmbo- en mbo-niveau. In het voorstel van Damen/Saab wordt het omhulsel in Zweden gemaakt, waarna een groot deel van de modulaire bouw in Vlissingen wordt gedaan. „De laatste fase zal in Den Helder gebeuren. De afbouw, proefvaarten. En dan natuurlijk het onderhoud voor de gehele levensduur van dertig jaar. Dat biedt Den Helder dus heel veel werkgelegenheid. Dat past naadloos binnen de plannen van de marine om meer samen te werken met het bedrijfsleven. In onze plannen blijft het niet bij vier onderzeeërs. We bouwen ook voor de export. Zo houd je de kennis op peil van soms hoogtechnologische beroepen. Die kennis mag niet verloren gaan.”

Lees verder op NoordHollands Dagblad