Bij de aanschaf van nieuwe onderzeeboten heeft Nederland grote moeite een internationale partner te vinden om de kosten te drukken. Tijdens een technische briefing in de Tweede Kamer somde generaal-majoor Schevenhoven een reeks landen op waarmee zou kunnen worden samengewerkt, maar geen van hen bleek goed aan te sluiten op de wensen van de Nederlandse marine. Die wil vier boten die vergelijkbaar zijn met de huidige Walrus-klasse.

Australië wil ‘een grotere boot, die veel duurder wordt’, vertelde Schevenhoven; Noorwegen ‘heeft boten met een kleinere capaciteit en kijkt naar een ander operationeel gebied’; Zweden idem dito; Canada heeft dezelfde soort boten, maar is vooral bezig met ‘levensverlengend onderhoud en gaat dus niet zoals Nederland zijn boten vervangen’; Duitsland zit voor de vervanging ‘in een ander tijdspad’, Frankrijk houdt het bij nucleaire onderzeeboten en Japan bouwt zelf vergelijkbare boten, maar alleen ‘voor eigen gebruik’.

Lees verder op De Volkskrant